Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$erastf

foan öe

Het auteursrecht van den inhoud van dit blad wordt verzekerd overeenkomstig de wet van 28 Juni (Staal^uid

Dit blad wordt geregeld des Vrijdags aan de geabonneerden verzonden.

Bijdragen van medewerkers, ingezonden stukken en alles wat verder den inhoud van dit bind betreft, te adresseeren aan de REDACTIE. Abonnementen en Advertentiën aan de AD21ISSÏSTMÏÏE; Bureau: Waricoessïraat 88, te Amsterdam.

Inzendingen, die later dan Donaerdag 's namiddags te 12 uren worden ontvangen, kunnen voor het nummer van die week niet meer in aanmerking komen.

Zondag 20 Augustus 1889. N°. 1130.

üiinnnKTnffliifsnriis: franco aan huis, per drie maanden / 1.20, voor het Buitenland

per jaar f 6 bij vooruitbetaling. Afzonderlijke nummers aan het Bureel iO Cent Abonnementen worden aangenomen door alle Boekhandelaren, Postdirecteuren enz en aan het Bureel te Amsterdam.

Advertentiën: van tot 6 regels ƒ1.20, voor eiken regel meer 20 Cent. Aanvragen en vermelding van liefdegaven en Verslagen van vereen. 12 Ct.p. regel.

55

ijoiïêi iian gieten."

En andermaal antwoordende, zoo zeide ik tot hem : Wat zijn die twee takskens der olijfboomen, welke in de twee gouden kruiken zijn, die goud van zich gieten ? Zach. 4:12.

In niets kan het verbazen, dat de dorst naar goud onder „menschen zonder heilige zelf beheersching" tot zulk een alles verterenden hartstocht kan opvlammen.

Het goud is, van welke zijde men het ook beziet, zoo kostelijk in zijn eigenschappen. Het goud is een zoo eenig kunststuk in de schepping Gods. Wat men gebazeld heeft, dat het uitsluitend om zijn zeldzaamheid zoo hoog werd geschat, berust op onkunde. Al "werd het in de eeuw die we eerlang intreden, overvloedig als het ijzer of koper, toch zou het even hoog boven

alle andere metalen om zijn ïnneriijKt uitnemendheid blijven uitschitteren.

Wat de Heilige Schrift ons van het goud zegt, stemt hiermeê overeen. Reeds van het Paradijs lezen we, dat de Pison er het goudland omzoomde, en er staat bij : „en het goud van dit land is goed", en het wordt in éénen adem genoemd met den Bedólah, als keursteen en den Sardonix als edel-

!Tp«fppnte.

En als in Openbaringen 21, na den oordeelsdag, en bij het ingaan van het rijk der heerlijkheid, het Jeruzalem dat van den hemel nederdaalt, wordt _ geteekend, dan wordt wederom het goud in één adem met „den steen Jaspis, blinkende gelijk kristal" genoemd, en ons van dat nieuwe Jeruzalem betuigd: „de stad was zuiver goud, zijnde zuiver glas gelijk."

Daar tusschen in ligt het rijk van Salomo, tvne van de heerlijkheid die komen zou,

en ook Salomo wordt ons voorgesteld als in 't goud van Ophir zich badende. In zijn dagen was het goud als koper geacht.

Met den tint van het goud heeft God zijn starren aan het firmament overdropen, en de zon schittert ons in goudgloed tegen.

De kroon, zinbeeld van de majesteit des Heeren, moest van goud, met keurgesteente, overdekt zijn. Een gouden kroon zou op het hoofd zijn van Jozua, den zoon van Jozadak, den hoogepriester, beelddrager van Messias, die komen zou. En van dien Messias zeiven zegt Psalm 21 : „Op zijn hoofd zet Gij een kroon van fijn goud."

Ja, zoo hoog staat in de waardeering der Heilige Schrift het goud, dat ook lipt- crppqteliik-heilife ons in het beeld van

«**»« fc> J O

het goud geteekend wordt. Of zegt niet de Engel tot Zacharias, dat de opzameling van de krachten des Heiligen Geestes in „twee gouden kruiken geschiedt, die goud van zich gieten" ?

het goud aangewezen om die teekenen te vormen. De kroon van goud op het hoofd

des konings. JJe keten van gouu om ucu hals der hoogste machtdragers onder hem. De zegelring van goud aan de rechterhand.

ö . 0 . 0 , A ivi

De gouden ring van trouw dij net nuwenjK. Maar hiernaast staat de valsche aandrift,

om zich het van zijn Paradijs-schoon be¬

roofde lichaam door gouden sieraaien een schoonheid te hergeven, die het nu mist.

Hoe lager de mensch zonk, en hoe minder waardij hij voelde over te hebben gehouden, hoe meer hij tot dien gouden opschik van het lichaam neigde en nog neigt.

Op zichzelf is de mensch in zijn Paradijsschoon veel edeler dan het fijnste goud. Een

enkele nobele gelaatstrek siert uenmaai meer dan al het goud waarmede ge u omhangen wilt.

TVTao r m 7r>nHp crpynnk'pn. Vd'loor CIC mellSCh

het diamant in zijn wezenstrekken en het keurgesteente in zijn oog. E11 aldus verarmd, en toch met de heugenis van een hooger waardij in zich, grijpt hij nu naar het goud, 0111 een vergoeding te vinden voor wat hij verloor, en vooral bij laagstaande volken, en smakelooze goudbezitsters, ziet ge dan telkens hoe de gezonken mensch zich met zijn

rr/"M 1 f 1

iiiioui""" »■ •

Bij den neger die geen of weinig kleeding aantrekt crmid in het oor. in den neus, in de

linnen nm het voorhoofd, en bii de par-

'Ti ' ' "

venu goud aan lijf en kleed, waar maar

goud hangen kan.

Bij de Christenvrouw wordt dit anders.

Zij kent de oorzaak van haar inzinking, en weet ook, wanneer en door Wien de heerlijkheid terugkomt, en daarom zoekt zij haar versiersel, niet in „vlechtingen des haars en in het omhangen van goud" (1 Petr. 3 : 3), maar „in het onverderfelijk versiersel van een zachtmoedigen en stillen geest,

die kostelijk voor bod is.

Wat zag Zacharias?

Een gouden kandelaar, beeld van de gemeente des Heeren. Die kandelaar had,

naar het heilige getal, zeven armen, eu elke arm eindigde in een luchter, die een gouden vlam gaf. En in elk dier zeven luchters werd de vlam gestadig gevoed door twee gouden oliekruiken, die goud van zich uit in de zeven armen van den kandelaar goten.

Het is alles goud. De kandelaar, zijn zeven armen en zeven luchters, de twee oliereservoirs die hem voeden, en goud ook de olie die hem toevloeit.

Dit laatste nu wordt aan den werkelijIren crnn dflans van fiine olijfolie ontleend.

Die olie, op zijn fijnst genomen, schittert f»n erlangt als vloeiend goud voor het oog.

En met terugslag hierop zegt de Engel, dat het ook in de geestelijke bewerktuiging van Jezus' gemeente, alles kostelijk als goud is.

Die olijfboomen beelden de werkingen des Heiligen Geestes af. De krachten die door die werkingen ter beschikking van de gemeente komen, worden in gouden reservoirs gedrupt, daar opgezameld, en gieten zich in goud-tint uit die gouden kruiken in de gouden luchterarmen van Jezus' gemeente uit.

Een beeldspraak met geen andere strekking, dan om die krachten en werkingen des°Heiligen Geestes in waardij boven alles te stellen.

Maar zóó dan toch, dat het metaal-goud in het oog des Heeren het zuiverst die hooge waardij van de schatten des Heiligen Geestes afbeeldde.

Tnrh «-.huilt de proote orikkel van het

goud, waardoor het zoo onverzadelijken hartstocht opwekt, thans vooral in zijn

koopkracht.

Goud is nu vooral symbool van de geldmacht.

Men. spreekt van knielen voor het „Gouden Kalf." Ten onrechte, Israëls offeren aan den gouden var had met gelddorst niets uitstaande. Het was het grijpen naar een zienlijk voorwerp van aanbidding, toen men zijn geloof dermate voelde zinken, dat men den Onzienlijke niet meer grijpen kon.

Toch ligt er dit ware in, dat hun goud hun god is geworden. Dat goud hun alles

ö « 1 • tt

geven kan wat ze wenscnen, zien ze. voor goud is op aarde ten slotte alles veil. Maar dat God veel rijker is, en veel machtiger om te helpen, zien zeniet. Ze kennen maar een leven van 70, 80 jaren. Dat ze daarna nog eindeloos bestaan zullen, vergeten ze, en dat in die eeuwigheid hun goud hun niets, God hun alles kan schenken, daar denken ze niet aan.

Voor veel Christenen zelfs is dat hinken van de ziel tusschen hun God en hun goud nog blijkbaar uiterst pijnlijk.

Ze bidden wel, en o, ja, ze vertrouwen wel op God, maar op hun goud toch eigenlülr nn» vppI sterker.

t i j . 0

Dat komt aan niets zoo sterk uit, dan als ge ziet, wat moeite het hun kost, voor de zake van hun God hun goud ten offer te

brengen.

IpiniflipHpn voor de zake Gods. des¬

noods, maar iets groots, iets waar goud in zit, veel goud, daar missen ze de zedelijke marht vooi'

Goud is zoo heerlijk, en God zal hun j toch wel genadig zijn.

Waarom bidden zulke Christenen en

Christinnen niet vast eiken morgen en eiken

i r 1 1 1 11.

avond, oi vjroa ze toen van nun «roua ios

m nrhf maken?

Arme slaven, zeiven kunnen ze het niet.

1 ï rr#=>n Gppsf-ps. die nofr een ander en beter,

een nóg hooger goud uitgoten, goud dat

inwendig verrijkt en goud Jat ae eeuwigheid verduurt.

En net is die tweeeriel hooger qüaliteit, die hier alles beslist: inwendigen eeuwig.

Wie een hart van goud heeft staat zooveel hooger dan wie met een door zelfzucht ingekrompen hart, goud bij de Bank heeft liggen.

Adel van ziel, leven in hooger idealen, overvloeien van liefde en toewijding, eerlijk, trouw en rechtvaardig zijn, heerschen over zijn tong en zijn hartstocht, ingaan in hp nrpmppnQrhan met ziin God. het liefde¬

leven met zijn Heiland kennen, en zijn schat

in rip hpmplpn hphhen. is OOK gouu. ouu

ons nit Hp nlipln-nikpn van den Heiligen Geest

toevloeiende, maar goud dat we in ons hart

1 1 j. .1 _ _

en niet in onze beurs aragen, en aai aaarom zooveel hooger staat.

En ook als wie veel goud opzamelde sterft buiten Christus, dan sterft hij als een hond, en gaat doodarm de eeuwigheid in, maar wie goud uit de oliekruik van den Heiligen Geest ontving, verliest niets, als hij ten grave daalt, maar gaat juist dan eerst tot zijn vollen rijkdom in.

bn dit nu juist is de kunst der neinge Schrift. Als God ziet, hoe de mensch aan

zijn goud vastzit, dan vaart de Jrleere met tpp-pn dat cnnrl Haf' Hii zelf SchieD. uit.

—- ^ , J X ' '

maar leidt Hij u door die gedachte van het

goud zeil op tot het goud van een nooger orde, of zoo uw ziel door dat nog edeler goud mocht bekoord worden.

Niet arm. rhk wil de Heere u maken,

maar met een goud, dat Hij u niet omhangt, maar met een goud dat Hij in uw 71 pl ineript. niet met een goud waarop straks

uw erven azen, maar met een goud, dat

hen te rijker achterlaat, als gij net in ae eenwierhetd met: u neemt.

Want deze wet geldt hier : "Als een vader of moeder goud van binnen hadden, hebben ze door hun voorbeeld ook hun kinderen verrijkt, misschien voor eeuwig.

Wie daarentegen aan het goud der aarde vastzat, heeft juist daardoor het rijk worden voor eeuwig voor zijn eigen, lieve kinderen, althans bemoeielijkt.

ramen zullen regelen de volgorde waarin de rmHprepheiHpne nnnten van de Agenda, zullen

worden behandeld. Voorts zullen deze zelfde

hmprlpr<; ppnp voordracht doen voor de corn-

ini'ccip's die de verend erin ff zullen dienen van

praeadvies. Dit wordt goed gevonden. Echter

t . i 1„ 1-.ci

met aien versianuc, uai uij punten aan de behandeling der rapporten voorafga 't vragen aan de afgevaardigden der parti-

1 • ri ï _ « J J n Airor rliA

culiere öynoaen wat uuur uc u»,

punten werd geoordeeld.

w, -u^r^rr „rr.rr!ï l-ipl.i<;t met de samenstelling

IJl. 1'V/IUK -

Generale Synode

VAN DE

Gereformeerde Kerken in Nederland.

Staat zelfs naar de

lige Schrift het goud verwonderen, dat de den sieradiën gesierd Er is hierin een aandrift.

Voor zoover aan moeten zijn van een

schatting van de Heizóó hoog, kan het dan

mensch zich met gouheeft ?

ware en een valsche

den mensch teekenen hooge waardigheid, is

Maar dan beziele zich dit gebed ook

door het luisteren naar wat de l^ngei spraic, dat er een ander, en nog beter goud is, en Hat Hit crnnd uitffecroten wordt uit de gou-

Ö C ö

den oliekruiken des Heiligen Geestes, die vnnr fr-ncl staan.

Zeker, geringschatting.van het goud der

aarde is niet naar de öcnritt. ue juoonprqrhpn die het dreven, ziin geëindigd

met veelal „geldmannen" te worden, en

«/•..« 1 1 1

hoe het gelooi onuer nen wegsionic, is

openbaar.

De Gereformeerden deden aan dat afgeupti nn het aardsche sliik nooit mede. Ze

. ~ x —•>

legden zich met de borst ook op hun aardsche

zaken toe, en winst nebben ze nooit versmaad. Alleen maar ze schatten het goud der aarde en het goud des Geestes elk in zijn orde.

De orde van het goud der aarde was, ook naar luid van de Heilige Schrift, hoog, maar toch was er nog hocger.

Er waren ook de oliekiuiken des Hei-

BIDSTOND Maandag 14 Augustus 1899.

Aan den vooravond van de Generale Synode

te Groningen, werd in de ruime /.uiderkerk

eene ure des uebeds gehouden, voorganger was Ds. J. van Andel, predikant te Gorinchem.

In eene scnoone reue, naar aamcmuig van

Jer. 6 : 1 om. „kn vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij en wandelt daarin",

herinnert A vv.t. de gemeente en ïnzonueiuciu de straks in Synode vergaderde broederen aan de heilige beginselen, waarin onze kracht schuilt,

terwijl hij den wensen uitspreekt dat ae icuen der Synode zich ook door die beginselen zullen

laten leiden. Daarna smeekt Ds. van Andel

den zegen des Heeren over de Synode en de Gereformeerde kerken in Nederland af. Eene zeer groote schare was bij deze liefelijke ure

tegenwoordig.

Dinsdag 15 Augustus 1899.

Morgenzitting.

t#* t r\ 11 rr* w prH He. eerste zitting* der Svnode

in c\p F.hhincrelcerk gehouden. Dit fraaie kerk¬

gebouw was op keurige wijze tot vergaderzaal

• i . tt.j _1_i... .-n 'f T\ f A /a vi m & r*

mgericnt. iiei piatvuuii, waa-iup t iuv/uv,x»uiv« r-froVe rxloofc ic\ 11 -nemer» en Wftaron I1U de drie

nixaao ^ r _ r

Gereformeerde predikanten van Groninger; i^Ds.

-ir-v 1 . a ... t~v _ ut :~\

Kouwenhoven, us. i^angnoui en jus. vvc&icruuib; marpn ere/eten. was smaakvol met bloemen en

planten versierd, terwijl de preekstoel door

enkele draperieën aan net oog weru onuroKKen. n= WpQtprhnis verzocht te zingen Ps. 68 : 14.,

las Ps. 48 en hield eene belangrijke openings-

1 \t 1 < _1 ._ a 1 * 3 1 ^ 1» /-» -r-vr*«"00 dc /1 a r1 f/tqiro rt

reae. rsaaat ue ai^vaai-

digden hartelijk welkom had geheeten, doorliep Z. W. E. in korte trekken de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk in de stad Groningen. Na deze rede ging Ds. Westerhuis voor in den gebede.

Was hiermede de Synode geopend, de D. D. Kouwenhoven en Langhout werden nu uitgennnHicrH He c.redentiebrieven na te zien. Uit

het rapport bleek dat nog één stemhebbend lid afwezig was.

Vervolgens werd overgegaan tot verkiezing

van een moderamen. us. van /vnuei weru gei-nvm tnt nrnesps. Ds. Hoekstra tot assessor.

Dr. H. H. Ivuyper en Ds. Westerhuis tot scribae.

1 i_ r*

Ds. van Anael aanKt ae kcikcii ie uruiimeen voor de zorgvuldige wijze, waarop zij de Agenda hebben samengesteld en voor de sierlijke inrichting van het Kerkgebouw. Vervolgens heet Z.W.E. de tegenwoordig zijnde adviseurs, Prof. Biestervelcl. Prof. Geesink, Prof. Lindeboom, Prof. Noordzij, Prof. Bavinck en Prof. Rutgers, en de afgevaardigden van de kerken in Oost-Friesland, Prof. Jaeger en Ds. Bronger, welkom.

Voorgesteld wordt dat de Hoogleeraren Noordtzij en Rutgers in overleg met het Mode¬

van het persverslag.

Middagzitting.

De adviseurs Ds. Donner en Ds. Klaarhamer zijn thans ook aanwezig.

De praeses stelt aan de orde letter b van de Agenda, Liturgie. .

-« t-\ mf • Hf» r»rr».

De bynoae van i^remc apia». ^ vinciale Synode vernomen hebbende, dat de

zittingen aer ^ -

crennend en eresloten met net

rebed voor en na de handelingen des kerkeo - 1 1 - - j „ ctrelrt tot

raads, en ooraeeienae, uai uit

wpncrht Hnt hierin verandering worde

ti — — -v t

gebracht. De broeders Ds. Dijkstra, Ds. Noor-

, t\ r r~* • 1. T> Pni-ffPrc (iiin.

aewier, rroi. oreesuiK, xiux. ^ 7

TT TT Knvner. Ds. Bos, 1 rot.

l/lsuuul, j-a. j x > ■

Wielenga en Ds. van Andel, nemen deel aan

de discussie.

In eene uitvoerige rede vraagt rrot. Kutgers ten iste welk gebed door Drente mag zijn bedoeld, daar 't gebruikte gebed er een is voor de kerkelijke vergaderingen, ten 2de of ooit, Hnnnppr mpt He wnnrflen van een ander, hetzii

van den tijdelijken praeses, gebeden wordt, van

1 i 1 enrol-f

iets anaers aan van een luimuncigcutu kan zijn, en ten 3de of niet uit de geschiedenis blijkt, dat het lormuliergebed eens eeuwenlang juist in den bloeitijd der kerken gebeden is en het zoogenaamd vrij gebed is ingekomen, toen er geestelijke inzinking kwam. Hiertegenover stellen anderen, o. a. Prof. Lindeboom en Ds. Bos, dat men de leiding des Geestes bij het gebed niet moge beperken en dat 't gebruiken geregel 1 van een formuliersgebed niet stich-

foliib- 1 c

L)é praeses stelt voor, dat Z.W.E. zich, wat de zaken betreft, houde aan de gebeden voor »i, ,->-1 Hp kprt-pliike vergaderingen, maar dat

hij vrij zal zijn deze gedachten in eigen woor¬

den weer te geven. Algemeen goeagevonueu.

De praeses stelt voor met de behandeling van de zaak der Zending a.s. Dinsdag een

-i 1 1

aanvang te maken. ooeageKeura.

Morcen zal met letter A van de Agenda

/T^ionef flpc Wr»r*rHc\ worden heconnen.

\ i-ziv/uov 1» wviviui " o

\ __ . „ /t. ' „ 1

Voor letter U wordt eene commissie ucuucmu. Eveneens voor de letter E en N. Zoo ook voor de letters F, I, G en K. Insgelijks voor de letters H, J, L en O. De broeders Ds. Hoekstra, B. Heyman en Ds. Kouwenhoven zullen de fmancieele commissie uitmaken.

Komt in behandeling punt 2 van letter B : de Synode stelle vast een authentieke tekst van de Formulieren van Eenigheid en de Liturgie. Besloten wordt dat 3 Deputaten zullen worden benoemd om aangaande de bekende uitgave van Prof. Rutgers op de volgende Synode rap-

ï-vnrf 11 if tfa V*rp-ncren

FU11- . , , j

Met warme instemming begroet de vergadering het voorstel van Prof. Noordtzij om het volgende telegram te verzenden.

Kruger, President Republiek Pretoria. Syn. Vori^r, NpHprlnnd betuier uw volk, in

moeilijkheden, hartelijke deelneming en bidt u

toe Gods genade tot oenouu uc» «icura, uuw volharding in geloof en rechtvaardigheid.

Insgelijks begroet de vergadering met adhaesie het voorstel van Dr. Wagenaar om aan Prof. Kuyper dit telegram te richten:

Prof. Kuyper. De Synode spreekt haar leedwezen uit over de smartelijke redenen in eigen lichamelijk leed en in spanning aan het ziekbed uwer gade, die u beletten tegenwoordig te zijn en bidt van harte beterschap toe.

De vergadering wordt door den praeses met

dankzegging gesloten.

f vvuriiL ver c vigu.y

ling zeer onbillijk en vraagt mag dit? Naardien deze zaak niet op deze Verg. thuis behoort, maar inzonderheid tot de Kerkvisitatie

of classis — wordt op dit punt met verder

ingegaan.

No. 2 van punt 8. „Mag eene Diaconie van hare gelden aan een Suppletiefonds geven, waaruit voornamelijk kinderen der gemeente worden gesuppleerd? Strijdt dit niet met de verantwoordelijkheid van de Diakenen voor de hun toebetrouwde gelden?" Zeist. Br. Balhuizen van Zeist wijst op een plaatselijken toestand. Er is namelijk te Zeist eene school opgericht door eene schoolvereen. op Gereformeerden grondslag, waar niet alleen kinderen der gemeente, maar ook kinderen van andere godsdienstige Protestantsche gezindten op gaan. De Geref. diaconie draagt een groot aandeel bii in de kosten van het onderwijs, wat zij op finantieel gebied best doen kan, doch nu vraagt zij: Is zij daarmede verantwoord en mag zij

V»Rf- Tïpctniir Haarvnnr crelHpn (tpvpii lmewel 7.11

— — ^ ---j

in dit bestuur geen zeggingschap heeft, en geen controle kan uitoefenen?

Br. de Lange van Leiden, meent van ia,

zoolang het bestuur aan de diakonie rekenplichtig is, terwijl br. C. Moll van Nijkerk aanraadt de kostende prijs te betalen, daar dit

naar zijne opvatting voordeeliger zal zijn, en tevens de Diakonie van de verantwoordelijkheid ontheven wordt, langer subsidie uit te keeren. Br. Blankenberg wijst op eene synodale bepaling, aangaande het oprichten van scholen door de ouders zeiven, en naar dien

hij meent, dat voor de school door br. minui,or. hprlnplrl rperls vier malen gecollecteerd

wordt, gaat het niet aan nog eens p. m. ƒ 300

0 t~1 i . j

QiiViGime te {reven. Hl', b. AWart van jx0u.eru.cuii

sluit zich hierbij volkomen aan, en geeft den

itrali D11

gehouden

6 Juli 1899 te Amersfoort,

in het Kerkgebouw der Gereformeerde Kerk aan de Langegracht.

No. 1 van punt 7 en no. 3 van punt 8 worden niet behandeld daar de inzendster (Culemborg) per brief meêdeelt, dat zij bereids antwoord op hare vragen ontving.

Aangaande No. 2 van punt 7. „Is net eene ^orAfnrmppn lp niarnnie (reoorloofd arme lieden

"uit te besteden in een stedelijk armhuis? Apeldoorn. Daar ook deze diaconie niet vertegenwoordigd was waardoor de bedoeling dier vraag niet kon worden toegelicht, wordt van derzelver bespreking afgezien.

Punt 8 No. 1. „Is het geoorloofd om de gelden die door den arbeid der liefde en barmhartigheid voor de Diaconie ten behoeve haier armen zijn saamgebracht, anders dan tot dit doel te gebruiken ?" Zaandam, wordt door broeder Kerkhoven ingeleid — en de reden waarom de Diaconie andermaal die vraag op hetAgen-

dum bracht, vmdt naar oorzaaK m eene zcci eigenaardige kwestie onlangs voorgevallen. Eene diaconie had namelijk een bedrag van pl. m. ƒ 200 als saldo over, en de kerkelijke administratie juist een te kort. Nu heeft men die ƒ 200 uit de Diaconale kas genomen, en die gestort in de Kerkekas. Zaandam vindt deze hande-

rcaH crppnp mihsidie meer te eeven. Ds. Don-

ner zich het moeielijke van aeze zaaK \oorstellende, wenscht dat Zeist van deze Verg. een antwoord mede krijge, waarop br. S. Zwart

,1 .1 J _ j

voorstelt de eerste vraag ontKennena, ae iweeae bevestigend te beantwoorden. Aldus wordt besloten.

Punt 9. „WTat is de beste wijze om de kas „der Diaconie (buiten de handreiking onder „den dienst des Woords) te sterken? Is het „verzamelen van gelden met inteekening op „een lijst ten behoeve der Diaconie in de Geref. „kerk geoorloofd. Enschedé A.

De afgevaardige van Enschede's diaconie verhaalt hoe zijne diaconie in moeielijke omstandigheden gekomen is, door eene noodige uitgaaf voor een gezin dat wel met de gemeente meêleefde, doch feitelijk niet tot de gemeente hehoorde. waarvan hii inmiddels de verklaar¬

bare redenen opgaf. Nu heelt de Diaconie wel bij de gemeente aangeklopt, en deze heeft

zich met onbetuigd gelaten, aocn dij ae veie nooden van verschillenden aard die door de

Diakonie te vervullen zijn, is de tmantieele hulp niet voldoende. Nu vraagt Enschedé mag zij bij personen buiten de gemeente staande, gelden inzamelen. Enschedé wordt aangeraden dergelijke zaken met haren kerkeraad te overleggen, en wat het rondgaan met open lijst betreft, de Verg. meent dit te moeten afkeuren.

No. 2 van punt 9. „Hoe te handelen met „gegoede lieden die voortdurend weigeren voor ^'kerk en armen bij te dragen." Gouda — wordt 'niet in behandeling genomen daar deze Con ferentie van oordeel is niet bevoegt te zijn deze vraag te beantwoorden omdat zij op den Kerkeraad thuis behoort.

Het 10de punt. De Centrale Diaconale Con¬

ferentie bezorge aan alle Diacomën de onderscheidene resoluties in hare Vergaderingen ge-

1 . 1 1 . T"» 1 ..

nomen. Assen — wordt door Dr. joeeicman

aanbevolen, doch na eemge discussie spreekt de Verg. uit dat het vooralsnog voor geene uitvoering vatbaar is.

Aangaande punt 11. „De Verg. spreke uit, of deze Centrale Diaconale Conferentie zal bestendigd blijven, zoo ja waar en wanneer zal zij weêr bijeenkomen? — Comité —neemt de Vergadering eenparig het besluit deze Conferentie te bestendigen, en nadat verschillende plaatsen van samenkomst worden genoemd, wordt de regeling daarvan aan het comité overgelaten. Voorts werden de broeders B. J. Lindeboom, W. Haaksma en C. F. von Meyenfeldt, die aan de beurt van aftreden waren weder

herkozen, en op voorstel van Br. ISiooteboom

van Utrecht zal in het vervolg de verKiezing vooraan op de Agenda worden geplaatst.

Het Agendum afgehandeld zijnde neemt de Voorzitter het woord om namens de Verg. beide predikanten en de diakonie van Amersfoort dank te zeggen voor de hartelijke ontvangst en betoonde toewijding waardoor deze Conferentie zoo uitnemend mocht slagen —en nadat een Psalmvers is aangeheven, wordt deze Conferentie gesloten, waarin Ds. Donner in gebed en dankzegging voorgaat.

C. F. von Meyenfeldt,

Secretaris,

Amsterdam. Juli 1899.

(Slot.)

Woos- K&ootwUks SeSittkn.

In hartelijken dank ontvangen. Ingekomen bij Ds. Houtzagers: Door Ds. H. Hoekstra te Arnhem, van Mej. E. P. te Maartensdijk ƒ 2.50; van den heer A. Timmers, Penningmeester van het L.-C. der Unie te Rotterdam, in de collecte gevonden voor Kootwijk bestemd ƒ 6; van den heer S. v. d. Brug te Woudsend ƒ 1, gevonden in de collecte; van Ds. J. Koppe te Beetgum, 1/3 Unie-collecte / 6.

1). nul.l-.-tmy-uun,

Kootwijk.

Penningmeester.

Sluiten