is toegevoegd aan je favorieten.

Jaarboekje, 1919, 01-01-1919

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de redaktie over meer dan voldoende kopie kan beschikken, tans bleek het niet langer te gaan in het oude formaat dat ons twintig jaren voldoende was geweest. Vandaar dat besloten werd tot grotere uitgave, welke in Junie tot stand kwam. Het buro van uitgave werd tevens verplaatst van Doetinchem naar Vlissingen. Veel verbetering kwam er in de opstopping van kopie. Echter bleek het nodig weer geregeld als weekblad uit te komen. Op voorstel van redaktie en administratie werd besloten hiermee voorlopig gedurende drie maanden — vanaf 1 Oktober — te beginnen. We twijfelen er niet aan of onze leden zullen hun medewerking verlenen om deze proef zodanig te doen slagen, dat we ook naJanuarie 1919 de wekelikse uitgave kunnen voortzetten. Een goed orgaan blijkt een uitstekend propagandamiddel, temeer waar het streven der redaktie erop gericht is „De Christelijke Onderwijzer" niet alleen verenigingsorgaan te doen zijn, doch deze ean eerste plaats te doen innemen onder onze Chr. onderwijsbladen. Nieuwe rubrieken, waarvoor verschillende medewerkers bereids hun hulp toegezegd hebben, zullen ertoe kunnen bijdragen, dat de Uniekrant „elck wat wils" biedt.

Tans zullen we een ogenblik stilstaan bij verschillende akties in het verstreken verenigingsjaar gevoerd. In ons vorig verslag konden wij nog mededelen, hoe een enkête was ingesteld, naar de wijze, waarop de schoolbesturen getracht hadden de geldelike nood der onderwijzers te lenigen. De uitslag was verre van schitterend en de kommissie, die over deze enkête moest rapporteren, konkludeerde, dat slechts weinig schoolbesturen vrijuit gingen en inderdaad konden zeggen, dat ze voor hun personeel hadden gedaan wat in hun vermogen was.

Des te meer verblijdend was het daarom toen de Rijksduurtetoeslag over 1918 op ruimer leest geschoeid werd dan die over 1917, een gevolg van de adressen door verschillende verenigingen, waaronder ook de Unie, tot de Regering gericgt. Jammer maar, dat meer dan een bestuur in die grotere rijkstoeslag aanleiding vond de tot nu toe door het bestuur uitgekeerde in te houden of te verminderen. Dit geeft nu juist niet een hoog denkbeeld van een gezonde behartiging der belangen van de onderwijzers door hen, die er toch het meest voor behoorden te voelen.

Overigens is het afgelopen jaar van grote betekenis geweest voor de salariskwestie. In ons vorig verslag wezen we nog even op het door Minister Cort v. d. Linden ingediende