is toegevoegd aan je favorieten.

Jaarboekje, 1930, 01-01-1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t. d. v h

Christelijk Onderwas

2x/2 jaar zo fel gevoerd werd, niet ineens alles rozegeur en maneschijn is, maar de voorwaarden voor een wederzijds begrijpen zijn er nu toch en een basis voor vertrouwend samenwerken werd daardoor gevonden. Het is een grote voldoening geweest voor onze kollega Tilstra, dat hij door alle instanties zo volkomen in het gelijk werd gesteld.

Het ontslag te Gendringen ligt nog vers in ons geheugen. Veel zullen we jr niet over zeggen. We zijn overtuigd, dat ieder, die de feiten kent zoals ze zijn (en dat is heel anders dan ze door het schoolbestuur met dominee voorop werden voorgesteld!), de houding van het Hoofd der School in bescherming zal nemen en het is voor hem dan ook een grote voldoening geweest, toen het ontslag door de Commissie van Beroep werd vernietigd. Groter voldoening gaf het evenwel, neen, een volledige rehabilitatie mag het heten, toen kollega Coevoet kort na zijn vrijwillige ontslagname aan een school benoemd werd op slechts enkele kilometers afstand en waar men presies op de hoogte was van de tosstanden te G.

Een andere ontslagkwestie, die door ons gewonnen werd, is eveneens uitvoerig in het orgaan behandeld. Het betrof het ontslag van een kollega, die een jaar ziekteverlof genoten had en die het bestuur — ofschoon hij op weg van beterschap scheen — meende, nu maar zonder meer te kunnen ontslaan.

Voorts werden nog vier ontslagkwesties behandeld, waarin als grond was opgegeven: overkompleet. In 1 daarvan werd geadviseerd: handhaving vragen, om wachtgeld te krijgen. In drie andere werd vernietiging gevraagd, wat echter in één geval werd afgewezen — zodat toch recht op wachtgeld ontstond —, terwijl in twee zaken de beslissing nog hangende is.

Bij verschillende gelegenheden leerden we het weer biezonder waarderen, welk een uitnemend rechtsgeleerde adviseur de Unie in Mr. Bruch heeft. Aangezocht voor de ministersportefeuille van Onderw., heeft Mr. Bruch gemeend daarvoor te moeten bedanken. We zijn er niet al te rouwig om: op 't ogenblik houden v/e Mr. Bruch liever nog als adviseur, hoezeer we ook geloven, dat hij op een ministerszetel op zijn plaats zou zijn.

We moeten dit verslag besluiten. In de dagen, die achter ons liggen, heeft men de 300e sterfdag van Jan Pieterszoon Coen herdacht. Men heeft er op gewezen, dat zijn devies „dispereert