is toegevoegd aan je favorieten.

De gereformeerde kerk, jrg 38, 1925-1926, no 1933, 22-10-1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijdgenoot, den bekenden vader van het Methodisme, John Wesley, hetgeen leidde tot een vrij scherpe polemiek over de genadeleer.

Wat Toplady's predikgaven betreft, die worden zeer geroemd. In den pennestrijd was Toplady scherp, maar alle scherpte verdween, als hij den kansel betrad. Dan vloeide er enkel balsem van zijn lippen. Zijn stem klonk als muziek en 't was of eerbied en ontzag voor de dingen des Heeren van zijn persoon afstraalde over allen, die hem hoorden. Ook boeide hij zijn gehoor van het begin tot het einde. Eerst begon hij gewoonlijk met een eenvoudige

uitlegging, uaarna ging mj over tot de daaruit voortvloeiende leeringen, om dan, al war¬

mer wordende, te Komen met vermaningen, totdat de gewetens geraakt werden en de harten ontvlamden door het vuur, dat den spreker zelf vervulde; zoodat eindelijk èn spreker èn hoorders onder diepen indruk verkeerden.

Na den veertigjarigen leeftijd te hebben bereikt, werd Toplady merkbaar zwakker, totdat het eindelijk duidelijk was, dat hij aan de tering ten prooi was gevallen. In 1788 predikte hij voor de laatste maal. 't Was over de woorden: „En ik acht het recht, zoo lang ik in dezen tabernakel ben, dat ik u opwek door vermaning; alzoo ik weet, dat de aflegging mijns tabernakels haast zal zijn, (2 Petr. 1 : 13 en 14).

Daarna volgde nog een tijd van ziekliggen, gedurende welken hij grootendeels „in het land Beülah1)" verkeerde.

„De vertroostingen Gods", zoo zeide hij, „zijn zóó overvloedig, dat Hij mij niets overlaat om er om te bidden. Al mijn gebeden worden nu veranderd in het verheerlijken van Zijn grooten Naam. Ik geniet reeds een voorsmaak van den hemel." Een uur voor zijn dood betuigde hij er zijn blijdschap over dat zijn vrienden bereid waren hem nu los te laten, daar

t immers bijkans onmogelijk was langer te leven, nadat God Zijn genade zoo heerlijk

aan de ziel had geopenbaard.

Zijn verzamelde werken werden na zijn dood uitgegeven in zes dikke deelen. Maar meer bekend dan die alle zijn de enkele gedichten, die uit hart en pen van den schrijver zijn gevloeid. En daaronder het bekende, waarnaar onze vraagster informeerde:

„Rots der eeuwen, in uw schoot."

Dit lied is in bijna alle talen, die door Christelijke volken gesproken worden, vertaald.

DeEngelsche staatsman Gladstone bracht

het over in schoone Latijnsche verzen. Een reiziger, die een Armenische Kerk

in Constantmopel bezocht, werd getrotlen, toen hij daar in de Arabische taal het lied van onzen Toplady hoorde zingen.

Livingstone leerde 't, in hun eigen taal, aan de negers in de binnenlanden van Afrika.

In onze taal is het overgebracht door ten Kate, maar, hoewel zulk een werk aan dezen Nederlandschen dichter wel was toebetrouwd, durven wij toch niet zeggen, dat het gedicht in de vertaling niets heeft verloren.

Wat trouwens redelijkerwijs ook niet viel te verwachten.

Wij willen trachten voor den met de Engelsche taal niet vertrouwden lezer, van het lied hier nu een zwakke wedergave te doen volgen:

Eeuwge Rots, gekliefd voor mij,

Laat mij schuilen in uw zij,

Door het water en het bloed Uit uw zijde uitgevloeid,

Van mijn zonde reinig mij,

Bei van schuld en heerschappij.

Door geen arbeid van mijn hand Doe 'k Uw heilige wet gestand. Schoon mijn ijver waar' ontgloeid, Schoon mijn traan voor eeuwig vloeid', Niets van zonde reinigt mij.

Gij moet redden; alléén Gij.

Met een leege hand kom 'k aan, Om zóó bij Uw kruis te staan. Naakt zoek ik in U mijn kleed Hulploos hulp in al mijn leed,

Vuil, zóó kom 'k aan de Fontein. Wa3ch Gij mij; dan ben ik rein.

Als mijn ooglid straks zich sluit, D'adem vlucht den boezem uit, Als mijn ziel naar Boven zweeft, En voor d'eeuwigen Rechter beeft, Eeuwge Rots, gekliefd voor mij.

Laat mij schuilen in Uw zij.

C. A. L.

1) Bëulah, een Bijbelsehe benaming, vaak gebruikt in den zin van een toestand van de hoogste verrukking.

CONFESSIONEELE VEREENIGING. Provinciale Commissie „Friesland".

Het is al weer geruimen tijd geleden, sedert ik iets liet hooren. Het wordt hoog tijd, dat ik weer eens verantwoording 'doe

van wat ik ontving. Dat is voor de Provinciale Kas: de contributiënvanafdeelingen als volgt: Menaldumf 15, Deinum f 10, Contributie van verspreid wonende leden: van P. G. te Sneek f 1 en R. v. d. W. te Wommels f 1. Collecte op de Algemeene Vergadering te Leeuwarden f 159.65^ en van M. de G. te Spannum van de Vereeni-

ging Filadelfia f 20. Voor de Surhuisterveensterheide voor de Evangelisatie van N. N. te Ee f 10, Ds. J. H. te Ternaard uit de Kas voor Inw. Zending f 10, Ds. J. P.

v. L. te Oudwoude f 1.35, Ds. J. P. v. L. te Oudwoude uit de Kas voor Inw. Zending f 10, kerkcollecte te Menaldum f 50, collecte op de Openbare Vergadering te Leeuwarden f 80.10. Collecten bij spreekbeurten van den Evangelist te Edens en Spannum f 52, te Koudum f 35.48 en te Warns f 42.62 en bepaald voor de School door G. T. te Oosterend uit de Oraniecollecte f 15.

Ais ik deze verantwoording overzie, is er wel reden om dankbaar te zijn, want het is alles te zamen een mooi bedrag. Mooi om een ledige kas wat in evenwicht te brengen, want zoo is het eigenlijk al een geheelen tijd geweest en zoo is het nog. Zal ik dat even aanwijzen? Ik begin maar met het laatste, een bijdrage voor de school, een deel van een Oranjecollecte. O, wat zou ik gaarne willen dat alle scholen dat voorbeeld eens volgden! Voor de meesten althans zou dat geen bezwaar zijn, voor ons was het een groote weldaad, want wij zitten, voor ons, nog diep in de schuld

en wij weten niet hoe wij er af komen zullen. Met de Evangelisatie staat het zoo. Wii ziin al aardig ten achter, bovendien

hebben wij nogal een groote extra uitgave.

Zi&l dit jaar een beetje bevredigend sluiten, dan moet er, boven het geen „de Heide" zelf opbrengt, nog heel wat van buiten inkomen; ik noem als som minstens 400 gulden. De Provinciale Kas, de contributiën beginnen pas in te komen, dus daar is nog weinig van te zeggen, of het zou moeten zijn, dit verzoek aan de afdeelingen „wacht s.v.p. niet tot het uiterste met de toezending". Wij schrijven heden 4 October wij hebben nog bijna drie maanden eer het jaar om is, er kan nog veel inkomen en dus ook terechtkomen. Vrienden van de Evangelisatie en van het Christelijk Onderwijs maa ik hierin op uwe hulp rekenen?

Inmiddels hartelijk dankend voor het heden ontvangehe.

De Penningm. der Prov. Gomm. „Friesland",

H. van den Bijtel, Hervormd Pred. te Surhuizum.

Door omstandigheden kan het verslag der rede van Dr. Schokking, gehouden op de vergadering te Leeuwarden, niet gegeven worden. De rede van Ds. Romijn zal in zijn geheel in „Koers Houden" worden afgedrukt.

Uit de Afdeelingen.

De ijverige Zwolsche secretaris zond ons

dit verslag, met den wensch, dat ook andere afdeelingen van onze Vereeniging uit hun vereenigingslevn eens iets meedeelden. Dat zou de band zoo onderhouden en versterken.

Mits die berichten dan zeer kort zijn, juichen wij dit toe.

De geestelijke beteekenis van de Wet des Heeren.

Vrijdagavond hield de af deeling Zwolle der Confessioneele Vereeniging in 't gebouw „Geloof en Vrijheid" haar eerste winterlezing. De zaal was behoorlijk bezet. Na gebed, het lezen van Rom. 7: 4—12 en een inleidend woord van den voorzitter, werd bovenstaand onderwerp door Ds. D. J. Dippel van Kamperveen behandeld. Spreker begon te wijzen op de groote beteekenis door den Heidelbergschen Catechismus aan Gods Wet toegekend. Eene beteekenis, welke de wet behoudt, ook wanneer de zondige mensch, door haar gedood tot 't geloof in Christus komt; de begenadigde komt dan echter in een nieuwe verhouding tot de Wet: die der vrijwillige gehoorzaam

iieiu. Ln; uu wederge boren mensch, die denkt de wet te kunnen houden, leeft zonder haar. Gelijk ook Paulus leefde zonder de wet, wijl hij zijn daden niet aan de wet — maar de wet aan zijn daden toetste. De natuurlijke liefde als het hoogste te beschouwen, is geen oog te hebben voor

t geestelijKe m de wet; men moge dan

recht- of vrijzinnig zijn. Saulus voelde de zonde in zich leven, toen Gods Geest hem greep. Hij voelde zich veroordeeld en de behoefte naar Christus ontstond. Zijn zielsoog ging open voor den Heere Jezus, De natuurlijke mensch kent de zondigheid der zonde niet. Door de wet wakker ge-

. i .1 _ * _ J- J1 _ -i

scnua, ziet ue mensen znn zonden: en

nu zoekt hij rechtvaardiginer in God. door

Christus. Gestorven aan de wet, behoeft deze met meer gevreesd; ja, kan de gerechtvaardigde zeggen: met u heb ik afgerekend. Wie men is voor God, bepaalt alles; wat voor Hem gedaan wordt, is daarvan het uitvloeisel. God komt daarom van alles de eer toe.

Als des christens geloofsleven taant, legge hij zich niet toe op wettische werken, maar zoeke vernieuwing in Christus. De wet keert tot den Christen terug, maar in een anderen vorm: vrijwillig brengt hij vruchten der dankbaarheid voort. Dan heeft hij een vermaak in de wet, al smart hem tegelijk zijn onvolkomenheid. De wet Gods, door den Heiligen Geest in het hart geschreven, wordt een heiligende prikkel. Alles is nieuw geworden. Hij, die

mocht meenen, dat de vernieuwde mensch zich niet meer om de wet behoeft te bekommeren, loopt gevaar het evangelie te verliezen en in dweperij onder te gaan. Spreker eindigde met de opmerking, dat het nu zoo dorrend geloofsleven der Gemeente weer onder den zegen Gods zal opbloeien, indien de wet in haar hoofdsom: „het God lief hebben boven alles en uw

naaste als u zelf" weer gaat leven.

De voorzitter was ongetwijfeld de tolk der vergadering toen hij den spreker dank zei, voor zijn ernstig, met diepe overtuiging, uitgesproken woord.

len slotte werden de aanwezigen nog opgewekt, zich te abonneeren op het weekblad voor de jongeren „Koers houden", waarvan aan ieder, die er nog niet mee kennis maakte, het proefnummer werd uitgereikt.

INGEZONDEN.

(Buiten verantwoordelijkheid der Redactie.)

Wezep, 26 October.

Mijnheer de Redacteur,

Dezer dagen las ik in „de Waarheidsvriend", dat de redacteur van dit blad de mede-Redacteuren van het weekblad „de Gereformeerde Kerk" ter verantwoording roept als mede verantwoordelijk te zijn voor

neigeen jjs. Jumgbeek heett geschreven m een nummer van „de Gereformeerde Kerk" betreffende „de Waarheidsvriend". Als ik een eenvoudigen raad mag geven aan deze Heeren: gaat op dat verzoek van „de Waarheidsvriend" niet in. Zeg eenvoudig: herzie in dezen u zelve. Indien er één blad

is, waar week aan week het publiek openlijk of zijdelings door Heeren Correspondenten of afdeelingen van den Bond stukjes worden geplaatst waarin wordt meegedeeld dat er hier of daar nu eens de rechte

zuivere waarheid is gekomen, of zooals de Penningmeester, de Heer Flieke uitdruk¬

kingen doet, (een ieder leze zulke stukjes eens aandachtig) me dunkt, dan moet men zich toch niet zoo druk maken met een ander. En moge er eens iets zijn in den

ooezem der tontessioneele Vereeniging, boodschapt het niet dadelijk op de straten van Askelon en Gath, maar zoekt alles naar den eisch der Chr. liefde terecht te brengen, want kwam er verdeeldheid of scheuring in de Confessioneele vereeniging, dan was er voor „de Waarheidsvriend" een mooie gelegenheid om in zulk troebel water te visschen. ..De Waarheidsvriend"

schijnt geen grooter vijanden te hebben dan de Confessioneelen in de kerk, ten-

i i

mmste aie moeten het nog al ontgelden, terwijl de gescheidenen worden bewierookt. Met achting,

E. Immeker.

ONS BLAD.

Van Ds. J. B. te Apeldoorn mocht ik

uit zijn catechisatiebus f 20 ontvangen waarvan f 15 bestemd waren voor Bijzondere leertstoelen en f 5 voor de uitgave van „de Gereformeerde Kerk" waarvoor ik ook langs dezen weg vriendelijk dankzeg, 't Is verblijdend, dat nu eens deze dan gene ons blijk van medeleven geeft. Dat geeft den burger moed!

Nu ons blad een nieuwen jaargang is ingetreden, zou ik wel eens een woordje willen spreken tot de lezers en de vele vrienden van ons streven, voor zoover ik deze op die manier kan bereiken. Over dat laatste gaat 't eigenlijk.

Het blad gaat goed. We zijn tevreden maar niet geheel voldaan. We zagen 't aantal lezers gaarne, zoo mogelijk, ver¬

dubbeld. Dan zouden we meer kunnen doen. We zouden dan kunnen overgaan tot verlaging van 't abonnementsgeld, dat voor velen niet onwelkom zou zijn. Er is zooveel te lezen.

Nu kom ik tot onze lezers met een vriendelijk, doch zeer dringend verzoek: doet allen eens uw best, om één of twee abonnees te winnen. Geeft uw blad eens

aan anderen te lezen. Geeft aan de heeren Veenman & Zonen eens enkele adressen op van menschen, aan wie gedurende een paar weken ons blad gratis als proefnummer

kan gezonden worden. Is dit gebeurd, ga er dan eens heen en vraag dan eens, of ge hen niet als bonné moogt opgeven.

Dat laatste moet niet verzuimd worden.

Dat er zoo nog velen kunnen bereikt worden, is mijn vaste overtuiging. Telkens ontmoet ik menschen, die onze beginselen zijn toegedaan en die van 't bestaan van ons blad niet weten.

En dan! Laten verschillende corporatie's en vereenigingen, zaken en fabrieken, particulieren en neringdoenden eens denken aan 't inzenden van advertentie's. Meer dan eens mochten wij de verzekering ontvangen, dat men goed succes daarmee had, dat men voor die betrekking iemand mocht krijgen, die wat levenswandel en

wereldbeschouwing betrof, uitnemend beviel.

Er is voor ons blad nog veel te doen. Als allen eens meehielpen naar de mate hunner krachten, dan zou zooveel gewonnen kunnen worden. Overal is actie. Aan alle kanten spant men zich in. Dat ook wij dan de hand aan den ploeg slaan, in 't geloof, dat onze arbeid niet ij del zal ziin in den

Heere en dat God van den hemel 't ons zal doen gelukken.

Ds. Groot Enzerink, Leiden, Giro 45132. Penn. v. h. Comité.

In de afgeloopen week kwam het abonnementsgeld voor den 38en jaargang in ons bezit van: B. H. de R. te S.; J. H. te's-Gr.;M. A. T. te B. (fr.;) J. W. K. te L.; H. E. L. S. te L.; Ds. W. M. te A.; J. d. B. te R.; Kanth. te O. v. P. N. aldaar; E. B. te L.; W. J. v. d. V. te L.; A. E. te V.; H. B. te T.-A.; T. D. C. te S.; Mw. M. M. te V.; J. V. te W.; A. W. te 's-Gr. (i jr.); Ds. J. J. H. K. te A.; Ds. J. W. H. K. te H.; Ds. B. J. v. H. te B.; A. J. P. te 0. bij U. (|- jr.); M. B. te G.; S. de V. te L.; Ds. W. J. d. W. te K.; Mw. Wed. B. H. J. te L.; Fam. K. te S.-E.; Mw. Wed. A. N. te F.; Ds. F. G. H. te G.; G. G. te H.; Ds. W. O. te U.; A. S. te V.; D. H. te E.; Ds. J. F. L. te N.; Ds. W. M. A. K. te W.: Mw. D. te L.:

N. d. R tfi A.• Ds P r F \T V V fo I •

Mw. M. R. te Z.; F. A. Bar. v. L. te U.; Ds.' J. P. B. te IJ. en voor Mw. Wed. Ds. M B te G.; H. J. te T.-A. (Gr.); D. B. E.teL.; M." D. te R.; P. M. te U.; F. C. B. te U. (Air.)Mw. J. M. N. te R.; Tj. J. B. te O. (fr.); Ds.' C. P. B. te E.; Ds. N. L. te N. a.d. IJ.; G. A v.d. W. te R.; J. J. G. te 's-Gr.; R. H. B. te M.; Ds. A. v. G. te 's-Gr.; Ds. J. B. te H. (G.); W. F. P. te L. (| jr.); J. G. te A.; Mw. C. te 0.; J. A. M. te P.; A. R. en M. R. te P.; Wm. de V. te O.; Ds. H. v. E. te IJ.; H. C. v. d. H. te S.; Ds. C. W. te B.; Ds. P. de B.teD.; Ds. D. L. te M.; Ds. G. F. te L.; A. P. B. te 's-Gr. voor F. L. D. aldaar; Ds. S. K. te W.; L. W. v. d. H. te K.; J. de V. te A. ; H. C. de J. te 's-Gr.; Gez. H. te S.; A. C. K. te K.; Ds. P. B. te F.; A. H. te A.; J. T. te P.; K. S. te W. (Fr/); I. F. I. te 's-Gr.; Ds. A. A. v.

S. L. te W.-A.; A. N. Mz. te P.; M. D. te W. en C. J. d. J. te C.

Allen hartelijk dank!

Zooals uit bovenstaande blijkt werd door

Mw. M. M. te V. ook het abonnementsgeld overgemaakt; dit verdient bijzondere vermelding, daar deze zending vergezeld ging van nog eens f5.— van een medelezeres. Beide dames onzen hartelijken dank. Deze vijf gulden zullen wij een bestemming geven. Er zijn Militaire Tehuizen waar men gaarne Ons Blad

zou lezen, maar de kosten. Aan een dier

Tehuizen zullen wii gedurende dit jaar ,,De

Gereformeerde Kerk" nu zenden.

Willen dé lezers (vooral zij die het blad samen lezen) eens bedenken, dat er dertig a veertig van die Tehuizen zijn, die Ons Blad gaarne zouden ontvangen.

De Uitgevers, Wageningen. H. Veenman & Zonen

Postrek. 12940.

LEESTAFEL.

De heer J. N. Voorhoeve te Den Haag zond ons nu reeds zijn Geïllustreerden Chr. Scheurkalender voor 192fi

De voorkant der blaadjes bevat een tekst met versje; deach terkant verhalen.

Bij dezen kalender zijn gevoegd twee gebonden boeken: „Voor de leeuwen" en „De halfbroeders ' van W. Schippers, die men als premie, voor slechts f 0.65 elk, er bij ontvangt. De kalender alleen kost f 1.10.

De blaadjes voor den Zondag bevatten