Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de „leekendoop" van die gemeente eenigermate werd erkend. In de Zweedsche Staatskerk mogen de leeken alleen in geval van nood doopen, maar de mannen der vrije gemeente meenen dat elk gemeentelid doopen mag, zonder daarbij rekening te houden met de kerk of met hare dienaren. Koning Oscar verordende dat ook deze leekendoopen der vrij kerkelijken in de kerkelijke doopboeken moesten ingeschreven worden.

Over dit koninklijk besluit, dat eenigszins gewettigd is, omdat de kerkelijke doopregisters in Zweden den dienst doen voor bo-^en van den burgerlijken stand, waren vele Lutherschen verontwaardigd. Een protest geteekend door 1700 predikanten van de Luthersche Staatskerk, werd den Koning overhandigd. Later werd nog door den Koning een petitie eeteekend, door

800 predikanten gezonden.

Deze beweging bracht den Koning er toe, om den i7den Februari van dit jaar, eene kerkelijke conferentie uit te schrijven. Op deze vergadering waren elf bisschoppen aanwezig, van welke tien eene memorie teekenden, waarbij een bemiddelend standpunt werd ingenomen. In dit stuk wordt te kennen gegeven, dat bij het registreeren van voltrokken doophandelingen, het onderscheid tusschen werkelijk wettige en buiten kerkelijke doophandelingen uitkomt. De conferentie stelde daarom voor dat in geval van zoogenaamde „leekendoop", in het kerkelijk doopboek zal worden geschreven: „Door de Zweedsche kerk niet gedoopt". Deze toevoeging schijnt in het belang van het sacramenteel heilig houden van den doop noodzakelijk. De predikanten moeten bij elk geval nagaan, onder welke vormen de doop door leekenhanden voltrokken is, opdat later omtrent de kerkelijke positie van den doopeling positieve gegevens aanwezig zijn.

Men ziet hieruit hoe in Zweden de koning des lands ook heerscher is der kerk. Want

niet alleen dat hij het recht heeft de dienaren der kerk voor te schrijven wie zij in het doopsregister hebben te schrijven en wie niet; maar het blijkt ook uit het bovenstaande, dat hij de macht heeft een conferentie van bisschoppen saam te roepen, welke conferentie niet de macht heeft om den gang van zaken voor de kerk te regelen, maar slechts den koning advies heeft te

geven. JJe onhoudbaarheid van eene staatskerk,

ook wanneer, gelijk als in Zweden, de bevolking

in naar overgroote meerderheid dezelfde religie belijdt, komt ook in Zweden aan den dag. Hoe men de zaak ook beschouwe, het blijft toch waar, dat de dienaren der Luthersche kerk in Zweden

op bevel des Konings, tevens hoofd der Luthersche kerk van zijn land, een doop moeten inschrijven, die ook voor een goed Luthersche geen doop is, omdat zij noch in het midden der gemeente, noch door een wettig dienaar des woords is voltrokken.

Door het inschrijven wordt een soort van kerkelijke sanctie aan eene kandeling gegeven, die niets anders is als een verachten van de instelling van Christus.

Winckel.

ftoor Hmdertn.

IN HET BOSCH.

II.

De ruiters hadden den knaap niet bespeurd. Maar de hond, door zijn reuk geleid, bemerkte iets vreemds en sprong luid blaffend op den perenboom toe.

„Nero, terug!" riep een der ruiters, die ettelijke schreden achter de anderen aankwam. Maar de hond lette niet op den roep, en bleef blaffend en snuivend op dezelfde plek.

„Hier Nero!" riep met forsche stem de voorste ruiter. Thans sprong de hond dadelijk weg naar zijn meester. Doch hij joeg niet als anders verder den weg over, maar sprong tegen zijn heer op, legde de voorpooten als smeekend op het zadel, keerde toen snel om, en draafde terug naar de verlaten plek. Tegelijk liet hij weder een geblaf hooren, dat veeleer een roepen om hulp scheen, dan een uiting van boosheid.

„Wat scheelt dien hond toch?" riep de eerste ruiter den anderen toe.

„Hij zal een haas gespeurd hebben, heer", was het antwoord van den knecht, die dadelijk den hond weer terugriep. Maar deze gaf om 't bevel van den rijknecht al even veel of even weinig als zooeven. Hij sprong weer op zijn heer toe, en krabde tegen het zadel, als wilde hij den man met geweld van het paard trekken.

„De hond doet vreemd", sprak de ruiter. „Om een stuk wild zal Nero 't niet wagen mij ongehoorzaam te wezen. Stijg af, Hans, geef mij de teugels van uw paard, en zie eens wat het dier dan toch in het bosch is tegengekomen."

De rijknecht gehoorzaamde. Door den hond begeleid, die onder vroolijk geblaf vooruitsprong, ging hij op den perenboom toe.

Een oogenblik later weerklonk een klagend geluid, blijkbaar van een menschelijke stem. De knecht had den jongen vluchteling onzacht uit zijn schuilplaats getrokken en sleepte hem nu naar zijn heer.

Wat hebt gij daar ?" vroeg deze.

„Een jong ventje," was 't antwoord. „Hij zat achter een boom verscholen. Maar wat hem scheelt weet ik niet; 't schijnt dat hij niet op zijn voeten staan kan."

„Ik heb mijn voet verstuikt", voegde de knaap er verklarend aan toe.

De ruiter, wien de zaak misschien verdacht voorkwam, sprak op strengen toon den jonge -

Maar de hond, door zijn reuk geleid, bemerkte

lmg aan :

„Hoe komt het, dat ge in zulk een laat uur nog een schuilplaats op het veld zoekt?"

„Ik moet toch een slaapplaats hebben voor den nacht, ik kan niet verder; mijn voet wil niet meer".

„Een vreemde slaapplaats in zulk een nacht", mompelde de knecht. Maar de ruiter ging voort met vragen.

„Van waar komt gij, knaap, en waar gaat gij heen ?"

De jonge reiziger gaf niet aanstonds antwoord. Hij scheen een poos verlegen wat te zeggen, en sprak toen:

„Ik wil den Rijn over en kom uit het Wurtembergsche."

Er scheen iets in het antwoord van den knaap de beide hoorders te treffen. De knecht

liet een uitroep van verbazing hooren. De meester vroeg, maar veel minder streng dan te voren:

„Wie zijt gij dan toch, kleine man? Wie zijn uw ouders? Hebben zij u al zoo jong de vreemde, wijde wereld ingezonden?->

Weer scheen het den knaap moeilijk, aanstonds op de vraag te antwoorden. Het bescheid dat hij eindelijk gaf, klonk droevig en helderde ook met veel op. 't Scheen dat het kin-"' met meer wijsheid dan men van zijn jaren

zou verwacht hebben, liefst nog niet alles zei.

„Ik ben uit een adellijk geslacht," zoo sprak hij; mijn vader stierf, toen ik nog heel jong was. Mijn moeder heb ik zelfs nooit gekend."

Bij deze woorden begon de knecht hard te lachen, als geloofde hij niets van heel het verhaal. Maar de ridderlijke heer deed gansch anders, en sprak bestraffend tot den dienaar:

„Lach niet Hans. Wat die knaap daar vertelt, is een bittere levenservaring. Zooals gij althans weten kunt, heb ook ik nooit een moeder gekend. Zij was reeds begraven vóór ik nog gedoopt werd. Ik weet ten minste haar naam."

En nu zich tot den knaap wendende, zette de ridder zijn onderzoek voort.

„Maar wat heeft u toch op zoo vroegen leeftijd, reeds tot een vluchteling gemaakt, mijn jongen?" zoo vroeg hij; „hebt gij een of anderen

kwajongensstreek uitgehaald, en zijt uw verzorgers ontloopen."

't Was alsof de vreemde ridder, al kon men hem in de donkerheid niet zoo nauwkeurig beschouwen, door houding en stem den knaap vertrouwen had ingeboezemd. Althans zijn ant¬

woord luidde nu aanstonds en met beslistheid.

„Het erfdeel dat mijn vader mij liet was klein. Mijn verzorgers meenden, dat ik als ridder niet zou kunnen leven ; daarom wilden zij mij in een klooster doen, mij tot monnik maken. Ik kon dan wellicht later als geestelijke werkzaam zijn. Zij hebben het misschien goed met mij bedoeld, en zich voorgesteld, dat ik als kloosterbroeder een gemakkelijk leven zou leiden ...."

„Gij had het ook, daar ge uit een adellijk

geslacht zijt, tot domheer kunnen brengen", sprak de ridder, „en dan zoudt ge toch een man

van aanzien wezen in het land.'

„Ja, maar ik wil geen geestelijke zijn!" riep de knaap driftig uit, „ik deug er niet voor!"

„Nu bedaar wat, vriendje", sprak de ridder. „Uw verzorgers hebben het zeker toch zoo

kwaad niet bedoeld. Maar gij hebt geen lust

aan een rustige plaats in het klooster of aan een hoogen post in de kerk. Vindt gij het dan zoo veel aangenamer zonder bescherming te vluchten, en onder den blooten hemel honger en kou te lijden."

„Ja, dat toch nog liever", sprak de knaap met vaste stem. „Want weet, heer, hoe klein en gering ik er ook bij u mag uitzien, ik kan toch een paard berijden en een valk temmen."

„Nu al?"

„Ja, edele heer; ook heb ik geleerd den armboog te spannen, de speer te werpen en op de fluit te spelen. Maar dan zou ik moeten stil zit¬

ten op een bank met een kussen, en den heelen

dag lezen en letters teekenen. Dat kan ik niet. Het is buiten zoo ruim en vrij en heerlijk, en zij wilden dat ik mij binnen de kloostermuren zou opsluiten. Neen, heer ridder, dat gaat niet. Ik ten minste kan het niet. Daarom ben ik gevlucht, en wil den Rijn over. Ik zal in het nieuwe land daarginds wel een tehuis vinden. Daar wonen toch ook Duitschers.

(De streek die de jongen vluchteling bedoelde, de Elzas, was toen nog Duitsch gebied; later kwam zij aan Frankrijk, dat haar echter na twee eeuwen weer verloor; 1871).

„Zeker, maar de vraag is toch, hoe en bij wien wilt gij dan leven. De kasteelen staan u maar niet zoo open."

„Nu goed", sprak de knaap met een vastberadenheid boven zijn jaren, „ik word nog liever . knecht bij een boer of lijd honger en kou, zooals gij zeidet, op het open veld, dan in zoo'n gevangenis als een klooster te gaan."

De ridder zag de knaap verbaasd aan, en er sprak iets als ontroering uit den toon zijner stem toen hij antwoordde:

„Van dat al zal ook niets gebeuren, mijn Izoon. Ik kom ook uit het gezegende landWur-; temberg, en ben even als gij een vluchteling. Maar toch heb ik nog macht genoeg om een armen knaap als gij zijt te beschermen." En zich tot den knecht wendende sprak de ridder: „Hans, neem dien knaap achter u op 't paard." Hans, dien 't gesprek reeds te lang geduurd had, wilde den jongen optillen en op 't paard zetten, maar de knaap week terug en sprak met onvaste stem:

„Ik weet nog niet wie gij zijt, heer, en voor gij heen rijdt, geef mij uw woord, dat gij mij niet in gevangenschap zult brengen."

„Mijn ridderwoord", riep de ander luid en forsch. „Denkt gij dat ik een armen vluchteling zou verraden? Weet daarbij, mijn jongen, dat ik het recht heb, om, gelijk uw eigen vader, over u te beschikken. Vraag mij niet wie ik ben, ik vroeg u ook uw naam niet."

Nu verzette zich de knaap niet meer. Hij liet zich op 't paard tillen, en voort ging het nu zoo snel mogelijk door het woud.

Hoogenbirk.

I gUWi'tentiim.

ï L G. WESSZ & C°,

Commissionairs In Effecten,

MmmW lij in Prinsenstraat.

£ No. 157.

x AMSTERDAM.

f- ~~ " —

l breebaarïT""!

I Orgelhandel, 1

;• Specialiteit in Orgels j§

;t Y00r

n Huis, School, Zaal en Kerk. 1

l Damrak 22, Amsterdam.

r li mm l W Pilh ithtt.■■■■ ■ i JIIBIHMHI

• Miste Alom. ferpieriii

[i van Aandeelhouders der Naaml. Venn. Boeken Handelsdrukkerij „DE VECHT", op ? Donderdag 28 April a. s., des voormiddags 10 uren, ten kantore der Vennootschap, te Breukelen, alwaar van af heden de stukken van 3 behandeling ter inzage liggen.

1 II.TT. Aandeelhouders worden herinnerd 1 aan Art. 30 en 33 der Statuten.

\ DE DIRECTIE.

;| ^jp3

| BRILLEN

5 met ISOMEÏROPIiCHE 6LAZEK

1 | Uitsluitend bij

KJLFtEIj VA.1V BUFtJSJST, 82 Rokln 83.

3 Isometropische glazen geven 't oog geen ver3 moeienis en munten uit door buitengewone ] , g helderheid.

. | De Brochure „Het Behoud der 00gen" steeds | gratis verkrijgbaar.

laaaaaaaiaaaaaagiaaaaaaaauauaaaiiaaanaaMaaasiaaeaaMHuaaBü

„effa tha",

Clir. Instituut voor Doofstommen.

De inschrijving van leerlingen voor deze Inrichting, is bij den ondergeteekende opengesteld tot den eersten Juni. De Nieuwe Cursus begint in de laatste helft van Augustus.

Lelden. L. C. OJRA.JSTJJE.

Nouveauté gekleurde en zwarte Stoffen voor

Costws, Demisaisons en Pantalons.

.IO.HS MUF,

Mof-, Gala- en Unlformkleermakerij.

Pinksterfeestliederen

Pentcccs t.

MUZIE XC

van

j. s. ssje wzx.e,issm&

te Paarl.

Prijs. ... ƒ i.~.

KOKKH.tYBEL ]

Amsterdam. voorheen

Pretoria. HÖVEKER & WORMSER. 1

A. DE ROODE & €0., ;

(SCHIEPAM. Opgericht tSÏS.)

Fabrikanten van

Oleïne en Loog.

Zeeppoeder en Yetloogmeel.

Prima qualiteiten, concurreerende prijsen)

Verschenen bij den uitgever W. KIRCHNER, Rozengracht 55, Amsterdam:

„HINDEREN HUNS TUDS"'

en

„Vry-Antirevolntionairen." (

Een woord aan den Heer

a. j. hoogenbirk, 1

door

.11». TAM ©VERSTEEC1. *

Prijs ƒ 0.40.

1,

P. W3M ËIJK.

F i r m a J O HA N N JE $ KR A MER & Co 1UT DAM 15-17, AMSTERDAM.

Koopen en verkoopen EFFECTEN, diverse LOTEN en vreemde COUPONS, Wisselen Gouden, Zilveren MUNTEN en vreemde Banknoten. Sluiten PROLONGATIËN en BELEENINGEN. Nemen gelden k DEPOSITO 1/2 pCt. onder prolcngatiekoers. Bedragen tot en met Duizend Gulden worden op vertoon terugbetaald.

Sagen van Goede Boodschap

DOOR

Dr. A. KUYPER.

Deel I. In den Kerstnacht, j Dee! ili. De Paaschmorgen.

„ II. Oud- en Nieuwjaar. | „ IV. Op den Pinksterdag.

4 deelen ingenaaid ƒ 3.60; in 4 fraaie siemjetaden ƒ 5.60; elk deel afzonderlijk ingenaaid ƒ 1.20; gebonden ƒ 1.75,

boekhandel

Amsterdam. voorheen

Pretoria. HÖVEKER & WORMSER.

Aiierflaiciie MaatscMij yan Leyensverzekermi.

Gevestigd te AMSTERDAM", Keizersgracht .29,

Maatschappelijk Kapitaal: Een Miilioeii Ciiildeii.

Commissarissen:

Mr. Th. HEEMSKERK, L. J. S. VAN KEMPEN, H. W. VAN MARLE, Jhr. Mr. A. F. DE SAVORNIN LOHMAN, J. E. N. Baron SCHIMMEI,PENNINCK VAN DER OYE en H. SERET.

Directeur: H. J. VAN VULPEN.

De ïïaatschappj sluit alle soorten venekeringen kapitaal en lijfrente iet elk bedrag.

Yerscnenen:

VERJAARDAGALBUM |=—

met spreuken uit de werken van JDr. A. KUYPER.

In stempelbaml f 1.90.

»OE!i4II4Kl)KL

Amsterdam. voorheen

Pretoria. HÖVEKER & WORMSER.

van Aandeelhouders der Naaml. Venn. Boeken Handelsdrukkerij „DE VECHT", op Donderdag 28 April a. s., des voormiddags

Bij J. H. KOK, te Kampen, verscheen;

Dg toflelinpi lir Apostelen,

uitgelegd door

Compleet in 30 afleveringen a 15 Cent.

De 1 ste aflevering is bij eiken Boekh. ter inzage voorhanden en mag worden openge sneden.

Vrije Universiteit.

In dank ontvangen;

Voor de Vereeniging;

Aan Contributiën:

Door den heer A. Verduijn te Oudshoorn ƒ315.50; door den heer W. Voogsgeerd te Nieuw-Loosdrecht ƒ 8.50; door den heer P. [Heiman te Melissante ƒ 43.50; van Ds. J. C. Raamsdonk te Stiens f 10; door den heer J. Caesar te Delfshaven (Rotterdam) ƒ68.75; door dee heer J. CruyfF te Lochem f 5 ; door den heer Ph. de Wolff te Sneek ƒ 192. Aan Collecten: (voor de Theol.-faculteit.) Van de Geref. kerk te Voorst ƒ 9; van idem te Meppel ƒ 46.30; van idem te Dieren A ƒ 23.96I/2; bij een spreekbeurt van Ds. H. Hoekstra in Delfshaven (Rotterdam) ƒ 19.70. Aan Schenkingen:

Gevonden in de collecte Geref. kerk te Delfshaven ƒ 1.

Voor het Studiefonds:

Door den heer G. F. Taats, namens den Raad der Geref. kerk te Rotterdam B, van de Halve Stuivers vereen, ƒ 150; door den heerA. v. d. Werf. van de Halve Stuiversvereeniging te Groningen ƒ 7.43.

S. J. SEEFAT, Hilversum. Penningmeester. [

^crcformccrbc $e5mbtjetb.

gereformeerde Eerkeu.

BEROEPEN: Baarland (Z-Bev.), P. A. Lanting, te Nieuwendam. — Gouda A, J. R. Dijkstra, tejoure (Friesl.) — Oosterland (Zeel.), T. Bouma, te Doorn (Utr.) — Doesburg, H. W. Felderhof, te JutrijpHommerts.

Aangenomen : Schiedam B, D. Ringnalda, te Oudshoorn. — Biezelinge, N. G. Kerssies, cand. te Sauwert.

Bedankt; Wijhe, J. J. Steinhart, te Nunspeet.— Onstwedde en Hindeloopen, door N. G. Kerssies, cand. te Sauwert. — Blokzijl (Ov.), S. üwarshuis, te Oldemarkt c. a. — Dedemsvaart, W. Fokkens, te Stadskanaal.

Kederlandsche Hervormde Kerk.

Beroepen : Sas van Gent, G. L. Queré, te Westmaas. — Nieuw-Dordrecht, H. G. Tonsbeek, te Roswinkel. — Tzum, J. L. Dippel, teOldebroek.— Garsthuizen, E. Tanse, te Gasselternij veen. — Utrecht,. A. J. Th. Jonker, te Dordrecht. — Hasselt, PJ Kuijlman Jr., te Oud-Ablas. — Ternaard, W. Hulsbergen, te Slochteren c. a. — Oosternieland, R. W. Bruins, te Zeerijp. — Wateringen, K. Gallée, te Everdingen. — Jutfaas, E. W. J. Posthumus Meijjes Jz., te Heinenoord,

Aangenomen; Delden, A. van der FlierG.Jz.,te Lemele e. a.

Bedankt; Terheide, IJ. Bootsma, teZoetermeer.

— Oud-Beierland, D. Hupkes, te Sprang. — Hoornsterzwaag, H. A. Stegenga, te Gaastmeer en Nijhuizen. — Noordlaren, L. H. K. Bleeker, te Nederhemert. — Heeze en Leende, H. Bax Dz., te Doornspijk. —- Berkel en Rodenrijs, J. H. Wensinck, te Nijkerk (Veluvve). — Nes op Ameland, L. H. Begeman, te Holwerd. — Colijnsplaat (N.-Bev.), S. van Daalen, te Benschop. — Dongjum, H. Huizinga, te Eekst c. a. — Foudgum en Raard, H. Limpers, te Akkrum. — Delden, A. van der Flier G.Jz., te Lemele c. a. — Veenhuizen, J. Pool, te Haastrecht

— Dwingeloo, W. J. Scherphuis, te Blankenham'

„EINDEBEN HUNS TIJDS"

Alom is de inteekening opengesteld op:

De tweede tot heden bijgewerkte druk

van

Pit Dttisterms tot Licht

GODS LEIDINGEN MET

ELIËZER KROPVELD.

Uitgegeven door Deputaten van de Gereformeerde Kerken voor de Zending onder _ de Joden.

Compleet in 8 afleveringen van 32 pagina's met aent platen op kunstdrukpapier.

Prijs f 0.17'/2 per aflevering.

Prospectus wordt gaarne op aanvraag toegezonden De uitgever W. KIRCHNER,

Hozen gracht 55, Amsterdam.

VERSCHENEN:

TEEDERE ZAKEN.

Een debat over hetprostitutie-vraagstuk in de Zuid-Afrikaansche Republiek

met

Dr. F. VRËVMRIJK K\t;KI K\Bl R«,

Editeur van „De Volksstem door

O. SPOELSTBA,

Ned. Herv. Predikant ie Pretoria.

Derde vermeerderde druk. — «"rijs / 0.90.

boekhandel

Amsterdam. voorheen

Pretoria. HÖVEKER

& WORMSER.

Vereemging ter bevordering van Christelijke Lectuur.

— ♦ —

"Verschenen en aan de leden gratis toegezonden:

< PIET ÏÏIJS ►

Of' ly<Ien en stryd dei* Voortrekkers in IVatal.

door

C. W. II. VAM DER POST,

Consul-Generaal der Nederlanden en Lid van den Volksraad van Oranje-Vrijstaat

te Fauresmith.

Met 48 llx..g4ratlën van WILLEM 8TEELI1ÏH, Ruim 300 bla<!7iiilen Prijs / 1.30. In prachtband f l.SO.

Amsterdam. VOORHEEN

Pretoria. HÖVEKER & WORMSER.

door

~W*T M£| Wiir Hl»tf fefiargn

e w*. • bik.» w mvMjm* ja B »

der Nederlanden en Lid van den Volksraad van Oranje-Vrij staat te Fauresmith.

26 April a. s. worden de Bureaus van

DE STANDAARD ei DË HERAUT

vrx:n&x.aatst wjs.js.iz

pr* HlBMOE^TRAilT 96.

—————^—«BB

üfflfe ,55 Courantdrukkerij: ce Roever K«öbbk & Bakhls, Aaisterd»«.

1

Sluiten