is toegevoegd aan je favorieten.

De gereformeerde kerk, jrg 35, 1922-1923, no 1774, 01-01-1922

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35e JAARGANG. OCT. 1921—OCT. 1922

No. 1774

DONDERDAG 5 OCTÖBER 1922

Ös (SeittffottmMttta Kerk

Onder redactie van het Comité ter verspreiding der beginselen van de Confessioneele Vereeniging

Ds. C. A. LINGBEEK te Reitsum (Eindredacteur); Ds. H. BAKKER te Amsterdam; Ds. J. W. GROOT ENZERINK te Leiden; Dr. P. J. KROMSIGT te Amsterdam; Dr. J. Ch. KROMSIGT te Oostwold; Dr. H. SCHOKKING te 's-Gravenhage; Dr. A. TROELSTRA te 's-Gravenhage.

s t blad verschijnt wekelijks. ::

Alles wat de redactie aangaat en de boeken ter recensie zen de men aan Ds. C. A. LINGBEEK te Reitsum, en alle berichten omtrent „Kerknieuws aan Ds. J. JELLEMA te Wageningen. Voor advertentiën en alles wat de administratie betreft wende men zich tot de Uitgevers.

Uitgevers: H. VEENMAN & ZONEN

WAGENINGEN POSTREKENING 12940 TELEFOON 184

Abonnementsprijs f 5.— per jaar. Afzonderlijke nummers 10 cents. Prijs der advertentiën: Van 1—10 regels f 2.—, elke regel meer 20 cents. Boekannonces 10 cents per regel. Bewijsnummers è 10 cents. Abonnementen worden bij ieder nummer aangenomen, doch kunnen alléén eindigen bij het einde van den jaargang, September van ieder jaar.

INHOUD: Goddelijke ondertrouw. — Naar den eisch van Gods Woord. — De behandeling der groote-stadsgemeenten. —Noodlotsleer: noodlottige leer.— Buitenland. — Vragenbus. — Wat is uw oordeel hierover? — Prov. Friesche Vereeniging van vrienden der waarheid. — Kerk en School. — Advertentiën.

GODDELIJKE ONDERTROUW.

Ik zal u Mij ondertrouwen, ii eeuwigheid. Hosea 2 : 18a

Wonderlijke tegenstelling in boven staande belofte der Heilige Schrift. I) de Heere, Jehova, de Eeuwige, de Ver hevene, die een ontoegankelijk licht be woon, Ik de vlekkeloos reine en heilige God, die geen vlekje onreinheid kan ge doogen, die Mijn troon gevestigd heb oj gerechtigheid en gericht, Ik de Algenoeg zame, die buiten Mijzelve niemand noodig heb en van niemand gediend word als iets behoevende, Ik de onveranderlijke God des verbonds, die nooit laat varer de werken Mijner handen, Ik zal Mij i ondertrouwen.

V een diepgezonken, zedelijk en geeste lijk vervallen Adamsgeslacht, U een onreii schuldig, afhoereerend volk, te vergelijker met een trouwelooze, overspelige vrouw die u bedriegelijk afkeert van uw wettigen Man, U die kinderen der hoererij, vruchten der schande hebt voortgebracht: Jisreël lo-Ruchama en lo-Ammi, U die het verb&nd verbroken hebt, en naar het goeddunken van uw hart in de zonde leefdet U zal Ik Mij ondertrouwen.

Wonderlijke tegenstelling: dat Ik en U Wat ziet ge gewoonlijk in 't aardsche leven \ Menschen van éénzelfden stand gaan met elkaar in ondertrouw. Prinsen met prinsessen, dienstknechten met dienstmaagden. Soort bij soort, hoog bij hoog, laag bij laag, rijk bij rijk, arm bij arm.

Er zijn uitzonderingen, maar dan spreekt ook heel de wereld erover. Dan gaat het bijzondere van het geval van mond tot mond. Stelt u voor: een koningszoon, die een bruid kiest uit het gewone volk. Maar immers die zaak is op aller lippen!

Als Ester het arme joodsche weesmeisje verheven wordt tot koningin en vrouw van Ahasveros, die regeert van Indië af tot Mooreriland toe over honderdzeven en twintig landschappen, dan moet dat elk

bevreemden.

Als David de eenvoudige schaapherder met Sauls dochter trouwen zal, dan zegt hij zelf . „Is dat licht in ulieder oogen des Konings schoonzoon te worden, daar ik een arm en verachtzaam man ben?"

Maar wat dunkt u dan, lezers, van deze twee partijen uit Hosea's profetie ? De Heere, de hemelsche Bruidegom buigt zich zoo diep neder, dat Hij zich met zijn arm, ellendig, verloren zondaars volk wil verloven! God van den hemel, voor Wien alle legerscharen der engelen eerbiedig moeten buigen met het nietig kind des stofs in één echtverbond! 't Hoogste, dat zich denken laat met het allerdiepst gezonkene, dat zich denken laat door de innigste liefdeband verbonden! Is dat geen onbegrijpelijke zaak ?

En toch is. het waar! De Heere zegt het

in de verzen 18 en 19 tot driemaal toe, als om door herhaalde bevestiging met kracht en klem de zijnen van de waarheid dezer woorden te overtuigen: Ik zal u Mij ondertrouwen.

„Ondertrouwen" staat er. Het ondertrouwen gaat aan het trouwen vooraf. Het volmaakte huwelijk wordt pas gesloten als Bruidegom en bruid in eeuwige liefdesgemeenschap verkeeren in het Vaderhuis met zijn vele woningen. Aan deze zijde des grafs is het de tijd der geestelijke ondertrouw. Maar, o, dat is ook reeds een zeer innig verbond. Teerder band dan de verbintenis tusschen man en vrouw is onder de menschen niet denkbaar. Doch oneindig teerder is de ondertrouw des Heeren met Zijn volk. Jesaja zegt ervan: „Uw Maker is uw Man, Heere der heirscharen is Zijn naam, de Heilige Israëls is uw Verlosser.... met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uwer ontfermen", zegt de Heere.

ÜjZie, onder de menschen staat het verbond van de ondertrouw nog niet vast. Hoe vaak leest ge, dat een bruidegom ontrouw wordt en zijn bruid in den steek laat. De kranten schrijven er - aak over op een schertsende wijze, maar verbergt zich, voor wie het treft, in zulk een ontrouw niet een wereld van smart ?

Doch wat zegt de Heere ? Hij zegt hier tot Zijn ontrouw volk: Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid. Hij kan Zichzelven niet verloochenen. Hij blijft getrouw aan Zijn eens gegeven woord. Ja, Zijn verbond staat eeuwig vast, zoo, staat geen berg geen rots.

Wat talloos vele verlovingen er op deze wereld ook worden afgebroken, en wat klimmend aantal echtscheidingen de statistieken in de dagbladen ook aanwijzen, deze verbintenis zal eeuwig duren. Er komt nooit een einde aan.

Men moge elkaar hier beneden „eeuwig trouw zweren; al zijn daarbij de onderlinge verhoudingen ook nog zoo goed, straks komt de dood, die de innigste en teerste banden verbreekt. Hetisdenmensch gezet eenmaal te sterven.

Ruth moge haar schoonmoeder Naomi aankleven en met ontroerende beslistheid tot haar zeggen: „waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten, uw volk is mijn volk en uw God is mijn God" de dood zou toch scheiding maken tusschen lie twee.

David en Jonathan mogen elkaar liefhebben als hun eigen zielen, 't hart kon ioch niet op die vriendschap gezet. Imners de dood zou toch scheiding maken iusschen die twee.

Aardsche liefde is kort van duur. Het s de droeve werkelijkheid van dit leven, lat liefhebbende harten worden gescheiden, in hechte verbintenissen worden verbroken.

Niet alzoo bij de Goddelijke ondertrouw. Je Heere ondertrouwt zich de Zijnen in tlle eeuwigheid. Ja, het is zoo wonderlijk: ran eeuwigheid heeft Hij Zich Zijn bruid bl uitgezien. Toen Hij nog niet bezig was net menschen te formeeren was Hij al >ezig hen tot de eeuwige gelukzaligheid : ie verkiezen. En Hij zal Zijn bruid ook in le eeuwige toekomst niet verstooten. Wat le Heere bemint, bemint Hij voor eeuwig.

Wat Hij toebrengt, houdt Hij vast. Wat Hii heeft verkoren, zaligt Hij ook. Geen zonde, geen duivel, geen wereld, geen verdrukking of benauwdheid of vervolging of honger of naaktheid of gevaar of zwaard, niets zal haar kunnen scheiden van de liefde Gods, die er is in Christus Jezus haren Heere. De genadegifte-en de roeping Gods zijn onberouwelijk. Bergen zullen wijken, heuvelen wankelen, maar Mijne goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere uw Ontfermer. Tot in de nimmer eindigende eeuwigheid zal de Heere dezelfde in liefde zijn.

Maar voelt ge dan ook niet, dat een mensch, die geen andere en betere liefdeband kent, dan die deze wereld en een menschenleeftijd omvat, op zijn hoogst nog een beklagenswaardig schepsel moet heeten ? Is 't geen kenmerkend bewijs voor jw diepe verdorvenheid, zoo ge nog gevoeloos en onverschillig zijt voor deze godïelijke ondertrouw ? Immers, er is geen mdere band om u voor eeuwig gelukkig je maken. Hoelang hinkt gij toch op twee gedachten? Wanneer zal het bij u komen tot een beslissende keuze ? Durft gij het wagen met den baal dezer eeuw ?

Wat al uitvluchten en voorwendsels onier de kinderen der menschen om zich lan de noodiging en de liefdesgemeenschap les Heeren te onttrekken. De een heeft sen akker gekocht en 't is noodig, dat hij litga om hem te bezien, een tweede heeft rijt juk ossen gekocht en gaat heen om lie te beproeven, een derde heeft een rrouw getrouwd en daarom kan hij niet tomen. Ach, wat baat het een mensch, ,oo hij de heele wereld gewint en lijdt chade aan zijn ziel? Bedenk het toch, ;ij kunt desnoods heel de wereld missen, naar de liefdetrouw des Heeren missen lat kunt ge zonder eeuwige zieleschade tiet.

Nog is het 't heden van genade. Wendt

tot Hem en wordt behouden! Bewondert et trouwverbond van Hem, die in Christus iet arme zondaren bemoeienis maakt. Lanbidt Zijn onbegrijpelijke genade, Zijn nmetelijke lankmoedigheid, Zijn onuitprekelijke trouw. Wij zeggen altijd: „de efde moet van twee kanten komen." >eze liefde komt van één kant. Hoewel Hij e Volzalige in Zich Zelf is, de Algenoegame, toch heeft Hij Zijn hart gezet op een olk, dat van nature des doods schuldig i onrein is, waard om eeuwig te worden erstooten. Daarom is het ook: „wij hebsn Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft efgehad." Tot hoe duren prijs heeft Chris- , is dat volk gekocht ? Niet met zilver of )ud, maar met Zijn eigen dierbaar bloed. ; iet, omdat Hij in deze bruid iets aan- 1 kkelijks of begeerlijks vond, maar uit [ rije genade, 't Is en blijft: Door U, door ' alleen, om 't eeuwig welbehagen. Chris- < is alles, de zondaar niets. Niets dan zonde ' 1 schuld en afkeerigheid.

Gelukkig volk, dat de bruid des Heeren .oogt zijn. De eeuwigheid is te kort uw < itrouwen en liefderijken Bruidegom naar 1 aarde te danken en te prijzen. Gij hebt ' . uzelf geen heerlijkheid, maar al wat aan ( !em is, is gansch begeerlijk. Daarom, >ekt steeds nauwer met den Bruidegom j sver zielen verbonden te worden. Hij <

wil u als een reine bruid voorstellen aan Zijn Vader. Geeft de zonde den scheidsbrief. Wacht u voor trouwbreuk. Zoekt uw Bruidegom te beminnen. Dient Hem door wederliefde. Houdt u aan den leefregel van Zijn Woord. Bidt om de genade van Zijn Geest. Verbeidt als „wijze maagden" Zijn komst.

Hier zijt gij slechts met Hem ondertrouwd, maar gelijk een aardsche bruid met verlangen haar trouwdag tegemoet ziet, zoo moet dit het leven van uw leven zijn, dat gij met heimwee leert uitzien naar het tijdstip, waarop gij de onmiddelijke gemeenschap met uw Bruidegom moogt smaken.

Elke dag brengt u nader aan dat heerlijk doel. Hier is het de ondertrouw, daar het volmaakte huwelijk. Hier het voorportaal, daar de bruiloftszaal. Hier de mindere wijn, daar de betere. Hier de wachtenstijd, daar de eeuwige bruiloft. Hier het praeludium, daar het eeuwig lied der dankbaarheid.

Zalig zijn zij, die geroepen zijn tot de bruiloft des Lams.

Workum. J. Natita Az.

„NAAR DEN EISCHVAN GODSWOORD."

In het Kampensche blad „De Bazuin" vermeldt Prof. Bouwman wat wij schreven over de pogingen, die worden in het werk gesteld om onze Hervormde jongelingsvereenigingen van Gereformeerde kleur met die van de Gereformeerde Kerken in één Bond te vereenigen.

En dan eindigt Prof. Bouwman zijn beschouwing, met ons de vermaning, bijna hadden wij geschreven ons de beleediging, toe te roepen: „laat de vrees voor eigen Kerk niet de maatstaf wezen, maar de vraag: wat is de eisch van Gods Woord?

Daarop nu zal ons antwoord tweeërlei zijn. Ten eerste, naar onze vaste overtuiging is het niet naar den eisch van Gods Woord om onze Hervormde jongelieden fcoe te roepen: wij blijven in de Hervormde Kerk; wij denken aan geen afscheiding, sn ze intusschen ongemerkt de haven der afscheiding binnen te loodsen.

Zulke practijken waren 't, die ons in den Doleantietijd tegen de borst stuitten en aok nu tegen de borst stuiten, en die ons rog tegen de borst zouden stuiten, ook il waren wij lid van de Gereformeerde Kerken.

Want Gods Woord leert: „laat alle lingen eerlijk en met orde geschieden." in die regel geldt zeker wel allereerst >p godsdienstig en kerkelijk gebied!

Maar dan, ten tweede: naar onze vaste 'vertuiging is ook de weg der Afscheiding elf niet de weg naar den eisch van Gods Voord. En die overtuiging komt ons duur ;enoeg te staan.

Of meent Prof. Bouwman, dat, als wij ien op onze eigen rust en stichting, op e toekomst onzer kinderen en op nog ooveel meer, wij, naar den mensch geproken, niet veel liever in de Kerken der icheiding een plaatsje zouden innemen an nu in de oude Gereformeerde Kerk, faar wij worden aangevochten door vriend n door vijand ?

In waarheid, als wij daarop zien, en aarenboven dan letten op zooveel in de rereformeerde Kerken, wat ook wij bedonderen of waarnaar onze hartelijke ympathie uitgaat, dan zou het voor ons en groote verleiding kunnen worden om ns te voegen bij die broederen.

Maar dan is er één ding, dat ons daarvan ïoet terughouden. En dat is dit, dat rod ons heeft doen zien, dat de geheelez.g.