is toegevoegd aan je favorieten.

De gereformeerde kerk, jrg 40, 1927-1928, no 2052, 02-02-1928

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Reorganisatie is niet oplossing van de vraagstukken, reformatie, maar eene poging om de oplossing te doen geschieden in een zinveren weg. Ds zuivere kerkvorm behoort niet tot liet wezen, maar tot het wélwezen der Kerk. Ook vermag reorganisatie niets zonder Gods Geest, laten we daar vooral den nadruk op leggen. Met den zuiveren kerkvorm alleen zijn we er niet. Als een •jongeling meerderjarig wordt, krijgt hij de beschikking over zijn goed, de verantwoordelijkheid, maar ook de mogelijkheid, om zijn goed door te brengen. Zóó is het ook met de de Belijdenis onzer Kerle, met Gods erfgoed.

Voor de Besturen is het de vraag: Is het recht, dat we onze Kerk zoolang onder voogdij houden? Js het recht wanneer de besturen, als besturen, boven de Kerk blijven staan? Dat er geene vertegenwoordiging der kerk is, die bezwaren tegen Belijdenis aan Gods Woord kan toetsen ?

En Prof. Haitjema hield 16 Jan 1.1. een lezing te Leiden, waarvan de Nederlander een zeer duidelijk verslag gaf, over ,, Evangelie en Kerkorde", waarin aangewezen werd, hoe het kerkelijk leven moet rusten op twee pijlers: de verkiezing en het genadever bond, en hoe nu eens de eene pijler en dan weer de andere overbelast wordt. Op de vraag, of onze Herv. Kerk in haren feitelijken toestand werkelijk is een „pilaar en vastigheid der waarheid", moet helaas ontkennend worden geantwoord. En dan vervolgt het verslag (wij cursiveeren):

Wat moeten wij dan in dezen verschrikkelijken toestand doen ? Spr. waarschuwt I tegen voorbarige reformatie als in 1834 en '86. De juiste weg ia reorganisatie van de geheele reglementaire bestuursinrichting en dan geen terugkeer tot de Dordtsche kerkenorde, uit de 17de eeuw, doch een nieuwe kerkenorde, steunend op Gods Woord. Bi'j deze reorganisatie moet voorzichtigheid betracht worden, de lcerk zou de volle vrijheid niet ineens kunnen dragen. Ook zal de Ned. Herv. Kerk een belijdende 3 kerk moeten zijn, doch tevens volkskerk ^ blijven. Om daartoe te komen moet overal ' in de kerk de drang naar reorganisatie gewekt worden. f

Mogen ai onze gemeenten (vooral ook ( onze kerkeraden) hunne verantwoorde- z lij kheid in deze steeds meer gaan beseffen v en daarom medewerken, om de gemeente- j leden voor te lichten in breeden kring, opdat inderdaad „de drang naar reorganisatie gewekt worden," d.w.z. opdat reorganisatie steeds meer als een eisch van Gods (Woord gevoeld worde en opdat tevens alom in onze Kerk de bede opga, dat God zelf door de machtige werking Zijns Geestes haar weer stelle tot een „Pilaar en Vastigheid der Waarheid" temidden van ons volksleven. I

P. J. Kromsigt. C

0 j juist dikwijls hetgeen in de Hervorm-

0 j de Kerk door Hervormd voelende menn | schen wordt gedaan, afbreekt en met ^ onvruchtbaarheid slaat. De Gereformeerde

1 ! beweging staat daarom dan ook tegens i woord ig hier en daar alles behalve in een

j goeden reuk en dan niet omdat men de i Gereformeerden haat, maar omdat men 1 >>de Gereformeerden" in verband met 3 de Hervormde Kerk niet vertrouwt."

Ook„ wordt afgekeurd het „evangeli' seeren in Nunspeet en verder gezegd:

i ,,We moesten toch met elkander aan dat dwaze kerkje-spelen eindelijk eens een i : eind maken. En de predikanten moeten toch niet aarzelen om in deze één lijn te trekken en schouder aan schouder te gaan staan."

„Van het begin van de oprichting van onzen Bond is tegen „het gevaar van Evangeliseeren" gewaarschuwd en we moeten ons daar streng aan houden."

Met voldoening had ik dit gelezen en 'k. dacht daarbij onwillekeurig aan een ingezonden stuk van den Heer Tmmeker eenige weken geleden, toen ik bij het dichtvouwen van het blad werd opgeschrikt door de volgende advertentie, die op de achterpagina als eerste in de rij prijkte:

Gouda.

Ned. Herv. Geref. Vereen. „Galvijn"

Des Heeren onmisbaren zegen toegewenscht aan H. H. Predikanten en Godsdienstonderwijzers inzonderheid aan hen, die ons ter wille zijn geweest in de bediening des Woords.1)

Namens het bestuur, C. J. Revet, Voorzitter. A. Jongejan, Secretaris.

't Is vreemd.

'k Begrijp dit niet recht. Mogelijk is : het geheel ten onrechte, (daarover willen : broeders uit Gouda ons dan wel inlichten); ! maar 't komt mij voor dat deze advertentie met bovengenoemd artikel geens- j zins te rijmen is.

Metterdaad: „We moesten toch met i elkander aan dat dwaze kerkje-spelen 1 eindelijk eens een einde maken".

Ik geloof, dat de Waarheidsvriend bij 1 dit zeggen ter goeder trouw is. Maar hoe zal dit goede voornemen nu ook uitgevoerd? Dat men dan niet ruste, voor dit is geschied. i

— 1

') Cursiveering van ons. K- ^

0., 9 Jan'28. ' J. Ch. K. d

- met geen ander doel dan om deze te aam

- bidden; het was hun onmiskenbare bet doeling om op deze manier de leer der 3 transsubstantiatie (wezensverandering van

- de teekenen des Avondmaals) in het i Gebedenboek vast te leggen.

! In de uitspraak van het Lagerhuis heeft i zich uitgesproken wat leeft in het hart i des volks. En dit is voorzeker van groote beteekenis.

Dat het intusschen gelukken zal om, gezien dit resultaat, tegen de romaniseerende Anglo-Katholieken scherp op te treden, is niet waarschijnlijk. Daartoe hebben dezen zich nog tot toe reeds te veel vrijheden veroorloofd. Wèl schijnt vast te staan, dat, ware het nieuwe Prayer Book aangenomen daar mede de eindpaal der romaniseering niet bereikt zou zijn. Binnen eenige jaren zou de Anglicaansche Kerk nog veel meer Roomsch zijn geworden dan zij thans reeds is op vele plaatsen. Maar de moeilijkheid blijft dat er geen termen zijn geschapen, die aan de bisschoppen opeens macht geven om scherp tegen het romaniseerend streven op te treden.

Men heeft de meening uitgesproken, dat door de beslissing van het Lagerhuis de romaniseerende invloeden juist versterkt zullen worden; maar in elk geval is van niet geringe beteekenis de officieele verklaring, dat men wat de Anglo-katholieken begeeren en in de praktijk reeds zoeken door te voeren, niet wil erkend zien.

I Het gezag van de bisschoppen in de | Kerk, die n.b.! een Episcopaalsche (bisI schoppelijke) inrichting heeft, is door de gevallen uitspraak van het Lagerhuis wel in een eigenaardige impasse geraakt. Dezelfden, die hadden besloten de thans verworpen herziening aan het Parlement aan te bevelen, zagen hun oordeel thans afgewezen als schadelijk voor de Kerk. Zullen zij hetzelfde ontwerp nog eens indienen, zonder de bepalingen over de reservatie ? Inderdaad, dit blijken zij van zins. Zij hebben het na de gevallen be- , :

. ftiisbing, andermaal nerzien, gepubliceerd. . Maar sluit dit niet een erkentenis in, die . hun prestige nog verder verzwakken zal ?

Toch konden zij er zich moeilijk bij neerleg; gen. In de eerste helft van Februari zal het t nu voor de tweede maal gewijzigde Prayer Book aan 'het oordeel der Kerk onderworpen worden.

Duitschland. Afschaffing van de dood, straf. Door een aantal bekende Duitsche rechtsgeleerden, onder wie verschillende hoogleeraren, is een petitionnement gericht tot den Rijksdag om afschaffing van de ■ doodstraf. Zij verklaren daarin met voldoening te hebben kennisgenomen van de maatregelen, waardoor het nieuwe Wetboek van Strafrecht de oorzaken van de criminaliteit zoekt tegen te gaan. Maar tevens constateeren zij met droefheid het instandhouden van de doodstraf. „Zij is in flagrante tegenspraak met den geest van de wet en brengt in gevaar het tot stand komen van een rechtsgemeenschap met de broederlanden, zooals die thans in samenwerking met Oostenrijk wordt voorbereid. Daar de doodstraf haar doel, het wekken van afschrik, zelfs bij voltrekking in het publiek, toch niet bereikt; daar het algemeene rechtsgevoel bij toenemende volksverlichting zich met steeds sterker tegenzin van haar afwendt; daar de maatschappij tot hare bescherming dit ruwe en daarom verruwende strafmiddel in geen enkel opzicht meer noodig heeft; daar eindelijk ook de beste rechtpleging justitieele vergissingen niet vermag buiten te sluiten, : wordt de afschaffing van de doodstraf . van den Rijksdag gevorderd." Aldus het 1 petitionnement. God heeft in Zijn Woord { bevolen: Wie des menschen bloed vergiet, diens < bloed zal door den mensch vergeten worden ( (Gen. IX : 6). Maar deze adressanten 1 noemen dit goddelijk gebod: „een ruwheid" c Als zij hun zin kregen ging het voortaan 1 in Duitschland zoo: het bloed van rustig d levende burgers kan vergoten worden, maar h het leven van den moordenaar mag vooral 1 met worden aangetast. Reeds thans komt l het m de praktijk zelden tot voltrekking d van een doodvonnis. Gevolg is dat de doodslag zienderoogen toeneemt. Zal de rechterlijke macht nu ook het zwaard uit g handen geven ? Zietdaar een overweging z en vraag, die bij velen in Duitschland u leeft.

's'Gr■ d. B. I

VREEMD.

In de Waarheidsvriend van 6 Januari lazen we een artikel onder het opschrift: „Droeve toestanden", waarin het kerkjespelen van de protesteerende Kerkvoogdij te Vinkeveen aan de kaak wordt gesteld. Volgens een ontvangen bericht staat deze n.1. een kerkelijk gebouw af aan Christ. Gereformeerden tot het houden van godsdienstoefeningen .

Daarover wordt het volgende gezegd:

„Hoewel het „droeve toestanden" zijn, meenen we goed te doen dit bericht op te nemen, want wij gelooven, dat ons van dezen kant groote gevaren dreigen. Vlak onder onze oogen, terwijl we er vlak bij staan, verraden en verkoopen ze ons! En dat gaat dan alles maar onder den lieven naam „gereformeerd" of van „het gereformeerde volk" door!"

„Onder leiding van „Kerkvoogden" blijft de Hervormde gemeente van Vinkeveen dus vacant. Daardoor komt natuurlijk Jan en Alleman preeken of oefenen. Alles heel „dierbaar" natuurlijk. En dan eindelijk een Hervormd lokaal aan onkerkelijken enz. om er een predikant — van de Ds. Kersten-groep — te laten optreden."

„Laat men alles wat aangediend wordt in 't belang van de Gereformeerde beweging te zijn en in het belang van het Gereformeerde volk, nauwkeurig toetsen of het niet dienen moet om de Hervormde kerk en de Hervormde gemeenten kapot te maken. Het zit in de lucht om allerlei onkerkelijke paden te betreden en overal maakt men zich op om „kerkje te spelen", waarvan het resultaat maar heel zelden ten goede komt aan de Herv. Kerk, terwijl

BUITENLAND.

Engeland. Een onverwachte beslissing. De verwerping van het nieuw ontworpen Common Prayer Book in het Lagerhuis met 247 tegen 205 stemmen was een geheel onverwachte gebeurtenis. Na de aanneming door het Hoogerhuis had bijna niemand zich dit voorgesteld. Wèl had de oppositie in. het Lagerhuis zich bij de debatten onomwonden uitgesproken, maar toen bij eindstemming de uitgebrachte stemmen het bekende resultaat opleverden, was de verrassing nochtans algemeen. De aartsbisschoppen van Canterbury en York, die van de Peerstribune af de beraadslagingen van het begin tot het eind hadden gevolgd, verlieten na de bekendmaking van den uitslag in merkbare ontroering het Parlement. Door den uitslag is een eind gemaakt aan de pogingen van de laatste 30 jaren, in den boezem van de Anglicaansche Kerk aangewend, om de liturgie te wijzigen. Voor het eerst na 265 jaren had het Parlement zich bezig gehouden met een verandering van het „gebedenboek ; het tegenwoordige dagteekent van het jaar 1662.

De Engelsche bladen hebben op zeer verschillende wijzen den bovenbedoelden uitslag beoordeeld. De Morningpost, een toonaangevend orgaan bij de bespreking van kerkelijke vraagstukken, sprak van een overwinning van den Staat over de Kerk en van een vernietiging van het levenswerk van den aartsbisschop van Canterbury. De Times uitte de hoop, dat het Lagerhuis tot het besef mocht komen, zich te hebben laten verleiden tot een stap, die noch aan het Protestantisme noch aan den vrede in Engeland bevorderlijk is. Andere bladen hebben daarentegen de beslissing krachtig toegejuicht.

Zooals men weet had de voorgestelde wijzigiug voornamelijk ten doel veranderingen aan te brengen in de Avondmaalsliturgie. De leiders der oppositie in het Lagerhuis toonden onweerlegbaar aan dat de AngloKatholieken, die in romaniseerende richting sturen, inderdaad de reservatie (bewaring) van de „altaarspijs" begeerden

- ding) I(n) N(oord-Holland) bezig de vrij-

- zinnige gemeenten tot een voorwerp van r waarneming en bearbeiding te maken; en i trekt omgekeerd de omgeving Alkmaar de t blikken van den vrijzinnigen buitenstaander tot zich, al is men kennelijk van die

t zijde niet voornemens om in deze omgeving s iets te gaan ondernemen.

Met name de vrijzinnige predikanten — om van hen eerst iets te zeggen — voelen - et zeldzame feit, dat in het zoo geesteooze jSioord-Holland een dergelijke om, gevmg bestaat en stand houdt als een ; raadsel, dat oplossing vraagt. Zeer gewoon , \vas het dan ook, dat op de ringvergadermg van predikanten, die iedere drie maanden in Alkmaar gehouden wordt, dit tot een onderwerp van gesprek werd gemaakt, en hierover allerlei gissingen ten beste werden gegeven. Ook de voorzitter van den Ring, de bekende anarchist Ds. Schermerhorn, — een overigens fijn en kunstzinnig man, — verdiepte zich gaarne in dit en soortgelijke vraagstukken, zoodat er af en toe oriënteerende besprekingen werden gehouden.

Vt at hun echter niet alleen een reden van verbazing, maar daarbij een bron van ergernis was; bleek inzonderheid het feit, dat, als door hen in deze rechtzinnige gemeenten een vacaturebeurt moest worden vervuld, het anders zoo talrijke gehoor tot een vier- of vijftal luisteraars was geslonken. Waarbij nog kwam, dat, trots alle pogingen, die zij ten hunnent aanwendden, trots alle religieuse apparaat, dat zij in werking stelden, tot vlugschrift, j gemeenteblad en wijdingsuren toe; al deze bemoeiingen absoluut geen verbeteringen wisten aan te brengen.

En toch kon het anders; dat gevoelden zij, als zij zagen op die rechtzinnige gemeenten in hün onmiddellijke nabijheid, vandaar hun spreken hierover, en hun niet altijd verholen ergernis.

Het mocht echter niet baten, of men hun al zeide, dat het waarlijk niet haperde aan hun ijver of toewijding (want er waren onder deze mannen, die een voorbeeldigen ijver hadden); dat de eenige oorzaak lag in hun niet uitdragen van de waarheid, die de mensch behoeft om hem met zijn zondenood bekend te maken en daarin redding te bieden. Zij konden of wilden dat niet gelooven. Daardoor bleven ook deze samensprekingen tamelijk onvruchtbaar; al moet anderzijds gezegd, dat zij soms zeer leerrijk waren.

NOORD-HOLLAND.

c. Slotbeschouwing.

Natuurlijk hebben de geschetste toestanden niet nagelaten de aandacht te trekken, van wie daarbij meer of minder betrokken waren.

Zoo is reeds sinds een geruim aantal jaren de zoogenaamde I(nwendige) Z(en-

t En nu de arbeid van I. Z. I. N.

bitteraard komt het niet bij mij op de - waarde van deze vereeniging te willen ) verkleinen of het nut, dat door haar wordt gesticht, te willen geringschatten. Het : moet zelfs gezegd, dat er mannen tot haar behooren, die een beschamenden ijver aan ' den dag leggen en daarbij niet terugdeinzen i voor miskenning en spot.

Toch twijfel ik er aan, of de door haar gevolgde methode van bearbeiding de juiste is.

Het wil mij namelijk voorkomen, dat zij trots al haar ijver den zielkundigen factor te zeer miskent, en ook zich met name niet genoegzaam rekenschap ervan geeft wat 's menschen diepste zielsbehoefte is, en waardoor die alleen wordt vervuld.

En; of daarbij ook altijd voldoende rekening gehouden wordt met den bij zonderen aard van den Noord-Hollander ?

Ik waag het te betwijfelen.

Geef ik in deze daarom mijn meening weer; dan geloof ik allereerst, dat, al dient men ook in den goeden zin des woords den Joden een Jood en den Grieken een Griek te wezen, toch nimmer mag worden nagelaten te verkondigen „den vollen raad Gods . Daarbij behoort deze prediking (dus een prediking van het gansche Woord, Wet en Evangelie) psychologisch georiënteerd te zijn, daar men anders gevaar loopt geen aansluiting te vinden bij de denk- en gemoedswereld van den toehoorder en mag — vooral bij den NoordHollander niet — de factor van diens bij zonderen aard, aanleg en karakter worden veronachtzaamd.

x Wat daaruit in dit verband volgt ?

Allereerst, althans zoo zie ik de dingen, dat de prediking niet theatraal mag zijn, noch ook — vervallend in het andere uiterste — plat en onverzorgd.

In het eerste geval toch zal de NoordHollander, wien het waarlijk niet ontbreekt aan een behoorlijk aanvoelingsvermogen, zich stooten aan den ij delen klinkklank van woorden; terwijl hij in het laatste geval zich gekwetst zal gevoelen in een zekere hem aangeboren natuurlijke beschaving.

Vervolgens; dat een uitsluitend verstandelijke prediking wel nergens op haar plaats is, maar vooral niet bij den NoordHollander. Misschien zou op den duur een strict uitlegkundige, leerstellige prediking hem voldoening geven; maar een stoot in die richting heeft de inwoner van dit