Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$eratst

ftanÈe

Hes aatsrargreoht vaa den Inhoud van dit blad wordt verzekerd overeenkomstig de wet van SS jnni 1881 (Staatsblad No. 184.)

Dit blad wordt geregeld des Vrijdags aan de geabonneerde» verzonden. Bijdragen van medewerkers, ingeïonden stukken en sllss wat verder den inhoud van !t blad betreft, te adresseeren aan de bedacïie. Abonnementen es AdvertentsSn «6 de ADEIIIST2ATIE; Barna: Warmeesstraaf SS, fe» tactsr&aa.

Inzendingen, die later dan Donderdag 's namiddags te 12 uren worden ontvangen, «annen voor het nummer van die week niet rneei- in aanmerking komen.

Zondag 31 Juli 1910. N°. 1700.

franco aan hnis, per drie maanden f 1,20, voor België per iaat

r B.3U Dij vooruit oetanng, voor nei veraere cnueniana en «ea.-lndie per jatr ƒ6 bij vooruitbetaling. Afzonderlijke nummers f —,10, Abonnementen worden

aangenomen door het Bareel te Amsterdam, Boekhandelaren, Postdirecteuren enz, MverteattSa: van 1 tot 6 regels f 1.20, voor eiken regel meer f — J

a „„ ui j ia . » B

Aanvragen en vermelding van liefdegaven f —,18 per rfgel,

M.

3^ï 5taijgen in 3011 ïieföe/'

De HEERE uw God is in het midden van u, een held, die verlossen zal; Hij zal over u vroolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in zijne liefde, Hij zal zich over u verheugen met gejuich.

Zephar,ja 3:17.

„Spreken" is bij den Heere onzen God: *ich uiten, en het „zwijgen" is er, als de Heere zich inhoudt.

God spreekt, en 't is er, Hij gebiedt en t staat er. Zijn spreken is scheppen, is zich openbaren, is zijn kracht en mogendheid doen uitgaan. De stem des Heeren is de donderslag, die 't woud dreunen doet. En alle uiting van Gods innerlijke mogendheid saamgenomen, is het 't Woord des Heeren, dat den hemel en de aarde draagt, en den gang der eeuwen voortstuwt naar zijn voleinding.

En tegenover dat spreken Gods vol Qiajesteit staat nu zijn zwijgen ia liefde, ï^iet zijn zwijgen bij 't onverhoorde gebed, maar zijn zwijgen, als het spreken in zijn heiligheid vernietigend voor u zou zijn, en als de Heere, om zijn volk te sparen cn het in zijn verbolgenheid niet te doen omkomen, zich inhoudt, aan zijn toorn het Zwijgen oplegt, en waar zijn spreken Vreeselijk zou zijn, zich ter wille van zijn Volk stilhoudt, en zwijgt in zijn liefde.

Hierin nu roemt de profeet onder Israël. Het stond met Gods oude volk zoo hachelijk. Onder alle volken en natiën was alleen dit ééne kleine volk van Israël uitverkoren. Aile heiligheid was aan dit volk toevertrouwd. Jehovah had 't opgenomen '« zrjn Verbond. Als in huwelijksband had de Heere Abraham's nakroost met zich vereenigd. Met heilige jaloerschheid had Jehovah voor en over zijn voik geijverd. Met wonderheden had Hij Israël uitgeleid, e« 't door zijn machtige daden bevestigd in 2ijn erfdeel. Tegen alle macht der heidenen had Hrj het volk zijner verkiezing beschermd en beveiligd. Israël was voor Jehova een eenig volk, een volk waar zijn ®ere en zijn naam aanhing. De zake Gods Cn de zake Israels was één!

En toch verviel dit uitverkoren volk eeuw eeuw in ontrouw. Het liep Jehovah Voorbij en de Baals en Molochs na. Het benijdde de volken van het Oosten en riep het uit, dat het zijn wilde „als andere Volken." Het wierp zijn eere van zich, brak het Verbond, en doolde af op 't pad des verderf?, tot het in 't eind onder Israël schier nog smadelijker en schandelijker toeging dan onder de volkeren, die God niet benden. Omdat Israël door God zoo hoog ^as geplaatst, zonk juist Israël te dieper. Eeuw na eeuw had Jehovah dien hoon dien afval van zijn volk gedragen, maar het eind kon het niet langer. En toen 18 de Heere tot zijn volk gaan spreken in "ïf'n verbolgenheid. De vijanden van rondsom *jjn tegen het erfdeel des Heeren losgelaten. Heel het heilige land is ingenomen; Jeruzalem verwoest; van den tempel op Sion jj'erd geen steen op den anderen gelaten; hij duizenden en tienduizenden werden jannen, vrouwen en kinderen gedood; de ^ern van het volk werd naar Babel weg- 1 Sevoerd; en wat overbleef op de heilige efve was een wilde hoop, zonder karakter, 1 *onder eigen stempel, van der vaderen hope ; geheel vervreemd. ]

En zoo scheen het, of 't met Israël uit ^as. Het werd onder de volken niet meer genoemd. En dit duurt een menschenleeftijd a<Jg, volle zeventig jaren, tot een nieuw, ,

ander geslacht is opgestaan. En nu °mt er weer een opwaken. Een wolkje < een mans hand wordt aan den horizont * |czien. Niet door wat de Joden zelf doen. < doen niets. Maar onderwijl zij hun i harpen aan de wilgen hangen bti Babyion's ^roomen, werkt Jehovah. Hij werkt door e profetie ; Hij werkt door Babel in Kores' pacht te doen vallen; Hij werkt door «rugkeer naar het Heilige Land mogelijk ; e maken.

, Lang niet al 't volk, slechts een klein ?°opske gaat terug. Het is, gelijk het bij \ Jpphanja heet, „een arm en ellendig volk", ; at Jehova op der vaderen erve wil doen 1'Verblijven. En dat kleine volk dat terugeert, draagt nog zijn schuld, de oude | ^»de is er nog niet uit, straks zal Goigotha .

inwonende zonde openbaren. Het zou, ; " zijn aard bezien, een volk zijn geweest 't te verderven, en niet om 't te bedden. Maar Jehovah wil behouden, want k1- dat Israël zal de spruite Davids opkomen. l daarom bindt de Heere zijn verbolgenin. De liefde, die Hij om Messias' < ',Ie aan Israël verpand heeft, leeft weer 1 P >n al haar teederheid. Sprak Hrj, zoo

! I ware Israël voor eeuwig afgesneden. En daarom spreekt Hij niet, maar houdt zich stille, en om zijn volk te redden, zwijgt Hij in zijn liejde.

L

Hier in machtige proportiën, wat, bij een kind dat zich misdroeg, in een vader die het mint, in een moeder, die het liefheeft, zoo telkens te bewonderen valt.

Dan toornt het in 't ouderhart tegen de zonde die uit 't kinderhart opwelt, en toch houdt de liefde zich in. Ze vreest afstooting. Ze ducht, dat bitter verwijt en strenge straf het kinderhart nog te meer verharden zal, tot in het eind de band van het bloed mocht springen. En daarom bindt die vader, die moeder zich in. Waar het spreken hard zou moeten zijn, wordt het harde woord op de lippen tegengehouden, en is er een zwijgen, een zwijgen in liefde.

Zeker, dit kan te ver gaan. Nog altoos blijft Eli's voorbeeld elk ouder ter waarschuwing. Ouderliefde, die in zoetsappigheid ontaardt, heeft steeds den eerenaam der liefde verbeurd. Ook vader en moeder hebben God te vreezen, en waar de eere Gods is aangerand, en Gods wet is overtreden, is aanzeggen van de zonde en bestraffing van het kwaad plicht. Maar als dan de conscientie is wakker geschud, en de straf is gedragen, dan moet de liefde haar recht hernemen. Dan mag het verwijt niet verwijderend blijven werken. Dan moet geduld, dan moet gedragen, dan moet teederder gevoel het hart weer vermeesteren, dan moet winnen en niet afstooten het doel zijn. En dan zwijgt ge van 't kwaad, dat u in uw kind verontrustte, om den band weer aan te trekken. Een zwijgen in uw liefde.

Zoo was 't ook met Israël geweest. Eerst het spreken Gods in zijn toorn. Toen de straf. En toen de uitredding. Maar bij die uitredding dan ook het zwijgen van Jehovah in zijn liefde.

En naar dien regel gaat het nog met Gods volk op aarde toe.

Als natie is Gods volk losgelaten. Het at zich aan Goigotha den dood. Maar sinds verzamelde de Heere zich een gekocht, een verkregen voik, dat nu reeds bijna twintig eeuwen lang over de aarde verspreid is. En ook bij dat volk herhaalt zich de geschiedenis van het oude volk van God. Ook hier gedurig breuke door ontrouw, verachtering en afval. En dit duurt tot het Gode belieft, zijn volk door lijden weer te heiligen. Het door zijn Woord weer te verwakkerea. Het terug te doen keeren tot de oude paden. En het weer in zijn gunste naar zijn heilige tente terug te roepen.

Ook in onze dagen is die gunste beleefd. i Wat was een eeuw geleden de afval niet ver voortgeschreden ! Hoe scheen 't niet, of 1 ook in ons land het volk des Heeren der ' verdwijning nabij was. Harde tuchtiging was ' over ons gegaan. Bange verschrikking was over ons gekomen. Maar in zijn toorn ge- < dacht de Heere ook toen des ontfermens. Uit- ! komsten, waarop niemand meer hopen dorst, < werden op verrassende wijze ons deel. Wat onderlag, kwam er weer boven op. Zegen c werd weer ingedronken. *

En nu geeft onze God het ons, dien beker ' der verlossing weer in vreugde en blijdschap s met volle teugen in te drinken. Ook aan ( ons wordt het vervuld, wat de Heere tot c Zephanja sprak: „De Heere uw God is in 1 het midden van u, een Held die zal ver- I lossen. Hij zal over u vroolijk zrjn met blijdschap, Hij zal over u verheugd zijn ' met gejuich, en . . . Hij zal zwijgen in zijn è liefde.

AS dragen we de oude zonde nog met c ons om, en al zijn we de kinderen der \ vaderen, die Hem verlieten, Hij verwijt 't ^ ons niet meer, Hij toornt niet meer, maar g doet ons juist daardoor het heil genieten, dat (

flikkering meer van toorn. Dan niets dan de zalige koestering van zijn Goddelijke liefde. Gij verstaat dit dan niet, omdat ge uw afval gedenkt, en ducht dat uw God u dit na zal houden. Maa* r t doet uw God niet. Hij weet 't ook wel, ja Hij weet 't beter dan gij zelf. Maar hij spreekt er niet meer van. Hrj zwijgt er van. Hij zwijgt er van in zijn liefde.

#fficterie

Classis Breukelen,

De Kerken in de classis Breukelen worden ter classikale vergadering genoodigd D.V. op Donderdag 25 Aug. e.k,, des morgens te 9I/2 ure, in de consistoriekamer te Breukelen.

Punten voor het agendum worden vóór of op 11 Aug. ingewacht bij eerstondergeteekende.

Namens de roepende Kerk van Kamerik: J. v. d. Bijl, voorzitter. W. Meyer, scriba.

Kockengen, 27 Juli 1910.

Kort verslag van de particuliere Synode van Utrecht, gehouden te Zeist op 8 Juni 1910.

Nadat de vergadering namens de roepende Kerk van Bceukelen door Ds. Veder is geopend en de credentialen in orde zijn bevonden, wordt tot praeses verkozen Ds, Klaarhamer, tot scriba Ds. van Loo, tot assessor Ds. Donner.

Ds. Schoonhoven wordt aangewezen, om te zorgen voor het persverslag, terwijl aan den Dienaar van de roepende Kerk, Ds. Veder, en aan de Pastor loei, Ds. Verhoef, zitting wordt verleend als adviseerende leden.

Na lesing en goedkeuring van de acta der vorige Synode wordt besloten, aan een emerituspredikant op zijn verzoek weer denzelfden steun te verleenen als een vorig jiar.

Op verzoek van de Deputaten voor het verband tusschen de Geref. Kerken en de Tneologische

Theol. fac. der Vrije Universiteit wordt aan deput. ad examina een opdracht gegeven.

Een voorstel van deput. art. 11 en 13 D. K. O. tot betere regeling van het percentage, wordt gerenvoyeerd naar kerken en classes; deput. zullen daarbij voegen een uitgebreide memorie van toelichting.

Een bezwaarschrift uit een der kerken wordt in handen gesteld eener commissie, met opdracht te trachten verzoening tot stand te brengen, en gelukt dit niet, op de volgende synode te komen met rapporten en conclusie.

Een voorstel van een der classes om de onderscheidene deput. uit het ressort der classes te continueeren, wordt teruggenomen.

Een voorstel van de classe Gorinchem, gesteund door de classe Schiedam, wordt eenigszins gewijzigd aangenomen. Het voorstel houdt in, aan de Generale Synode te verzoeken dat zij er bij de hooge Overheid op aandringe om weder in onze wetgeving op opzettelijken doodslag de doodstraf te stellen.

Een voorstel van een der classes „om te overwegen of verandering in de werkwijze der Generale Synode wenschelijk is ? en zoo ja, op welke wijze?" wordt terzij gelegd.

Een voorstel van 't bestuur van 't Prov. weeshuis te Middelharnis om een eere-lidmaatschap te creëeren, wordt niet ontvankelijk verklaard.

Benoemd werden tot Prov. quaestor br. J. Singels; sec. Hazelzet; tot archief-bewarende kerk Rotterdam; tot het nazien der administratie van het weeshuis de brs. Singels en Stans; tot bestuurslid van het weeshuis Plantenga, sec. Scherpenzeel; tot generaal zending-deputaat Ds. Siuijter; tot curator der Theol. School Ds. de Jonge, sec. Ds. Bavinck; tot deput. inzake de Zending: voor de classe Birendrecht Dss. Goote en Hagen, primus; Runia en Smeding, sec.; voor de cl. Brielle Ds. Kok, primus; v. Lummel, sec.; voor de cl. Dordt Dss. Schoecnakers en W. Meynen, prim.; Dss. v. d. Kamp ;n Dam, sec.; voor de cl. Gorinchem Ds. C. Lindeboom, prim.; Ds. Verrij, sec.; voor de cl. Rotterdam Dss. van Herwerden en Kreijt, prim.; Dss. v. d. Velden en Hoeneveld, sec.; voorde

met gejuich, en . . . Hij zal zwijgen in zijn

ons om, en ai znn we de kinderen der

vaderen, die Hem verlieten, Hij verwijt 't ons niet meer. Hü t-onrnf nïAf mAAf mi 14»

uuj x-ivygi m zijn uejae.

Zóó vergaat het Gods volk, en niet anders vergaat het elk kind van God in zijn persoonlijk leven.

Ook bij u persoonlijk is 't alles enkel genade, louter verkiezing. Niets uit u, uit Hem is t alles. En nu gaat 't ook in uw leven op cn neder. Na aangrijping en verwakkering heerlijke tijden van trouw en geloofsuiting. Maar dan weer komt de inzinking. Verflauwing die u doet inslapen. Passie der zonde die u vermeestert. Afdwaling en verwijdering. De wereld meer dan Jezus in uw hart. Tot God u stuit op dien verkeerden weg. Tegen u toornt en u verlaat, of ge in die verlatenheid uw God weer mocht zoeken. En dan komt de ure, dat ge uit de ballingschap weer terugkeert naar Sion, en daar uw God terugvindt.

Maar dan geen verwijt meer, geen na-

tusscnen de Ueret. Kerken en de Tneologische Faculteit der Vrije Universiteit zal de Synode haar deputaten ad examina herinneren aan hun roeping, om eventueele opmerkingen bij peremptoire examina van candidaten der Vrije Universiteit gemaakt, ter kennis te brengen van voornoemde deputaten.

Uit een schrijven van de Kerk van Veenendaal blijkt, dat de buurtschap Achterberg in de gemeente Rhenen bij onderlinge schikking tusschen de Kerk van Arnerongen, op welke rechtens de zorg van de nog niet ontkomen Kerk van Rhenen rust, en de classis Utrecht eenerzijds en de Kerk van Veenendaal anderzijds, ter bearbeiding blijft toevertrouwd aan de Kerk van Veenendaal, met welke schikking de Synode instemt.

In zake het hulpbetoon naar art. 13 K. O. wordt besloten, de classis Amersfoort met een bedrag van / 6:0 en de classis Breukelen met een bedrag van ƒ 630 te steunen.

Op het verzoek van de classis Utrecht, dat wegens late inzending niet op het agendum was geplaatst: „om te overwegen het voorstel om aan te dringen bij de Hooge Overheid op invoering van de doodstraf, afschaffing van de vaccinatie, bevordering van Zondagsrust, en aan

1 De Synode zal de Classis uitnoodigen, naai aanleiding van het voorstel der Classis Woerden . inzake een Diaconaal Ondersteuningsfonds ter t verpleging van behoeftige patiënten in Stichtin. gen van Barmhartigheid, te overwegen, op welke ï wijze de kerken elkander het best kunnen steunen in de verpleging van behoeftige krant ken, opdat deze zaak op de volgende Synode t kan worden behandeld.

\ Ds. Meyering brengt rapport uit als Deputaat 1 voor de Generale kas naar art. 11. Als secundus

deputaat wordt benoemd Ds. Dalhuijzen. : Nadat de Voorzitter de roepende kerk heeft i bedankt voor haar gastvrijheid en de assessor den voorzitter den dank der vergadering heeft , overgebracht voor zijn uitnemende leiding, sluit : de voorzitter de synode met dankgebed. [ Op last der synode:

1 F. W. Grosheide, scriba.

.

Duitschland. Anarchistische toestand van de landskerk van Baden.

De Opperkerkeraad der Evangelische landskerk van Baden, al is hij niet wat men in Duitschland „positief" noemt, is toch vervuld met zorg over de ontwikkeling der kerkelijke toestanden. Hij klaagt er over, dat niet het minst bij de predikanten een streven gevonden wordt om het gezag te niet te doen en de orde te verstoren. Daarom werden de predikanten vermaand zich aan de tucht der gehoorzaamheid te onderwerpen, door zich willig te voegen, ook wanneer men meent dat de bestaande orde de persoonlijke behoefte aan vrijheid meer dan lief is beperkt. Dat dit moest uitgesproken worden, heeft men op velerlei wijzen uitgelokt. De ordeningen omtrent het gebruik der pericopen, het afnemen van belijdenis, het leiden der Godsdienstoefeningen, het bedienen der sacramenten, worden op zijde gezet. En het kerkbestuur verstaat niet, hoe men zulk doen in overeenstemming brengt met de belofte, die gedaan werd bij de aanvaarding van het ambt. Met allen nadruk wordt er daarom op gewezen, dat geen predikant bevoegd is van de gegeven voorschriften af te wijken zoolang deze geldig zijn.

Maar vele moderne predikanten hebben het kerkbestuur te verstaan gegeven, dat zij zich aan vermaan niet wenschen te onderwerpen. Een hunner schreef o. a. in de Frkf. Ztg., dat sedert lang liberale predikanten met het oog op hun geweten en op dat hunner gemeenteleden zich bij het gebruik der formulieren vrijheden veroorloven; ook bij het gebruik der 12 artikelen doen zij dit, daar het voorlezen van die artikelen in den voorgeschreven vorm door velen voor een druk op hun geweten of als een onoprechtheid tegenover TIe gemeenteleden gehouden wordt.

In het Ev. Prot. Kirchenbatt schreef een predikant, dat de vrijheid door sommige der jongere predikanten in zekere mate misbruikt werd, maar de oudere leeraars moeten het recht hebben over andere teksten te preeken dan voorgeschreven is, voorgeschreven gebeden niet te doen, den doop en bevestigingsplechtigheid „vrij" te verrichten, wanneer daartoe een subjectieve „inwendige drang" aanwezig is. Waarom neemt men andere teksten? Wijl wij over vele teksten niet kunnen prediken. Zij liggen te ver van ons persoonlijk religieus leven en van het denken der gemeente. Wij hebben onzen besten tijd noodig om den moeitevollen arbeid te verrichten, een brug te bouwen over de kloof, die ons denken van dat van een Paulus op' vele punten scheidt." Waarom houdt men andere gebeden dan die door de formulieren voorgeschreven zijn? „Omdat het gebed zoowel als de prediking uitdrukking van inwendige ervaring en van eigen overtuiging zijn moet".... „Hoe meer wij de vreugde en zorgen op den doop- en bevestigingsdag mede doorleven, des te meer staan wij vrij tegenover het formulier; wij gebruiken het formulier als een leiddraad, waarin wij echter ons eigen leven leggen."

Wat de herinnering aan de belofte die men aflegde bij het in dienst treden van de kerk, betreft, zegt dezelfde moderne predikant: „Wij waren jonge menschen toen wij dit beloofden. Wij hebben de letters en woorden van die belofte zeer zwaar opgenomen. Maar van lieverlede bemerkten wij de tweespalt tusschen de woordelijke beteekenis dier gelofte en de overtuiging, waartoe de geestelijke machten van onze Evangelische kerk ons ophief, en nu ontstond er een conflict, waardoor wij vragen moesten: wien zijn wij meer gehoorzaamheid schuldig, de letter der belofte en de daarmede saamhangende vormen, inrichtingen, voorschriften onzer kerk, of den God in ons geweten? Wij gevoelen de bestaande spanning, zij doet ons pijnlijk aan." Daarom doet de Opperkerkeraad verkeerd, wanneer hij de liberale predikanten :en defect in het geweten verwijt, daar zij toch boo eerlijk en waar gestreden hebben en beïeerscht worden door het geloof uit een goed 5eweten te verzekeren".

Deze moderne predikant ziet niet in, dat als lij de vrijheid neemt de formulieren enz. te veranderen, de gemeente van hare vrijheid jeroold wordt en afhankelijk gemaakt van setgeen heeren predikanten als resultaat van ïun denken haar willen opdisschen. Het teekent >ok den toestand in de landskerk van Baden, lat wanneer de Opperkerkeraad een schrijven loet uitgaan om te herinneren aan hetgeen de jredikanten op zich genomen hebben te doen, laarop de predikanten het uitspreken, „wij toren er ons niet aan." Geen wonder dat men ran het „kerkelijk anarchisme" in Baden spreekt,

de komende Generale Synode te vragen dit aan

de iiooge U verheid te verzoeken , wordt besloten, het verzoek van de classis Utrecht door te '.enden naar de Generale Synode en het voorstel

zelve, wijl de Particuliere Synode er te weinig op voorbereid is, in deze vergadering niet te behandelen, maar de behandeling en beslissing over te laten aan de Synode van 19n.

De rekening en verantwoording van den quaestor wordt, na onderzoek door Ds. Donner en Ds. Roos, nagezien en accoord bevonden, en door de Synode goedgekeurd; de begrooting voor het komende Synodejaar wordt vastgesteld.

De deputaten voor art. 11 en 49 rapporteeren over een examen in de classis Breukelen, terwijl de deputaten voor de hulpbehoevende Kerken niets te rapporteeren hebben, wijl aan geen Kerk hulp behoefde verleend te worden.

De quaestor en de verschillende deputaten worden na dankzegging voor hun diensten gedechargeerd.

De volgende deputaten worden benoemd: quaestor, Br. J. van Zanten te Zeist. Voor art. 11 en 49 K. O.: Ds. K. Fernhout, H. A. van Andel en P. Roos; secundi: Ds. W. Verhoef, W. den Hengst en W. A. Willemse. Voor de generale kas van hulpbehoevende Kerken: Ouderling A. Fukkink. Voor hulpbehoevende Kerken: classis Utrecht: Ds. K. Fernhout, secundus Ds. H. Buitenhuis; classis Amersfoort: Ds. A. M. Donner, secundus Ds. H, Teerink; classis Breukelen: Ds. P. Roos, secundus Ds. J. van Loo.

De Kerk van Zeist zal de volgende particuliere Synode bijeenroepen te Zeist.

Na vaststelling van het persverslag wordt de vergadering gesloten na dankgebed van den praeses.

Op last van de Synode:

J. Schoonhoven.

Particuliere Synode van Z.-Holland (Zuid. ged.) gehouden 8 Juni jl. te Birendrecht.

Moderamen: Ds, Vonken berg, praeses; Ds. Bavinck, assessor; Ds. Berends, scriba en Ds. Hoeneveld, adj scriba.

Een verzoek van een em. pred. om finantieelen steun wordt ingewilligd.

Naar aanleiding van een schrijven van de deput. voor de oefening van het verband tusschen de Geref. Kerken in Nederland en de

cl. Schiedam Dss. Goslinga en Siuijter, prim.; Dss. Meynen en Goris, sec.; tot deput. inzake art. 49 D. K. O. cl. Barendrecht Ds. Vonkenberg, prim.; Ds. Smeding, sec.; cl. Brielle Ds. Aalberts, prim.; Ds. Esselink, sec.; cl. Dordt Ds. W. Meynen, prim.; Ds. v. d. Kamp, sec.; cl. Gorinchem Ds. Kaptein, prim.; Ds. Reyinga, sec.; cl. Rotterdam Ds. v. d. Brink, prim.;Ds. Bavinck, sec.; cl. Schiedam Ds. Siuijter, prim.; Ds. Greijdanus, sec.; tot deput. voor art. 11 en 13 D. K. O. cl. Barendrecht Ds. Goote, prim,; Ds. Mulder, sec.; cl. Brielle Ds. Mol, prim.; Ds. Kok, sec.; cl. Dordt Ds. de Jonge, prim.; Ds. Meijnen, sec.; cl. Gorinchem Ds. Reyinga, prim.; Ds. Kaptein, sec.; cl. Rotterdam Ds. v. d. Brink, prim.; Ds. Visser, sec.; cl. Schiedam Ds. Berends, prim,; Ds. Jonkers, sec.

De cl. Brielle werd aangewezen ter samenroeping der e. k. Part. Synode van Z.-Holland ten Z.

Op last der Synode voorn.:

Berends, scriba.

Kort Verslag van de Particuliere Synode van Z. Holland (Noordel. Ged.), gehouden te Leiden, 14 Juni 1910.

Namens de roepende kerk opent Ds. Rudolph de vergadering, laat zingen Ps. 43 : 3, gaat voor in gebed en leest Ps. 99. Uit de credentiebrieven blijkt, dat al de classes wettig zijn vertegenwoordigd.

In het moderamen worden gekozen: Ds. Js. v. d. Linden, Praeses, Ds. J. J. Impeta, Assessor, Dr. F. W. Grosheide, Scriba en Ds. G. Dalhuijzen, Sub.-Scriba.

Medegedeeld wordt, dat de notulen der vorige vergadering, door het moderamen daartoe gemachtigd, zijn nagezien en goedgekeurd.

De Commissie, benoemd door de roepende kerk, rapporteert, dat zij heeft nagezien en accoord bevonden de boeken van Deputaten voor Art. 11 en 13, Deputaten voor Art. 19 en deu Quaestor.

Ds. Meyering rapporteert namens deputaten voor Art. 11 en 13, Ds. Eerdmans namens die ; voor Art. 19, Voor het volgend jaar kan een nieuwe alumnus, die nog met de gymnasiale studiën moet beginnen, worden aangenomen. Oproepingen zullen in de bladen verschijnen. Dr. J, C. de Moor brengt verslag uit als Curator 1 der Theologische School. (

Vervolgens wordt besproken verslag en reke- 1 Ding van het Weeshuis te Middelharnis. De j Synode draagt haren deputaten op om br. A. i W. Schippers te Vlaardingen uit te noodigen 1 deputaten als adviseurs ter zijde te staan. ( Aan het verzoek van een rustend Predikant 1 zal worden voldaan. (Pauze.) <

De Voorzitter heropent de Synode door te j laten zingen Ps. 81: 12. j

Tot Curator der Theol. School wordt her- \ benoemd Dr. J. C. de Moor, sec. Ds. T. Sap. « Verder als Deputaten voor Art. 11 en 13. z Ds. Dalhuizen, Meyering, Van Minnen, Van 1: Ier Heyden, secundi Ds. Van der Wal, Van g Binsbergen, Schoemakers, Van Dijk.

Voor Art. 49 Ds. Van der Linden (sec. Gros- h ïeide), Rudolph (sec. Impeta), Schoemakers * 'sec. Brouwer), Dalhuizen (sec. Sap). t

Voor Art. 19. Ds. Eerdmans, Van Dijk, Van b Ier Voet, Oosten. b

Besloten wordt, met het oog op de e. k. c Generale Synode gedurende 2 jaren bij den c luaestor / 450 te storten, de 2e bijdrage vóór c \.ug. 1912. p

Aan het verzoek van Deputaten voor het d rerband der kerken met de Theol. Fac. der s V. U, zal gehoor worden gegeven. v

Sluiten