is toegevoegd aan je favorieten.

De gereformeerde kerk, jrg 40, 1927-1928, no 2039, 03-11-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En .... tot het laatst toe blijft de belangstelling onverminderd.

In dien tijd van half elf tot vier uur wordt een bidstond gehouden van een klein half uur en verder twee referaten over allerlei onderwerpen.

Bij voorkeur één referaat over kerkelijke aangelegenheden en een „stichtelijk" onderwerp.

Het komt meer dan eens voor, dat de voorzitter de discussie, die ontstaat over het referaat, waarbij het dan doodstil is in de vergaderzaal, om des tijds wille moet afbreken.

En het is de menschen aan te zien, dat die discussies hun volle warme belangstelling heeft.

Inzonderheid is dit het geval als de toestand der kerk besproken wordt.

Want voor het kerkelijk vraagstuk is in Friesland heel veel belangstelling. — Of die altijd op de juiste wijze tot uiting komt, ga ik later eens beschrijven — en als dan

t punt reorganisatie ter sprake komt, dan leeft iets van de geestdrift, als ten tijde toen Hoedemaker dominee in Friesland

was, weer op.

Ten bewijze, dat die vergadering wel in belangstelling deelt, mag vermeld, dat ook niet aangesloten-Confessioneele predikanten elk jaar trouw aanwezig zijn.

En als de vergadering is afgeloopen en je loopt zoo te midden van de menschen, dan hoor je meer dan eens van zeer eenvoudige menschen: ,,'t Was weer mooi vandaag"!

De aantrekkelijkheid der vergadering zit 'm dus in het beluisteren van 't geen bij referaat of discussie over de kerk of eenig ander belangrijk onderwerp gezegd wordt.

De prikkel, die ter vergadering drijft is derhalve belangstelling in het leven der Kerk. Ik geloof vast als de kerk in Friesland moest verdwijnen, terstond een Areopagus werd opgericht. De menschen hebben nu eenmaal behoefte om oude waarheden on¬

nieuw te onderzoeken.

En datzelfde, wat ter vergadering in September in Leeuwarden openbaar wordt, wordt ook openbaar in de gemeenten ? ? Nou — daarover schrijf ik later eens, — als ik 'tdan ook heb over de niet altijd juiste wijze, waarop men kerkelijke belangstelling toont, 'k Wil er nu enkel de aandacht op vestigen hoe de grondtoon van 't Friesche-kerkvolk-leven is, belangstelling voor de kerk.

Er niet maar belangstelling voor de kerk, maar ook voor andere geloofszaken, Met veel animo komen de menschep ook 's winters ter Bijbellezing in de week. Vooral als daar dingen ter sprake komen, die op de preekstoel uit den aard der zaak minder behandeld worden.

En als er dan eerst maar één is, die het waagt om een vraag te stellen, dan kofht het pas recht.

-cm dan doet men wel eens zeer zonderlinge vragen, maar die vragen getuigen altijd van nadenken over de dingen.

En dat wou ik nu juist in deze brieven aaatoonen, dat het Friesche kerkvolk in doorsnee graag over de dingen nadenkt en er graag over spreekt en hoort spreken.

Maar nu moet ge heusch niet meenen, dat het in heel Friesland zoo is. En ook niet, dat het waar het dan zoo is, alles in elk opzicht in orde is.

Neen, neen, was het maar zoo.

Maar wat goed is, moet ook goed blijven, vind ik. En als een dominee er op gesteld is, dat men zijn preek, of referaat, of Bijbellezing goed beoordeeld, dan kan hij een eventueel beroep naar Friesland gerust aannemen.

Bij welzijn ga ik 't in een volgende brief hebben over de Friesche Avondmaalsviering.

Insider.

VRAGENBUS.

De 88ste psalm en deszelfs dichter.

Mej. K. te S. schrijft: De 88ste psalm draagt een opschrift, dat ïïeman vermeldt als den vervaardiger. Nu lezen wij in 1 Sam. 8 van Samuel dat droevige verhaal, dat zijne zonen niet wandelden in zijne wegen en dan wordt ons de naam van den oudste Joël genoemd. Is dat dezelfde die in 1 Kron. 6 : 33 genoemd wordt de vader van Heman den zanger? Dan moet deze Heman een kleinzoon geweest zijn van Samuel, den van God gebeden zoon van Hanna en Israëls laatsten richter. Maar kan deze, blijkens 1 Kron. 25 : 1—16, rijk van God gezegende man de zanger zijn van dit somber lied ? Of was het een andere persoon, die denzelfden naam droeg ? Me dunkt: deze psalm en de persoon van den voormelden Heman passen zoo slecht bij elkander, en we zouden ons van dezen man niet anders voorstellen dan lofliederen te hooren. Maar deze zanger, die van der

jeugd aan bedrukt was en doodbrakende, dragende Gods ver vaarnissen, die in zijn lied alles zoo donker ziet, met alleen dien eenen lichtstraal: ,,0 God mijns heils", wie was hij dan ? en wat beteekenen die droeve klanken ? Ik kan mij best begrijpen dat men zoo'n psalm in de gemeente nooit laat zingen; een nieuw testamentisch lied klinkt dan voor onze ooren vrij wat schooner. Maar ik zou toch van dat sombere lied gaarne eenige opheldering willen hebben.

Antwoord. Wij, die dit schrijven, hebben van geslachtsrekeningen nooit veel werk

gemaakt; zeker wel mede, omdat dit met onzen aanleff niet overeenstfimrlfi fin wii Ar

ons niet sterk in gevoelden. Dit alleen willen wij ervan zeggen: er is in de Schrift sprake van een zanger Heman en van een wijze. Heman. De zanger stamde af van Samuel en Korach; de wijze was (1 Kron. 6:2) een afstammeling van Esrach. Nu

ïezen wij eenter m net opschrift van ps. 88

oeide, dat deze psalm was van de kinderen van Korach en dus van den zanger Heman, en dat de psalm was van Heman den Ezrachiet, dus van den wijze.

Daarom denken sommigen, dat tenslotte de zanger en de wijze dezelfde zijn geweest, en dat de afkomst op verschillende manier is weergegeven.

Wij zullen ons daarin nu maar niet verder verdiepen.

Wat nu betreft den inhoud van dit lier).

lezen wij in een uitlegging:

,,Ut hier oorspronkelijk sprake is geweest van np.rsoomlirtlcp. of van tn.atirm.nlo

ellende, is moeilijk uit te maken. Geen enkele uitdrukking in den psalm eischt de laatste verklaring, maar ook geen enkele verbiedt haar. De Oud-Testamentische gemeente kon dus, ook al was de psalm oorspronkelijk een uitdrukking van per-

soonliike ellende. hfim ■zonrlfir mpfir b v.

in tijden als van de ballingschap, op de lippen nemen. Naar ziekte of in het bij^ zonder naar melaa.t.schheid wiist, in rlfin

psalm geen enkel woord heen, en het vermoeden van Prof. Delitsch, dat deze psalm en het boek Job denzelfden vervaardiger hebben gehad, is (alhoewel taal en inhoud van beide geschriften in menig punt overeenstemmen) onhoudbaar."

Wat ons gevoelen over dezen psalm betreft nog dit:

Er komen uitdrukkingen in voor, die aan het lijden van den Zaligmaker herinneren (denk aan „vriend en medgezel", die zijp weggenomen). Daarom zou in de gemeente deze psalm in de lijdensweken kunnen worden gebruikt.

Overigens kan de gemeente i:7i. b.n.n.r ae>-

Jwïal een üsalm als dfïzfin a.llppm 7innrpn i-m

tijden van zeer eroote benauwdhfiirl waar¬

onder dan de geheele gemeente gebukt gaat.

Meestal zal men dus in het gemeentelijk gebruik een psalm als dezen mofttftn nao.

seeren. Delitsch noemt hem „de nachtelijkste onder alle psalmen".

lMet zonder reden!

De psalmen hebben echter nog een andere beteekenis dan voor het gemeentelijk

gezang aueen.

Luther heeft eens ongaveer het volgende gezegd: in de psalmen heeft de Heere God ons een klein gebedenboekje gegeven, opdat wij daarin, als wijzelf voor de nooden van ons hart de uitdrukking niet konden vinden, de woorden als voor ons gereed zouden vinden liggen.

Dat is zoo juist opgemerkt.

Wat medewerkt om den psalmbundel zulk een innig karakter te geven is, dat zoovele psalmen niet alleen liederen zijn, maar zuivere gebeden. En wie nu met zijn Bijbel vertrouwt is en in zwaren nood verkeert, stort vaak zijn ziel uit in woorden, die hij, zonder het zelf te weten of te bedenken, aan den psalmbundel ontleent.

inu, ais zoodanig zal ook deze psalm acht-en-tachtig somtijds wel bruikbaar zijn. Wij wenschen het wel niemand toe, dat hii in zulk een nood eeraakt,. da.t. <Ia?o

psalm de rechte uitdrukking wordt, voor

wat er m zijn Dmnenste omgaat. Maar als

wij in de narten van alle Christenen konden lezen, zouden wij er misschien meer ontmoeten van wie dit geldt, dan men oppervlakkig zou vermoeden.

En wanneer iemand in dezen psalm heel niet kan inkomen, dan is het mogelijk, dat zulks daaruit voortvloeit, dat 't Gode behaagd heeft om hem langs andere, lichtere wegen te leiden. Maar 't zou ook hieruit kunnen voortkomen, dat zijn oppervlakkige natuur het niet opmerkt en gevoelt, wanneer de hand des Heeren hem neerdrukt of slaat.

Wat wij o.i. in elk geval, ook uit dezen psalm, kunnen leeren, is, dat wij voor God den Heere „van ons hart geen moordkuil" behoeven „te maken".

Een andere psalmist vermaant:

„Stort voor Hem uit uw gansche hart."

Is 't dus duister van binnen ■ Knhiint

alsof God op uw gebeden geen acht slaat

en u in den nood maar laat zitten, ëchrei clan op de wijze van dezen psalm maar tot Hem. Dat zal lucht geven. En dan geeft, zelfs in dezen zwartsten nachtpsalm, die naam „God mijns heils" als het ware nog een touw in de hand om er zich aan vast te houden en om, al ziet en vindt men nergens uitkomst, tocli od ftan ttpipirpi tr- Hifi va n

hopen en voor algeheele vertwijfeling te blijven bewaard.

Wat betreft de Nieuw-Testamentische liederen, bij ons in gebruik, daarin vindt men doorgaans die diepe tonen niet, die uit het benauwde hart opwellen en die de psalmen zoo schoon maken.

Op het standbeeld van een Fransch dichter lazen wij, in Parijs zijnde, eens een vers, dat (vrij vertaald) aldus luidde:

„Niets maakt ons grooter dan een groote

(smart,

Het schoonste lied wordt in den zwartsten

(nacht geboren, 'k Ken onnavolgbre zangen, die slechts (zuchten zijn van 't hart."

Dat geldt ook van onze psalmen! Wat de ew-Testamontische liederen betreft, ze kunnen in dit opzicht bij de psalmen niet halen, maar ziï hebben w(>i>r

iets anders voor; n.1. dit, dat, terwijl de

psalmen ons meer bij onzen nood en ellende bepalen, zii ons meer henen-

leiden naar Hem, die in onzen nood en dood is ingedaald, opdat in alle nooden Hij onze toevlucht en Bevrijder zou kunnen zijn.

En dat. moet erbij!

Want zal ons hart voor vertwijfeling bewaard blijven en zullen wij er ook niet toe komen om uit valsche troostbronnen lafenis voor onze ziel te putten, dan moet alle nood ons heenleiden naar Hem, Dien God gegeven heeft tot een eenig maar ook volkomen Redder uit nood en dood, I voor een volslagen hulpeloos volk. d- H. O. A T, I

dood is mgedaald, opdat m alle nooden Hij onze toevlucht en Bevriider inu

kunnen zijn.

ün dat. moet erbij!

Want zal Ons fl ar ti voor VPirtwii-f^linor

bewaard bliiven en millp/n wü nnlr

toe komen om uit valsche troostbronnen

xaienis voor onze ziel te putten, dan moet alle nood Ons hftpinlpirlp'n na.a.-r TT<^m

Dien God gegeven heeft tot een eenig

maai ook votlcomen Redder uit nood en dood, voor een voL-Jaaren hulnfilnns volk

d' H. * 6. A. L.

J. K. te O.; Dr. J. H. T. te M.; Mw. A. H. te A.; G. O. Wz. te R.; W. D. te G.; P. N.

a. v. te A. (^ jr.); J. A. M. te P.; A. v. M. te R.; D. D. te O.-N.; W. B. te V.; C. H. te 's-Gr.; Mw. Wed. J. J. v. d. B. te A.; J. F. W. te L.; Th. St. te L.; A. v. d. V. te S.; J. M. v. d. B. te A.; P. J. B. te W.; R. H. H. te 's-Gr.; F. J. v. D. te B.; C. S. Jz. te B. o. L.; H. v. V. te H.; G. V. te W.; W. B. Az. te V.; J. G. L. te F.; Mw. J. M. N. te R.; Mw. G. R. te 's-Gr.; N. L. te S.; E. A. K. te 's-Gr.; T. D. C. te S.; J. K. te

a.; J. d. w. te JN.-Jti. en P. v. V. te V.

Vriendelijk dank!

Aan degenen, die het nog niet zonden, berichten wij hiermede, dat de kwitanties D. V. 15 November worden afgegeven. Dringend verzoeken wij voor dien datum het bedrag te zenden. Men denke dan aan den Immanuel-kalender voor 1928, die fr. p.p. post voor f 1.— wordt toegezonden. Het premieboek „De Bron" door Linda Erics, door de pers zeer gunstig beoordeeld.

wordt voor 75 cent meer er bij gezonden.

Slechts een lezer, Ds. J. W. te V. was zoo vriendelijk ons het

Jaarverslag der Conf. Vereen, over 1926 te zenden. Moge dit voorbeeld navolging vinden. We zouden gaarne nog enkele exemplaren er bij hebben.

Wageningen, De Uitgevers,

Postrek. 12940. H. Veenman & Zonen.

LEESTAFEL.

INGEZONDEN.

Zendingsweek.

Zeergeachte Redactie,

Mag ik een enkel oogenblik Uw aandacht vragen om de Zendingsweek 6—13 November zeer dringend in aller belangstelling aan te bevelen ? Wij hebben in het Zendingswerk zoo zeer behoeft.fi aan crAAst.A-

lijke krachten, geloof en liefde, en evenzeer

• re *-111 .. r • • ,

aanstonexijKe middelen. Wij Kunnen de geestelijke krachten niet maken; alleen er onzen God om vragen, opdat een rijke uitstorting van Zijn Geest gezien en ervaren worde in ons vaderland tot zegen voor de zending. En wij kunnen aan alle christenen in ons vaderland vragen om de stoffelijke middelen. noodig voor het Zendingswerk Baat,

ik het dan vlak voor de Zendingsweek

mogen doen ook door middel van Uw blad.

r\ _ n ... ,1-. . 1

v^onega s en gemeenteleden onthoudt ons Uw gebed, Uw hulp, Uw gaven niet. De nooden zijn vele omdat het werk dringend om uitbreiding vraagt. Help ons opdat de naam van Onzen Koning ook door dit werk worde uitgeroepen tot aan de einden der aarde.

De Heere geve U en ons een rijke zendingsweek

Met hartelijken dank voor de plaatsing.

Uw dw., B. J. C. Rijnders.

hezen e,n Voordragen. Maanduitgave ten dienste van het lezen en voordragen op Christelijke scholen, vereenigingen en clubs, onder leiding van Arie Post, met teekeningen van B. J. van Milgen. Nummer 7 (Juni 1926) le Jaargang. Prijs f 2.40 per jaar. Uitgave: Uitgeverszaak ,,Jachin Zwolle.

Een SchrïftcrAr]Aelt.A Q+,rilrlï-An T-tT*nr/a on

ten worden hier opgenomen, met aanteekeningen, die dienst moeten doen bij het voordragen. Want ,, het is een onloochenbaar feit, dat er een groote afstand bestaat tusschen den letterkundigen kunstenaar en de "

Geven deze maandelijksche afleveringen dus onschatbare lessen in het voordragen, zoodat de pennevruchten tot haar recht komen, en ook het genot verschaffen en den zegen spreiden, waartoe zij bestemd zijn; zij kunnen ook in het algemeen medewerken, om onder de aandacht van ons volk dat vaak zoo slecht kiest — datgene te brengen, wat inderdaad het allerbeste is, en verdient gekend te worden.

Professor Gunning schreef in zijn Dantestudie: „Onlangs trof ik in Gelderland in een spoorweg-coupé derde klasse een gezelschap arbeiders aan, die elkaar door muziek en druk gesprek in een onverstaanbaar patois den tijd kortten. Na gehoord te hebben, dat het Itali-

aanseh was. sr>r«.lr iIr oio imnr- rmie

----- 7 wwx XJAiJ ^Dll, CC11 JJCLOlJ.

terzinen van de „Divina Commedia" uit. Oogen-

i.;jkk»■ iijk Keerae nun woordvoerder met een: ,,Ah, Dante!" zich tot mij en begon een gesprek.

. naiaren met zeiteren weemoed daar¬

bij in stilte te vragen: Indien iemand een paar van de uitstelcendste verzen van Vondel of Bildeidijk citeert, zullen dan de kinderen onzes volks hun hoofddichters herkennen ?

Mogen deze boekjes medewerken, om het door Prof. Gunning betreurde gemis weg te nemen. Mogen ze medewerken, om de schoonheid van onze letteren, om met name ook de schoonheid der Heilige Schrift door eene gepaste voordracht beter te doen uitkomen.

De aflevering, die wij hier voor ons hebben, is van Juni 1926. Inmiddels is het Augustus 1927 geworden. Er zal dus al heel veel goeds gevolgd zijn. Al kunnen wij onszelven de weelde niet veroorloven om op al dèrgelijke uitgaven in te teekenen, zij zijn de belangstelling zeker overwaard! Baambrugge. h.

Voor Moeders. Besprekingen over Opvoeding. Redactie: Mevr. A. Visser— Gunning, Van Nagellstraat, Zwolle. Administratie: Julianastraat 5, Zwolle, G. W. Veltkamp. Maandblad (Oct.-Sept.). Priis f 0.80. J

't Is altijd weer dezelfde moeielijkheid. Wij kunnen niet al te vaak over dit Maandblad iets zeggen. En als wij 't dan 'n enkelen keer doen en 't stapeltje voor ons nemen, dan brengt ons de overvloed in verlegenheid. Wij moeten toch een keus doen. Want demonstreeren en proeven laten is de beste aanbeveling van goede artikelen. Dat leeren de winkeliers ons tegenwoordig immers ook.

Gaarne zouden wij een proefje geven van het ! werk der Redactie. Wij konden er het voorlaatste nummer voor gebruiken, waarin zij het over De huiselike godsdienstoefening heeft. Ondanks deze nieuwerwetsche spelling is zij nog eene voorstandster van de ouderwetsche methode in zake den huiselijken godsdienstoefening.

Ook zouden wij kunnen aanhalen uit" het opstel over Vroolijkheid van de hand van Ds. H. Visser, dat oorspronkelijk voor het Doetinchems Weekblad werd geschreven.

Wij willen echter van de gelegenheid om op wat meer ruimte beslag te leggen, die deze zomermaanden allicht geven, gebruik maken door de aandacht te vestigen op twee andere artikeltjes.

Het. eerste moet uit de pen van een leerling Jti. 15. b. 4e klasse gevloeid zijn. Het is een oordeel over zijne moeder. Het luidt aldus: „Ik heb zelf een moeder, die een echte moeder is. Ze doet niet aan clubs, ze is niet modern, ze loopt geen lezingen na over opvoedkunde, want ze weet hoe ze op moet voeden. Ze is een echte moeder. Ze laat ons uit, wanneer we naar school gaan, en als we om 4 uur thuis komen, is moeder ook thuis en ze is niet uit tea-en of bridgen, maar ze drinkt gezellig met ons thee en we praten over school en over alles wat ons belang inboezemt en ze

vrancf. wa/f. nro tmnr r\<an Tirnl crAr» rl fin rl evrr ^

BIJZONDERE LEERSTOELEN.

Met hartelijken dank ontvangen door Ds. Joh. Kijne te Woubrugge namens den kerkeraad aldaar f 5.—. Sedert de laatste

verantwoording gingen meerdere weken voorbij; dit was vroeger zelden het geval, daar er toch bijna altijd iedere week wat te verantwoorden was. Wanneer Directeuren zullen slagen in hun pogen om de Vereeniging weer in een of meerdere wetenschappelijke voordrachten naar buiten te doen optreden zal daarin verandering moeten komen. Vandaar, dat bij vernieuwing tot meerdere belangstelling opgewekt wordt.

Katwijk. J. Schokking.

ONS BLAD.

Het abonnementsgeld ontvingen wij in de afgeloopen week van:

J. A. G. te O.; Mw. Wed. B. J. H. te H.; H. B. te H.; R. F. te L.; Dames I. en A. N. te W.; J. C. K. te L.; J. E. T. te V.; A. v. d. M. te D • R. d. B. te D.: J. D. te rl K

J. K. te N.; Mw. A. M. K. te U.; Ds. N. L.

te in. a.d. JLJ.; Ds. tj. Ju. te z,.; j\. d. B. te A.; Ds. G. W. te B.: R. B. te A.: .T R t,«

P.; P. B. te P.; M. J. G. te W.; D. H. te Z.;

V» W v wwa. UV" » UUCI1

hebben. Onder het werken komt ze af en toe kii-

"S 1 1 , 1- „X 1* ITT J

i^ijL en neipt wanneer nwi/ uuutug is. wanneer wij op school een slechten dag hebben, dan troost ze ons. +,prwiil v.p> in het te0rf=mnA7-e>T>nroc"f-/^i,3^ 1

7 7. ? ' J "V. . , 5V/0Ü01"0 govai

bijna net zoo blij is als wij zelf. Kortom, ze leeft