Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fcanite

Het auteursraclit van den inhoud van dit blad wordt verzekerd overeenkomstig de wet van 28 Juni 1881 (Staatsblad m 124.)

blad wordt geregeld des Vrijdags aan de geabonneerden verzonden, "ijdragen van medewerkers, ingezonden stukken en alles wat verder den inhoud van blad betreft, te adresseeren aan de BEDAGTIE. Abonnementen en Advertentiën de ADHINISTRATIE; Bureau: Warmoesstraat 96, te Amsterdam.

. Jnzendingen, die later dan Donderdag 's namiddags te 12 uren worden ontvangen, uönen voor het nummer van die week niet meer in aanmerking komen.

Abonnementsprijs: franco aan huis, per drie maanden f 1.20, voor het Buitenland per jaar ƒ 6 bij vooruitbetaling. Afzonderlijke nummers aan het Bureel 10 Cent.

Abonnementen worden aangenomen door alle Boekhandelaren, Postdirecteuren enz. en aan het Bureel te Amsterdam.

Advertentiën: van 1 tot 6 regels f 1.20, voor eiken regel meer 20 Cent Aanvragen en vermelding van liefdegaven en Verslagen van Vereen. 12 Ct. p. rege

35

aïle natiën'

Sta op, o God, oordeel het aardrijk; want Gij bezit alle natiën. Psalm 82 : 8.

. Het gaat in het groote Verlossingswerk j-lel voor ziel. Kind voor kind wordt tot Vaderhuis toegeleid. Reeds de uitverklezing drukt op elk uitverkorene een pers°onlijk stempel. En gelijk in de natuur 2fien twee bloemknopjes aan eenzelfde struik,

geen twee bladen aan eenzelfden ~°om en geen twee starren aan het ééne 'Ttiament gelijk zijn, zoo ook zijn er onder e vrijgemaakten des Heeren geen twee v°ltnaakt eender.

De rijkdom, de overvloedige heerlijkheid yan de mogendheid onzes Heeren schittert 'n het eindeloos anders-zijn van zijn schep-

> de mogendheid onzes Heeren schittert

e'en, in de nooit eindigende schakeering Van wat uit zijn hand voortkwam, in een altijd nieuw-zijn, een iets afzonderlijks, en ®'2ens ^ïin van al wat aan Hem als

Pppersten Kunstenaar zijn oorsprong en

uestaanswijs dankt.

, De „hartstocht der zielen," gelijk men J^et genoemd heeft, ontleent hieraan zijn {^staansrecht. Vooral in de dagen van Jjeilig réveil was het steeds te zien, hoe dorst om een ziel voor Jezus te winnen, schier een ieder aangreep; en hoe groot °ok de afdoling van het Methodisme moge 2'jn geworden, in die drijfjacht om zielen v°or Christus te vangen, vond het steeds en vindt het nog zijn glorie.

Jammer slechts, dat onze men schel ij ke b®perktheid ons altoos in het ééne of andere u'terste doet overslaan. Waar die dorst om pielen voor Jezus te winnen, leeft, stuit ge °ijna onveranderlijk op onverschilligheid v°or kerk en volk, voor maatschappij en J'aderland. Maar ook omgekeerd, waar de heiligheid voor kerk en land de harten beJjeerscht, wijkt zoo licht heilige jaloersch"eid, om wie nog van verre staat naar Jezus *e lokken.

Zoo ontbreekt beide malen de rijke, v°He harmonieëerende ontplooiing van het Westelijk leven.

Wie zielezoeker van professie is, kan huwelijks met iemand in aanraking koHen, of zijn eerste nieuwsgierigheid is te weten, of hij zijn Heiland belijdt; om, bleek dit

niet zoo te zijn, onverwijld, vaak onbescheiden en overmoedig, hem tot bekeering

°P te roeoen. en iuist daardoor soms af

*e stooten.

Hier is gloed, maar een gloed die niet gelden zengt en afstoot, in plaats van te koesteren en daardoor te winnen.

Maar het omgekeerde doet nog pijnlijker aan. In hem die op de zielen jaagt, moge een ijver zonder verstand verteren, maar de heilige ijver is er dan toch. Er is actie voor Jezus. Er is een rusteloos bezig zijn, den kring van wie Hem belijden, te doen dijen. Er is besef van het schriklijke, als een ziel voor eeuwig verloren gaat, en daarom een instinctief uitwerpen van het reddingskoord, om een ziel te redden van het verderf.

Bij hen daarentegen, die opgaan in kerkelijke vraagstukken en in dogmatische fijnheden, stuit ge, wat de redding der z'elen aangaat, niet zelden op ijs. Weken,

'«aanden, jaren lang zullen ze op en neer Saan met mannen en vrouwen, die nog aan

alle bezielend geloof vreemd zijn, zonder dat het ooit in hen opkomt, om ze voor Jezus te winnen. Ze weten opperbest, dat al die personen nog verre van hun Heiland staan. Ze erkennen dogmatisch dat ze, 2°o stervend, een eeuwig verderf tegemoet gaan. En toch steken ze geen hand uit, °m ze uit het verderf te redden. Soms 2elfs kwam er nooit een woord over hun %pen, om hun de liefde van den Christus voelbaar te maken aan hun hart.

Zoo staan de uitersten tegenover elkander. Hier ijver zonder verstand, daar veel verstand maar zonder ijver. Verbroken har¬

monie. Gedeeld wat één moest zijn. En

de wrijving tusschen die twee eenzijdig

heden lijdt de zaak des Heeren, lijdt het

koninkrijk der hemelen onnoemlijke schade.

Dit zij onomwonden op den voorgrond gesteld, opdat niemand wane, dat het jagen °P de enkele ziel geen hooge waardeering Zou verdienen, noch ook zich inbeelde, dat het koud en onverschillig verwaarloozen der enkele zielen, ooit verschoonlijk voor den Kenner der harten zou zijn.

Wie zelfs een dienstbode in zijn huis kan zien komen, en er weer uitgaan, zonder dat althans een poging gewaagd is, om haar ziel te treffen, zal 't te laat in den ^ag des oordeels ervaren, hoe ook het bloed van die ziel van zijn hand zal geëischt borden.

We staan voor een ieder met wien we

in aanraking komen, verantwoordelijk, en hoe er zelfs geloovige ouders kunnen zijn, die rustig op het ongeloof van hun kind

kunnen toezien, blijft voor wie nog aan ouderliefde gelooft, een volstrekt onoplosbaar zielkundig raadsel.

Onbesuisdheid moge onhandig, kieschhcid en teederheid eisch zijn, maar het bevroren hart kan nooit aan schuld ontkomen. Het komt te kort èn in liefde voor zijn Heiland èn in liefde voor zijn naaste.

Alleen maar, met die liefde voor de enkele ziel, hoe diep-heilig ze ook werke, zijn we er niet van af. God de Heere bezit niet alleen de enkele zielen als zijn kunstwerk, maar ook de natiën en volkeren zijn Zijns.

In de geslachten, familiën en gezinnen wordt die band reeds voelbaar. Hier heerscht de Verbondsgedachte. Heele geslachten door één gouden draad van geloof saamgevlochten, en daarnaast andere geslachten, familiën en gezinnen, waarin geen geloof blijkt te kunnen doordringen.

Neen, het zaligmakend geloof is geen erfstuk dat de vader of moeder aan het kind vermaakt. Maar wel heeft het Gode beliefd de lijn van het Verbond, den gouden draad der toebrenging, aan geslachten en familiën te verbinden. Het „U en uwen zade"

O . « 1 I

aan Abraham toegezegd, gaat uuk> unuer

de bedeeling des Nieuwen Verbonds door

En zelfs in familiën, waaruit voor een uja-

ane het ereloof wegstierf, en waarin het

daarna terugkeert, bevindt ge bij onderzoek bijna altoos, dat er in het tweede of derde geslacht dat er achter ligt, een vrome moeder of vrome vader is geweest, die den zegen des Heeren voor de kinderen en kindskinderen heeft afgesmeekt.

Gods werk dringt tot in het diepste wezen der enkele ziel door, maar de enkele zielen die Hij redt, vormen niet een zandhoop uit losse korrelen, maar een heerlijk gevlochten netwerk, dat met onzichtbare draden het voorgeslacht met wie nu leven, en wie nu leven met elkaar verbindt.

Gods kunstwerk schittert niet uitsluitend in de enkele zielen, maar tenminste evenzeer in het onderling verband, dat ze houdt saamgevlochten, en juist door die saamvlechting ontstaat een nieuw schoon, een nieuwe heerlijkheid, waarin de rijkdom

der genade overvloeit.

En dit nu gaat ook tot op de natiën door.

Ook de deeling en splitsing der menschenkinderen in natiën en volken is Gods werk. Moge al in de vorming van landen en staten veel kunstmatigs en toevalligs hebben meegewerkt, de vorming van het eigen karakter der natiën is zijn doen, zijn schepping, zijn wonderbaar kunstproduct.

Niet alleen de enkele ziel, en het enkele geslacht, ook elk volk en elke natie heeft van Hem een eigen stempel, een eigen grondkarakter, eigen gaven en talenten, en daarmee een eigen roeping ontvangen.

Geslachten komen en sterven weg, maar wonderbaar blijft in eenzelfde natie, eeuw in eeuw uit, eenzelfde grondtype zichtbaar. En daarom hoort ook het nationale leven, als in Hem zijn oorsprong vindend, Hem toe. Hij bezit de natiën, zooals een kunstenaar zijn beeldengroep, een schilder zijn verzameling schilderstukken bezit.

Hij heeft er zijn Goddelijk kunstmerk op afgedrukt. Hij houdt in de natiën dat kunstmerk in stand. Wat Hij er in legde, slijt niet uit, sterft niet weg. Hij houdt 't in stand, Hij ontplooit het. En Hij stelt niet alleen aan de enkele personen en gezinnen, maar ook aan de enkele natiën zijn Goddelijken eisch van wat ze voor zijn Koninkrijk en voor de eer zijns Naams wezen moeten.

Maar ook hierin is eindelooze verscheidenheid. Geen twee natiën zijn eender, geen twee rassen of stammen gelijken volkomen op elkander. En ook dit verschil komt sterk uit, dat de ééne natie dienst doet buiten, de ander in den Voorhof, terwijl er slechts enkelen zijn, die hij oproept tot dienst in het Heilige, terwijl tot in het Heilige der Heiligen nooit en nimmer een geheel volk of een geheele natie is toegelaten.

Ge ziet dit verschil heel de historie door, en ge wijst ze met den vinger aan, de natiën die blijkbaar werden opgeroepen, om haar geheel bestaan in den strijd voor de zake des Heeren te doen opgaan.

Zoo was het eens met Israël, daarna met Juda, en ook in de latere historie trekt zich keer op keer de strijd voor de zake Gods in zeer enkele natiën saam, wier grondtrek van karakter op het zeer diep doorleven van de heiligste gewaarwordingen was aangelegd.

Zoo nu geldt het ook voor onze natie,

dat heel ons nationaal bestaan van meetaf

op net innigst met ae sake van vious

Koninkrijk was saamgevlo ; ten. Niet, alsox allen in onze natie dat ooit persoonlijk

meêgevoeld en meêdoorJe' ■ T hebben, o, Ze waren er steeds bij duizenden en bij tienduizenden die, al vloeide het Neêrlandsch bloed hen door de aderen, nooit iets van die heerlijke zuiging in hun eigen zielsbestaan ontwaard hebben. Bij massa gingen ze er zelfs tegen in.

Maar dit neemt niet weg, dat de stroom van het nationale leven, in oogenblikken van hooge spanning, altoos weer door de heilige bedding vloeide, en dat er zeldzame overvloed van geestelijke genade over alle rangen en standen der maatschappij als met versche zalving werd uitgegoten.

Doch juist dit legt dan ook aan de dienstknechten en dienstmaagden des Heeren, die ■ uit ons volk gesproten, op onze erve wonen, telkens opnieuw de heilige verplichting

* . .1. . 1 1 t.

op, om voor ae neuiging ook van net

nationale leven rusteloos den strijd aan te binden.

Het is een worsteling als tusschen twee geestelijke machten, met de vraag, aan welke van die twee in ons nationale leven de zegepraal verblijven zal. Een worsteling onzerzijds om, na elke afdoling, ons nationaal bestaan weer op den weg onzes Gods te leiden. Een worsteling waarvan we nooit kunnen aflaten, zal de diepste en heiligste grondtrek van ons nationale wezen tegen versterving worden gevrijwaard.

Ieder voelt dat die strijd, beslister dan ergens elders, ook nu weer op onze erve is uitgebroken.

De uitkomst van die worsteling is ook nu in Gods hand; maar ook nu zijn het de kerken Gods in deze landen, en zijn het de geroepenen des Heeren op onze erve, die daarbij als instrument in de hand

des Heeren trouw en dapperheid hebben

te betoonen.

God bezit de natiën; ook ons nationale wezen is Zijn eigendom.

En daarom komt tot u, belijders des Heeren, in al uw kringen en kerken en gezinnen de heilige roeping, om te waken en toe te zien, dat Gode dit zijn eigendom niet worde ontroofd.

35ericïjten

Kort Verslag van de Prov. Synode van Utrecht op Woensdag 10 Juni te Utrecht.

In zake het Rapport van Deputaten der generale Synode voor Art. 13 K. O. wordt het voorstel van de Classis Amersfoort, strekkende tot ter zijde-stelling van het Rapport en tot bepaling, dat de Emeriti Dienaren (gelijk ook de weduwen en weezen der Dienaren in 't gemeen) door de Kerken billijk in hun nooddruft verzorgd worden, op de wijze door haar, in Generale Synode vergaderd, te bepalen, aangenomen.

Het voorstel van Amersfoort ter regeling dezer verzorging, luidende:

„De Generale Synode regele de zaak der verzorgiDg van de Emeriti-predikanten, Pred.-

weduwen en weezen zóó, dat zij deputaten be-

noeme, die:

1. jaarlijks onderzoeken, hoeveel de verzor

rring van Jkmeriti predikant en -weduwen en

Pred.-weezen zal vereischen;

2. door middel van de Classic, vergaderingen opgave ontvangen van hetgeen in de verschillende Kerken telken jare wordt ontvangen en uitgegeven; aan bezit en schuld wordt bezeten; aan predikants tractement(en) wordt uitgekeerd; welke opgave met het zielental den grondslag zal aangeven voor den omslag van de Kerken

te heffen:

3. van de Keiken te innen het door iedere Kerk verschuldigde, naar den omslag door hin vastgestelde overeenkomstig de sub 2 genoemde

opgave;

wordt bii staking van stemmen verworpen.

Besloten wordt een voorstel van Zeist, door de Classis doorgezonden naar de Prov. Synode, met verzoek om doorzending naar de Gen., en

luidende als volgt:

„De Raad der Geref. Kerk te Zeist over¬

wegende: dat op zijn terrein is opgetreden een emeritus predikant eener andere Geref. Kerk als „geestelijk Verzorger", wiens kerkelijke

nositie niet geregeld is, — en dat na verschil¬

lende Doeringen hem is gebleken:

a. dat deze regeling door den Kerkeraad niet is kunnen afgehandeld worden,

b. dat het eene zaak geldt, die tot de Kerken

der meerdere vergadering in t gemeen behoort,

stelt aan de Classis voor bij dezen, om langs den Kerkelijken weg regeling van deze positie

aan de Generale Synode te utrecht te ver zoeken.

naar de Gen. Synode door te zenden, met

toevoeging van de overweging, dat het hier

geldt een zaak die van belang is voor de

Kerken in 't gemeen.

Een voorstel van de Classis Utrecht, ter door¬

zending naar de Gen. Synode: „De Synode

schaffe het Kerkblad af, daar dit overbodig is en groote uitgaven van de Kerken vordert",

zal, met ondersteuning van de particuliere Synode,

worden doorgezonden.

Eveneens wordt besloten ten aanzien van

een verzoek van de Classis Utrecht om doorzending naar de Gen. Synode van de vraag: wat verstaan moet worden onder de woorden:

„bij volharding in ongehoorzaamheid enz." in art. 93 van de Acta der Synode van Middelburg 1899.

De door Bunschoten en Nijkerk gewenschte grenswijziging tusschen beide Kerken, zal ter goedkeuring en vaststelling aan de Gen. Synode voorgedragen worden.

Gelezen wordt het Rapport van den Deputaat

■, 1 .1 A ~

voor de generale Kas voor nuipueuucvcuuc Kerken, dat onder dankzegging aan den Depu¬

taat wordt goedgekeurd. De Classes üreukeien en Utrecht zonden nog haar bijdrage niet in. Ze zullen daartoe door hare Deputaten worden aangemaand.

Ingekomen is de rekening en Verantwoording van den Quaestor. Eindcijfer is voor ontvangst en uitgaaf ƒ 181.27. Der Kerk van Utrecht wordt opgedragen de stukken na te zien en den Quaestor te dechargeeren, wien van wege de Synode dank zal worden betuigd voor zijn gewaardeerden arbeid.

Ontvangen wordt het rapport van Deputaten naar art. 49 K. O., dat onder dankzegging aan deputaten wordt goedgekeurd.

De Deputaten voor art. 19 K. O. rapporteeren van hun arbeid. De ontvangsten waren

f 611.331/0, de uitgaven ƒ 300.93. De rekening

wordt met dankzegging goeagekeura. nen aan¬

vrage van den alumnus om nog één jaarlijksche ondersteuning uit het studiefonds, ter voltooiing zijner studiën, wordt ingewilligd.

De Deputaat voor art. 13 brengt rapport uit van zijn werkzaamheden. Het Rapport wordt, met dank aan den Deputaat, goedgekeurd en de daarin voorkomende voorstellen worden aangenomen, met dien verstande, dat de Deputaat ad hoe van de Deputaten der Gen. Synode vrage een sjeun van ƒ 550 voor 1905/1906.

Het ingekomen verzoek van een Emeritus Dienaar om ondersteuning wordt ingewilligd.

Ter Gen. Synode worden gedeputeerd als Primi: Ds. Klaarhamer, Ds. Gispen, Ouderlingen Van der Bijl en Hiensch; als Secundi: resp. Ds. Fernhout, Ds. Donner, Br. Vink en Br. Van Zanten.

Aan de Kerk van Baarn wordt opgedragen de Rekening en Verantwoording van den deputaat naar art. 13 K. O. namens de Synode na tp zien en den Denutaat te déchargeeren. Den

Dermtaat wordt dank gezegd voor zijn arDeia

r " -. ..

Voor het ontwerp eener nieuwe regenng van

de classicale quota voor Emeriti enz. en voor alle Prov. kosten worden Deputaten benoemd, die hun concept een half jaar vóór de volgende Particuliere Synode aan de Classes zullen toezenden. Gedeputeerd worden hiervoor de B.B. Ds. Den Hengst van Veenendaal, Ds. Koning van Mijdrecht en Ds. Buitenhuis van Vreeswijk.

Gedeputeerd worden:

Voor peremtoire examina: Ds Van Minnen en Ds. Donner, primi; Ds. Fernhout, Ds. Den Hengst en Ds. Maan, secundi.

Voor hulpbehoevende Kerken: Ds. Fernhout, sec. Ds. Buitenhuis; Ds. Donner, sec. Ds. Den Hengst; Ds. Maan, sec. Ds. Elshoven.

Voor Emeriti enz.: Ds. Donner, sec. Ds. Koning.

Als Prov. Quaestor, in plaats van Br. Van Andel, die verzocht niet weer in aanmerking te komen, Br. Van Zanten.

Voor hulpbeh. Kerken (Gen. Kas) Br. Fokkink.

Als saamroepende kerk voor de volgende Synode wordt aangewezen de kerk van Baarn.

Na rondvraag en lezing en vaststelling van het persverslag, gaat Ds. Gispen voor in dankzegging, waarna de Praeses de vergadering sluit.

In naam en op last der Synode, K. Fernhout Mz.

(Slot.)

Na rondvraag en lezing en vaststelling van

de orthodoxe kernen moest vereenigen, m het sp oor van het modernisme verloopen is.

De Kamer van Afgevaardigden besloot na lang debat, dat aan de geestelijken en predikanten, die tot dusver Staatstr'actement genoten, pensioen zal worden verleend. Zij die 60 jaar oud zijn en 30 jaar dienst hebben, krijgen drie vierden van hunne bezoldiging, zij die 45 jaar oud zijn en 20 jaar dienst hebben, ontvangen de helft van hun tractement als pensioen; doch nooit meer dan 1500 francs. Weduwen ontvangen de helft. De geestelijken die tot hiertoe een Staatstractement kregen, ontvangen het eerste jaar na de ontbinding van het Concordaat nog hun volle tractement, het tweede jaar twee derde, het derde jaar de helft, en het vierde jaar een

derde van hun tractement. uaarna Krijgen zij uit de Staatskas niets meer.

Met betrekking tot de kerkgebouwen bleven ongeveer dezelfde bepalingen die onder het Concordaat bestonden, van kracht.

Rusland. Hebben wij te vroeg gejuicht?

Wij gaven onverholen onze vreugd te kennen over het feit, dat de Czaar van Rusland vrijheid van religie gegeven had aan al zijne onderdanen. Alleen de Joden zouden niet in al de gunstige bepalingen, die de Czaar aan nietorthodoxen verleenen wilde, deelen. Aan eene commissie werd opgedragen „het edict van tolerantie," gelijk wij het besluit van den Czaar kunnen noemen, met het nog altijd heerschende bureaucratische regime, in overeenstemming te

Voor Kootwfjks Scholen.

In harteliiken dank ontvangen door Ds

Houtzagers te Kootwijk, onder letters N. N. uit Middelburg ƒ 1.—.

Wij zijn den broeder, die onze scholen gedacht, zeer dankbaar.

Weken lang hebben wij in dit blad niets als gift voor onze scholen, die zeer groote be hoefte aan steun hebben, kunnen vermelden.

Het schijnt wel dat de vrienden van het Christelijk onderwijs, Kootwijks scholen gaan vergeten.

Dringend verzoeken wij onze scholen te willen steunen.

Namens het Bestuur,

D. HULLEMAN,

Kootwijk. Penningmeester.

iuitfnland.

Frankrijk. De officieuse Generale Synode van Reims.

De officieuse Generale Synode van de Gereformeerde Staatskerk, dit jaar te Reims gehouden, besloot, dat wanneer de regeering scheiding van Kerk en van Staat doordreef (en dit is reeds door de Kamer van Afgevaardigden gedaan) men wel niet eene nationale Synode, waarin liberalen en orthodoxen gelijke rechten moesten hebben, zou saamroepen, maar dat men wel eene vergadering ran alle vertegenwoordigers der Gereformeerde Kerk wilde bijeenbrengen, waarin men kon overleggen wat er te doen was, om eene vereeniging van de verschillende richtingen tot stand te brengen!

Tot ons leedwezen zien wij hieruit, hoe de officieuse Synodale organisatie in Frankrijk, die

brengen. De voorzitter dier commissie zoekt nu

de door den Czaar verleende tolerantie zooveel

mogelijk tot een minimum te beperken. Daarbij schreef de minister van binnenlandsche zaken aan de Gouverneurs der districten, dat er volgens de allerhoogste bevelen gehandeld moest

worden, doch niet wanneer overwegingen van

bijzonder gewicht ben noopten de vroeger be¬

staande bepalingen te handhaven.

Het is daarom niet te verwonderen dat tot

hiertoe het besluit van den Czaar weinig heeft

uitgewerkt. Wel kunnen „de bijzonder gewichtige overwegingen" alleen de rechtspositie der niet-

orthodoxen wat het openbaar leven betrett, aantasten, zonder de Godsdienstvrijheid te vernietigen, maar een Russisch blad merkt hierbij

op, dat men toch in ae praktijk, wanneer men in zijn rechtspositie wegens behooren tot zekere

religie wordt gekrenkt, het gevoel krijgt dat men verdrukt en vervolgd wordt, al is men

rij ter kerk te gaan, waar men wil.

In de Petersburger Courant werd dezer dagen emeld, dat in een deel van het gouvernement ïradus een krachtige beweging is ontstaan tot erugkeer in de Luthersche kerk. In 1863—1865 raden aldaar vele Lutherschen door middel an geweld tot de Russische staatskerk bekeerd, lommigen werden het kinnebekken, anderen rerden de ribben stuk geslagen; sommigen perden met den knoet getuchtigd tot zij bewusteloos waren, anderen tot aan den hals in [en grond gegraven om ze honger en dorst te iten lijden. Vele ouders werden in kloosters en ;evangenissen gesloten om hen van hunne :inderen te scheiden. In al deze dingen beoonde Schtscherbow grooten ijver. Hij werkte q het distrikt Wolkowisk. Wanneer hij in een lorp kwam, ontbood hij de boeren en deed lun zonder omwegen het voorstel om tot de taatskerk over te gaan.

De pas vrij geworden boeren werden dan >ang, zochten uitvluchten en zeiden ten slotte, >m er van af te zijn, dat zij tot de ortdoxe :erk wilde overkomen, wanneer sommige peronen, die wegens de vastheid van hunne overuiging bekend stonden, eveneens tot de Grieksche cerk wilden overgaan. De menschen, die in dit rerband genoemd werden, kregen het dan hard ;e verantwoorden: zij werden op knoetslagen :n gevangenisstraf onthaald. Dit kan geen veriinsel zijn, daar nog menschen leven die het getuigen kunnen, dat knoet en kerker als beceeringsmiddelen door de ij veraars voor de jrieksche kerk gebruikt zijn. Het gebeurde zelfs vel, dat men valsche getuigenissen van overgang chreef.

Wij ontleenen uit dezelfde bron de medeleeling, dat de menschen, die op deze manier ot de Staatskerk werden gebracht, nooit goede eden dier kerk zijn geweest. Het meerendeel ;ing niet biehten, liet de kinderen niet doopen :n leefde zonder wettig te trouwen. Ook de looden werden zonder den bijstand van een ?ope begraven, daar de „Ksendzen" (Roomsche jriesters) weigerden bij de begrafenissen tegenwoordig te zijn, en wel uit vrees voor de daarop jedreigde strenge straffen.

Zij, die Russische toestanden kennen, verzekeren, dat trots het edict van tolerantie, zij, lie tot eene niet orthodoxe kerk willen overgaan, velerlei verdrukkingen zullen moeten mdergaan. Wij hopen dat zij zich hierin verassen. Zou Rusland nog harder geslagen moeten vorden, om het stelsel van dwang inzake de religie te doen verdwijnen?

N.-Amerika. Uit de Presbyteriaaniche Kerk. De N e g e r - q u a e s t i e. Ver;eniging met de C u m b e r 1 a n d e rs. 3e zaak van Dr. Carter.

Wij spraken reeds een enkel woord over de ilgemeene Synode dier Kerk, welke dit jaar ;e Widona, Indiana, gehouden is. In deze vergadering kwam o. a. de vraag ter sprake, ot iet geoorloofd was naast een kerkeraad of ;lasse een anderen kerkeraad of classe in te stellen om den wille van de kleur. Dat wil seggen: wanneer er ergens eene neger-gemeente jestaat, mag er dan een kerkeraad geformeerd worden om eene kerk te regeeren die iit blanken bestaat? Dit vraagstuk was, tei

fttrfcr* I» UtliffltJtk.

Zondag 6 Augustus 1905. N°. 1440.

Sluiten