is toegevoegd aan je favorieten.

De gereformeerde kerk, jrg 41, 1928-1929, no 2123, 13-06-1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

broeder, met wien inzender mocht kennis l maken; dat wil zeggen: een keel eckte inge- r beelde gereformeerde, die in waarheid zéér 1: verre stond van de Gereformeerde leer der "v zaligheid.

Wat betreft die leer der eeuwige verwer- r ping, waarop inzenders vriend zoo gaarne c te gast ging, wij, die dit schrijven, moeten a bekennen in al die jaren, waarin wij het I Evangelie hebben bediend, nooit apart en 1 opzettelijk over die leer te hebben gepreekt, z En dat niet, omdat wij zonden aarzelen om z te onderschrijven wat de Vaderen in de a Dordtsche Synode daaromtrent hebben vast 1 gesteld, maar omdat wij meenen geheel in den geest dier Vaderen te handelen door e niet opzettelijk en afzonderlijk bij dat stuk der verwerping (en der verkiezing) stil te c staan, maar veeleer het Evangelie van Gods 1 vrije genade te prediken. <

Toen op de Dordtsche Synode de Remon- 1 stranten al maar wilden beginnen over de 1 leer der eeuwige verwerping, buiten verband met het gehéél der waarheid, toen i sneed de Voorzitter, Ds. Bogerman, dat af, < door te zeggen: het is onder Christenen geen gewoonte om over de eeuwige verwerping te spreken, want daarin op zichzelf is niets troostrijks en Godverheerlijkends gelegen. Veel liever spreken zij, tot hun verootmoediging en troost, over Gods verkiezende ge- 1 nade. Laat ons (zoo ging Bogerman verder) óók daarmee beginnen; dan zullen wij van daaruit vanzelf komen tot de verwerping der niet-uitverkorenen.

Dat was volkomen recht geoordeeld. De verwerping is niet een stuk, dat op zichzelf en los van andere waarheden kan worden behandeld. Doet gij dat wèl, dan loopt gij drieërlei gevaarlijke kans:

le. dat de God van alle genade door die prediking niet wordt verheerlijkt in Zijne gemeente, maar dat de hoorders den indruk zullen ontvangen, dat Hij zou zijn een willekeurig Tyran.

2e. dat de eenvoudige, aan zichzelf ontdekte, klein van zichzelf denkende hoorder, onder die prediking allen moed zal verliezen en zal denken: och heden! nu is mijn laatste hoop vervlogen, want nu geloof ik, dat ook ik wel tot die verworpenen zal behooren.

3e. dat die menschen in de gemeente, die gewoon zijn, zooals de Heiland het eenmaal beschreef, „zichzelf te rechtvaardigen en de anderen niets te achten", in opgeblazenheid zullen toenemen, zich te goed zullen doen aan hun eigen uitverkiezing, waarvan zij zich zonder grond het monopolie hebben aangematigd en met een (allesbehalve beminnelijk!) welgevallen zullen hooren van de verwerping van anderen.

Wanneer nu zoo iets de vrucht van de prediking zou zijn, dan zou dat onzes inziens allesbehalve een Christelijke vrucht wezen.

De rechte, Christelijke vrucht van de prediking is, dat aan. den éénen kant, wij, elk voor onszelf, klein leeren denken over oiiszelven.

Aan den anderen kant zal de vrucht zijn, dat, nu wij geleerd hebben onszelf te veroordeelen, wij zullen ophouden hard en hoog te oordeelen over anderen, maar veeleer erkennen, dat de grootste zondaar ter wereld niet meer genade noodig heeft dan wij van noode hebben, en dat wij èn hem die genade hartelijk zullen gunnen, èn hem die genade zullen verkondigen, èn voor Hem om die genade zullen bidden en op die genade zallen hopen.

Een prediking daarentegen die ons er toe brengt hoog te denken over onszelf en een ander ten eenenmale te veroordeelen, niet te twijfelen of wij zijn de uitverkorenen, maar evenmin te twijfelen of die anderen zijn de verworpenen, en om ons dan in die verwerping te verlustigen, daarin is niets Christelijks en dus #ok niets gereformeerds gelegen. Ah bah!!

Maar.... die leer van de verkiezing en verwerping is toch immers de rechte-gereformeerde; zou dan iemand, die die leer zoo krachtig voorstaat, niet de echt-gereformeerde zijn ?

Waarde lezer, een slagersblok en een slagershakmes kunnen in een goeden slagerswinkel niet gemist worden. Maar als iemand die gereedschappen wilde gaan gebruiken om zichzelf te verrijken en als hij daartoe zijn medemenschen op dat blok lei en het hoofd afhieuw, dan zoudt gij zeggen: Weg met zulk een gebruik van die gereedschappen!

Zoo zeggen ook wij: weg met zulk een gebruik van de genoemde waarheden, die God de Heere zeker tot dat doel niet gegeven heeft.

Wat is het Evangelie van onzen Heere Jezus Christus toch wat anders!

Toen de Heiland voor het eerst optrad, toen was zijn boodschap aanstonds, dat Hij was gekomen om alle treurenden te troosten, om hun te verkondigen, sieraad voor asch, het gewaad des lofs voor een

benauwden geest, opdat ^ij mochten genaamd worden eikeboomen der gerechtigheid, eene planting des Heeren, opdat Hij verheerlijkt worde.

Onze Heiland spaarde wel den zondaar niet; ook niet den hoogmoedigen Farizeeër, die alleen maar anderen oordeelde; neen, allerminst, Hij had ook een: „Wee u!" Maar daarnaast, wat verkondigde Hij heerlijk den rijkdom van Gods genade voor den zondaar, die kwam tot belijdenis van zijne zonde (denk aan den verloren zoon) en hoe vriendelijk was zijne noodiging voor alle kleinen en verlegenen.

De tollenaar, zich van véél zonde bewust, stond van verre.

Juist aan hem verkondigde de Heiland, dat hij veel dichter bij God en Diens genade was dan hij zelf wel meende! De Farizeeër daarentegen stond vlak vooraan. De Heiland beduidde hem, dat hij eigenlijk nog zeer veraf was.

Nu is de Heere Jezus een prediker bij uitnemendheid, neen, onze hoogste Profeet en Leer aar.

En al wie wat anders verlangt, verlangt wat verkeerds; en al wie het beter meent te weten, die weet er niets van.

Maar zegt iemand: als men dan niet opzettelijk en apart eens over het stuk deiverwerping moet uitweiden, is er dan nog wel een duidelijk onderscheid tusschen onze prediking en bij voorbeeld een Remonstrantsche prediking? Immers neen!

Antwoord: dat is ten eenenmale verkeerd en dom geoordeeld.

Stel: daar was iemand, die zou zeggen: zout in het eten is onmisbaar noodig, en dus nu houd ik ervan om alle gasten, onmiddellijk als zij aan tafel komen, dadelijk een volle soeplepel vol zout voor te zetten; daar kunnen zij dan heerlijk mee beginnen. Die nu onder die gasten een paardemaag had of een ijzeren maag, die zou misschien zoo'n lepel wel best kunnen verdragen. De anderen echter zouden zeggen: is dat eten ? dan vasten wij nog liever dan bij u aan tafel te komen!

Geheel terecht!

Maar zoo zouden wij ook liever heelemaal geen prediking hooren en op Zondagmorgen stil te huis onzen Bijbel lezen dan dat wij een prediking moesten hooren, waarin verkiezing en verwerping schering en inslag waren, maar waarin het Evangelie van Gods genade werd gemist of eventjes, als een bijzaakje terloops werd genoemd- Net alsof men er zich eigenlijk voor schaamde dat óók te noemen.

Maar nu is er toch wel een recht gebruik van de leer der verkiezing en verwerping!

En dat is deze: dat wij bij onze schuld, bij ons ongeloof, bij onze vijandschap en bij onze eigengerechtigheid, bij ons gemis aan liefde tot God en tot onzen naaste bepaald worden; dat 't ons duidelijk wordt: wij oordeelen vaak „die wereld", maar wij zijnin onszelven geen haar anders of beter, mis«nliian wel ercer: en dat wiï in dien weg er

toe gebracht worden om hartelijk te eri kennen: God de Heere zou héél geen onf recht doen, indien Hij ons wilde verwerpen; neen, Hij had er reden te over voor. Wanneer wij dan hooren, hoe Hij in het Evangelie der genade (evenals in onzen Doop) de handen nog liefelijk naar ons uitsteekt, dan zullen wij eerst recht erkennen: dat is verkiezende genade; 't is niet uit ons, maar uit Hem!

En nu zal die leer ons er niet toe brengen om als harde boonenstaken te zitten tegenover onzen medemensch, maar om ook voor hem nog het goede te zoeken en te hopen.

Toen David zelf genade bij God verkreeg, vond hij daarin moed om ook voor anderen het goede te zoeken:

,,De zondaars zullen zich tot U bekeeren,

En scheppen moed uit mijn behoudenis."

Wat betreft, dat die broeder niet gaarne d^n naam van Jezus hoorde en daarmede maar weinig ophad, dat was (met allen eerbied gesproken!) een trek, die die „broeder" met den duivel gemëen had. De duivel is nergens zoo bang voor als voor het liefelijke zondaarsevangelie, want hij weet, dat dat het middel is om de hardste harten te doen smelten en ze aan zijn macht te ontrukken.

En wees er nu van verzekerd, dat die duivel een echte tooneelspeler is.

Hij heeft allerlei costuums, waarin hij tot de menschen komt.

Als 't noodig is, dan trekt hij zelfs een Gereformeerd jasje aan.

Maar dan blijft hij toch een Gereformeerde .... duivel! En die is in onze Gereformeerde kerk misschien wel de allerergste duivel. Want voor sommigen lijkt hij precies op 'n engel.

C. A. L.

INGEZONDEN.

Studiefonds.

WelEerw. Zeergel. Heer,

Naar aanleiding van het ingezonden stuk in ,,De Geref. Kerk" van Ds. Schweitzeren Ds. Hoekert, moet mij toch van het hart wat ik al zoo dikwijls heb gedacht: „Wat openbaren wij toch weinig geloof in het door ons beleden beginsel."

Laat ons de schuld van onze achterstand, maar niet op anderen werpen, al is het ongetwijfeld waar en niet tegen te spreken, dat de door U genoemde factoren er mede schuld aan hebben. Toch moeten wij vóór alles maar inkeeren tot ons zelf en belijden, dat wij niet zoo consequent pal staan bij, en niet zoo offervaardig zijn voor de beginselen, die wij zeggen te aanvaarden, als dat moest. In het onderschrift dat U plaatst zegt U: ,,'k Geloof, dat er onder ons toch wel offervaardigheid is." Dat is wel waar, maar het moet niet maar zijn onder ons. Wij allen moeten offervaardig zijn.

Maar dan moet het georganiseerd ivorden.

Als dat waar is, dat er 453 confessioneele gemeenten zijn, dan moeten er even zoovele inzamelposten zijn. Zou de commissie van het Studiefonds (wat ik bij de menschen liever aangediend zag als „Studie-Hulp") niet in overleg met de Prov. Comité's of besturen van afdeelingen in iedere gemeente een persoon kunnen vinden, of laten vinden, die in die plaats met liefde en toewijding vaste contribuanten tracht te werven en in te schrijven ? Dan is het werk van den Studiefondspenningmeester elk jaar de kwitanties door dén plaatselijken correspondent te laten innen. Is deze laatste iemand, met liefde voor de zaak en actief, dan zal hij, in eene beteekenende gemeente, trachten zich van medehelpers te voorzien.

Het is best mogelijk, dat in die, of althans in menige van die 214 Geref. Bondsgemeenten, even goed zoo'n correspondentschap te stichten zou zijn, daar in zulke gemeenten wel menschen zijn, die snakken naar een goede Confessioneele prediking, en het wellicht beter beseffen, wat zij missen, dan menig doorvoed Confessioneel hoorder het waardeert, wat hij heeft, daar hij die prediking volop heeft.

Zie daar slechts mijne gedachten, maar die, zoo er in ons voor die zaak het liefdevuur brandende is, maar bovenal zoo er de Heere zijn zegen aan hecht, best te verwezenlijken zal zijn. Wat denkt de commissie van het Fonds, wat denken andere leden hiervan ?

Met de meeste hoogachting,

Uw dr.,

Naaldwijk, 10 Juni 1929. Joh. Roem.

'k Dacht wel, dat er op het genoemde ingezonden stuk, „wat komen zou".

'k Wenschte het ook. Laat men hierover zijn gedachten maai' eens zeggen, dan komt er leven en beweging in de zaak en dat is --beter dan „de dood in de pot".

'k Hoop echter, dat er nog wat anders komen zal dan nieuwe ingezonden stukken, hoewel die ons ook welkom zijn, als z;e in goeden geest "geschreven zijn met het doel om de zaak te dienen. Toch: goeden praktische uitvoering van een goed plan metterdaad is beter. Er is ook hier ongetwijfeld veel meer te doen, dan gedaan wordt; veel meer bereikbaar dan bereikt wordt.

J. Ch. K.

N. B. Studiefonds. Adres: A. v. d. Hoeve, Utrecht, Giro 52195.

Dr. J. H. T. te Monster f 5.—.

Dat is dus plusm. 1/6 deel van de som der gekochte lammeren.

Ik heb werkelijk moed, dat ik het voorgeschoten bedrag, op mijn 70en geboortedag (29 Juni e.k.) bijeen zal hebben, en du.s kan teruggeven. De Heere neige daartoe de harten tot milddadigheid.

Overschie. ^* Sghalekamp,

Schoolstr. 34. Oud-Evangelist C. V.

Giro no. 79479.

Met groote belangstelling lezen we altijd de mededeelingen van den heer Sch. omtrent zijn Schapenfokkerij. Er is daarbij telkens weer iets, dat 't hart goed doet. Zoo nu weer dat prachtige voorbeeld van de heeren gebr. Z. te R. Sommigen zorgen voor lammeren en anderen voor weide. Van harte hopen we, dat de heer Sch. zijn wensch omtrent het voorgeschoten bedrag vervuld zal zien en haasten ons daarom die over te brengen. Wel gaarne zouden we hem vanwege zijn onmiskenbare bedrevenheid in de schapenfokkerij een lcalligraphisch diploma in vergulden lijst doen toekomen. Wc vermoeden echter, dat het bovengenoemde hem welkomer is. Daarom maar haastig girobiljetten of postwissels ingevuld of doen invullen. Postbeambten verleenen tot dit laatste gaarne hun hulp. Zie boven gironummer en adres. Er is geen tijd te verliezen. De zeventigste jaardag van onzen Broeder nadert snel.

J. Ch. K.

N.B. Br. Schalekamp vraagt mij waar de brochure van Dr. Hoedemaker, Heel de Kerk en heel het Volk te krijgen is. Wellicht willen ook anderen dat wel weten, k Denk, dat zij voor deze en andere brochures van Dr. H. 't best terecht kunnen bij Wristers Boekhandel, Utrecht, Minrebroederstraat. Mogelijk is daar ook te krijgen het voor alle - leden en afdeelingen zoozeer aanbevelenswaardige Dr. Ph. J. Hoedemaker, Gedenkboek, 1868—1908, A. L. de Vlieger, Leiden, 1908. In iedere boekhandel kan besteld, wat iedere af deeling bezitten en lezen moet: Een onbegrepen Denker, Gedachten van Dr. Hoedemaker, G. D. Noordijk, uitgave H. Veenman & Zonen.

Het Schapenfonds.

'Met groote dankbaarheid zet ik mij thans om dit stukje te schrijven. Ik heb er dan ook dubbele reden voor. le. Mijn eerste stukje over het Schapenfonds 1929 bleef niet zonder uitwerking (zie verantw.). 2e. De aankoop der lammeren was ditmaal voordeeliger dan ik dacht. 16 werden er gekocht f 13.— per stuk. Van 3 zal de winstopbrengst door twee boeren betaald worden (zij wilden liever niet weiden).

Nu ontmoette ik op mijn collectereis voor oen nieuw Ev. lokaal te Oostvoorne, n paar heeren, de gebrs. Z. te R, die mij toezegden, dat ik voor hun rekening een lam mocht koopen, (een best, eerste klas lam, iverd mij gezegd) en ik dit elk jaar weer opnieuw voor hun rekening mag doen, zoolang ik lee , o 't ScKapenfonds bestaat. Volgt nu de verantwoording van ingekomen gitten:

Voor de stichting Schapenfonds

ontving ik reeds: ^

Van Mevr. N. N., Mevr. H. en Dhr D. v d. B. te Overschie resp. f ö.—, tl. en f 2.50, en van A. L. vJ M. te Goes f 2 50

Als antwoord op 't stukje m de <W. Kerk" van 23 Mei j.1. van Th. K. te Gro ningen f 2.50, van Dr. E. J. W. E. M., den Haag f5.—, van W. E. te Apeldoorn f ïo.-—, van J. Sch. te Hilversum f 5.—, van

Evangelisatie in Noord-Holland.

Zeer geachte Redactie,

Onder de rubriek „Kerknieuws" in de Nederlander van Zaterdag 11 Mei komt voor het volgende bericht:

,De bekende reizende evangelist J. Sevensma hoopt met Ds. Stam uit Amerika, de e.k. maanden een tournee door ons land te maken en spreekbeurten te vervullen. Deze Amerikaansche zending ,Star of Hope" hoopt tevens voor NoordHolland enkele reizende Evangelisten aan te stellen."

Zoover is het dus al gekomen dat Amerika zich het lot van Noord-Holland gaat aantrekken. Is dat niet een beschamend bericht voor Hervormd Nederland ? Het is toch genoegzaam bekend, dat het met de Herv. Kerk in deze provincie zeer droevig gesteld is. Meermalen werd er ook in dit

blad op gewezen.

Doet Hervormd Nederland niet veel te weinig om verandering te brengen? Er wordt nog in N.-H. gearbeid in en ten bate van onze oude Vaderlandsche Kerk. Verschillende plaatselijke evangelisaties zijn er en dan nog de groote vereeniging I.Z.I.N., die verschillende posten steunt. Vele dezer evangelisaties hebben geen eigen voorganger, omdat ze te klein en financieel te zwak zijn, zich deze weelde te veroorloven. Van een geregelden en goed georganiseerden arbeid is dus haast geen sprake.

Rome bouwt overal zijn machtige kathedralen en scholen. De Geref. Kerken zitten ook met stil en nu komt men ook al uit Amerika. Wat blijtt er langzamerhand over voor onze Herv. Kerk

Noord-Holland heeft arbeiders noodig en ook geld. De zoo even genoemden zorgen voor beiden. L,aat Hervormd Nederland dan ook met achterblijven! Indien er geen voldoende steun komt, kan er geen geregelden arbeid gedaan worden en is de kans groot dat de Vaderlandsche Kerk in Noord-Holland op den duur niet meer te redden is, daar èn Rome, èn de Geref. Kerken, en de secten alles in handen zullen nemen.

Daarom steunt den arbeid in en ten bate der Herv. Kerk in Noord-Holland!

Met dank voor plaatsing,

Hoogachtend,

Wieringen. Uw dw., J. Bosma.

Zomereonferenties van den Zendingsstudie-Raad te Lunteren.

Evenals vorige jaren hoopt de Zendingsstudie-Raad in de maand Augustus weder vier Conferenties te organiseeren. Betreffende de programma's kan het volgende worden medegedeeld :

Eerste week (29 Juli—3 Aug.). Voorzitter: Ds. B. J. C. Rijnders, Zendingsdirector; Vicevoorzitter: Ds. W. A. Zeydner (Dedemsvaart); Openingsrede: Dr. K. J. Brouwer, Zendingsdirector; Bijbelbesprekingen: Dr. W. Coenraad (Beek).

Cursussen : I. Miss. Insp. P. Hannig (Barmen): Afrika; II. Ds. D. Crommelin, Zendingsdirector: „Actueele Zendingsproblemen in de Nederlandsche Zending."; III. Ds. H. Steinberg, Director van het Z. Z. G.: „Suriname".