is toegevoegd aan je favorieten.

De gereformeerde kerk, jrg 42, 1929-1930, no 2155, 23-01-1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42c JAARGANG - OCT. 1929 0CT. 1930

No- 2155

DONDERDAG 23 JANUARI

Onder redactie van het Comité ter verspreiding der beginselen van de Confessioneele Vereeniging

Amsfprdami Ds. I. W. liKUOl te ueiueu;

te

T r*l» l7DATlTCTr!T <•/> ï?iticinr»aorpp«!f ^F.t Rs. IR Pt \ TTTC1RR

UT* !♦ V/1JL* JCSLIWIVIKJIU 1 ^ ~,y < T> TT CPTJAFFTMr

Prof, Dr. Th. JL. HAITJEMA te Groningen; Dr, P. J. KROMSIGT te Amsterdam; Ds. C. A. LINGBEEK te s-Gravenhage; Dr. H. SCHOKI I G

te 's-Gravenhage; Ds. A. B. TE WINKEL te s-Cj ravenna ge.

Dit blad verschijnt wekelijks. Alles wat de redactie aangaat en boeken ter recensie zende men aan Dr. J. Ch. KROMSIGT, Rinsumageest (Fr.). Vragen voor de Vragenbus uitsluitend aan Ds. C. A. LINGBEEK. Sportlaan 95, 's-Gravenhage; Kerknieuws-berichten aan H. VEENMAN & ZONEN te Wageningen. Voor advert. en alles wat de administratie betreft wende men zich tot de Uitgevers.

UITG.: F\ H. VEENMAN & ZONEN

wageningen

POSTREKENING 12940

TELEFOON 184

Prijs f 5.-, buitenl. en kol. f 6.- p. jaar. Afzonderlijke nummers 10 ets. Prijs der advertentiën: Van 1—10 regels f2.—, elke regel meer 20 cents. Boekannonces 10 cents per regel. Bewijsnummers è. 10 cents.

worden bil ieder nummer aangenomen, doch kunnen

« flUULlUblUUUi/wu •• J — ,

| alléén eindigen bij het einde van den jaargang, September van ieder jaar

INHOUD: Rust. — Sigrid Undset en haar kerk. — De eenige weg des behouds. — De Revolutiegeest. —Drente en de Vaderlandsche kerk II. — Vragenbus. — Een wensch. — Ingezonden. — Confessioneele Vereen. — Bijzondere leerstoelen. — Studiefonds. — Fonds voor kerkelijke en kerkrechtelijke geschriften. — Leestafel. — Kerknieuws. — Advertentiën.

RUST. 11

ii

Komt herwaarts tot Mij, allen b die vermoeid en beladen zijt, ik zal 2 u rust geven. Matth. 11 : 28. I

Een heerlijk woord, dat reeds door zijn s wel]uidenden klank de ooren streelt. Het ë richt zich tot vermoeiden en beladenen en ïbelooft hun rust. Wie is nooit vermoeid of e beladen? Wij allen worden voortgedreven * door het jagende leven. Het schoolkind c moet voort, zich inspannen en werken om I op tijd verder onderwijs te kunnen ont- i vangen. Reeds dat kan zoo vermoeid zijn i van inspanning. Jonge menschen moeten voort en rusteloos ijveren indien zij een r plaats in de maatschappij willen verwerven, f Vaders en moeders moeten voort in einde- Ti loozen arbeid voor het dagelijksch brood, t De een buiten, in het ruwe leven, dat dik- c wijls pijnlijke wonden slaat, de ander < binnenshuis te midden van een druk ge- 1 zin, dat nooit rust laat, en de laatste krachten uitput. Zelfs de grijsaard moet voort onder allerlei zware lasten, die zijn 1 laatste kracht rooven. Reeds die eindelooze inspanning kan ons zoo moede maken dat Wij smachtend uitzien naar rust.

Dan is daar het leed des levens, al die ziekten en kwalen, welke lichaam en geest sloopen. En hoevelen dragen vermoeiende lasten, die zij ook nog moeten verbergen! Verdriet over een verloren zoon of ontaarde dochter of over kinderen, die niet goed willen. Bovenal is daar de innerlijke onrust des harten, omdat de zonde in ons woelt en werkt. Ja, de zonde is de ware oorzaak van al onze vermoeidheid. Zij vergalt het leven en geeft tranen tot spijze. Door haar komt al die moeite, smart en bitterheid. Zij bederft alle verhoudingen, ontwricht het leven en brengt overal vijandschap en teleurstelling. En zij werkt ook in ons eigen hart. Wij doen ook zelf mee aan die levensvernielihg. Daardoor komt bij al den zwaren arbeid en het drukkend leed de woeling der zonde nog als het ergste; het gevoel onzer ware schuld voor God, die ons met schrik vervult. Hoe meer wij ons daarvan bewust worden, des te zwaarder drukt ons de vermoeidheid en beladenheid. Wij zoeken uitkomst en rust en vinden haar nergens.

Tot zulken zegt Jezus Christus: „komt herwaarts tot Mij, Ik zal u rust geven. Zou het waar zijn ? Hoeveel beloofde rust in het leven en gaf haar niet. Als kinderen dachten wij als ik maar eerst volleerd ben. Maar de last werd zwaarder. Als jonge Menschen verwachtten wij de rust van den gevestigden stand, als wij een zelfstandigen werkkring zouden hebben. Wat bleek 1 Dat de zorgen en lasten met den dag klommen. Ook de grijsheid brengt de *ust niet, hoor maar de klachten van zoovele grijsaards. Wij zochten de rust ook in allerlei dingen. Sommigen in ij dele genietingen, maar die konden de levenspijn niet

genezen en den last niet wegnemen. Ook de arbeid gaf ons de gehoopte bevrediging niet, want ons hart bleef onrustig. Zelfs eer en macht, hoe begeerlijk zij schijnen, nemen de onrust en den last der ziel niet weg. En van de wetenschap, het hoog1-

ste goed der menschheid, moeten wij erkennen: „zij vermag veel, maar zij kan mij mijn zonde niet vergeven. Hoevele menschen hebben ook voor en na rust beloofd aan hun volgelingen maar faalden. Zal dan Jezus Christus haar geven ? Ja, want Hij is de Almachtige en de Waarachtige. Hij spreekt en het is er, Hij gebied en het staat er. Zijn woord is eeuwig vast. Dat is gebleken. Let maar op zoovelen, die aan Zijn voeten leerden neerzitten. Niet alleen

edele menschen als Nicodemus, maar zelfs menschen, die in gruwelijke zonden leefden vonden bij Hem rust. Een Maria Magdalena, de Samaritaansche vrouw,'de moordenaar aan het kruis. Hij kan een iegelijk rust geven.

En zijn rust voldoet en blijft eeuwig. Hij neemt eiken last van de schouders af en geeft kracht om ieder kruis te dragen. Zelfs de verschrikking des doods leert Hij

overwinnen. Hetzelfde einde des levens,

dat den mensch zoo verschrikt, wordt dooiden discipel van Jezus met stil verlangen tegemoet gezien, want het brengt in Gods Vaderhuis, in volkomen eeuwige zaligheid. Maar waardoor dan ? Doordat Hij de schuld der zonde wegneemt en hare kracht breekt. Hij stelt zich in de plaats der Zijnen in Gods gericht, betaalt hun schuld en draagt hun straf. Dat neemt den schrik voor het oordeel weg. Hij vernieuwt hen door Zijn Geest en maakt hen tot nieuwe menschen, die een ander leven beginnen.

De kracht des Heeren ondersteunt hen. Het Woord Gods onderwijst hen. Zij leeren alle dingen uit Zijne hand ontvangen, overtuigd, dat Hij alleen weet wat zij behoeven. Dat geeft kracht om elk kruis te dragen. Dat maakt in tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar en voor de toekomst stil vertrouwend. Alle dingen werken voor hen mede ten goede. Door allerlei ervaringen des levens heen worden zij door hun Vader met teedere zorg geleid. Onder alles genieten zij Zijn vertroostende gemeenschap. Dat maakt stil en blijde. Het vormt ons tot eeuwigheidsmenschen, die nog op aarde, reeds wandelen in de hemelen.

Hoe verkrijgen wij die rust? Wij be¬

hoeven slechts te komen, in vertrouwen op

Zijn woord: „komt tot Mij". Werp u maar

aan Zijn voeten neder met de bede: „Heere Jezus, ontferm U mijner. Neem ook mij11 last weg, vertroost mijn vermoeide ziel. Gij kunt het.. .." Dan zal verkwikkende rust en hemelsche vrede in uw ziel dalenVelen komen niet en blijven het zoeken waar het niet is, buiten Jezus. Zij luisteren naar allerlei misleiding, bedrogen door hun arglistigheid. Maar dan wacht ten slotte het vreeselijk woord: „gaat weg van Mij> gij die de ongerechtigheid werkt". Alleen die geloovig komen en vragen om den

Geest, die in alle waarheid leidt, hooren eenmaal de noodiging: „komt gij gezegenden miins Vaders en beërft het Koninkrijk

dat voor u weggelegd is voor de grond¬

legging der wereld.

Lezer wat doet gij ? Nog roept JezüS

,)k u maar hoe lang nog % Antwoord, heden n°g-

Amsterdam. T. G. v. R.

SIGRID UNDSET EN HAAR KERK. ^

61

Ik heb nu al zóóveel gelezen over deze ^ Noorsche schrijfster en haar kunst, over ^ Sigrid Undset en haar werk; laat ik in ons ^ blad nu eens wat mogen schrijven over Si- ^ grid Undset en haar kerk. g Doch laat ik mijn lezer, die mi <schien mm- v der afweet van de beroemde schrijfster van g Kristin Lav ran s doch ter (een historische ro- ^ man van meer dan 1500 bladzijden in drie ^ deelen: de Bruidskrans, de Vrouw, het Kruis) ^ even op de hoogte helpen. j Zij werd in 1882 te Kalundborg in Dene- f] marken geboren; doch vandaar ging zij al ^ spoedig naar de hoofdstad van Noorwegen, ^ Oslo, waar haar vader directeur van het Nationaal Museum was. Reeds op 25-jan- q gen leeftijd vierde zij haar schrijverstalen met de uitgave van een roman m dagboek- q vorm. Het probleem, dat zij daarin en m al ^ haar volgende romans zou behandelen, was de verhouding tusschen man en vrouw m ^ het huwelijk. Zij werd pas meer bekend, toen haar boek Jenny, waarin zij, naar men ^ veronderstelt, zichzelve teekent, onder de ] menschen kwam. Daarna volgde o.a. in 1914 Vaaren (Lente). Maar in 1920 kwam het " eerste deel [de Bruidskrans) van haar groo- ^ ten, historischen roman Kristin Lavrans- ^ dochter, waarop de beide andere deelen in ^ 1921 en 1922 volgden. Deze boeken maak- ^ ten'haar beroemd. Daarvoor verwierf zij ^ den Nobelprijs voor litteratuur. Op eenmaal kwam zij in de rij der voorname schrijf- f sters te staan. Nu wordt zij bv. m een adem . genoemd met die andere gevierde, Noor- < gche schrijfster, Selma Lagerlof. Tenslotte ( 7ii hier nog bijgevoegd, dat Sigrid Undset ( p-ehuwd is met den schilder Svarstadt en 1 moeder van drie kinderen is. Zij woont m (

'J^Miin vacantie werd goeddeels gevuld met de lezing van de drie lijvige deelen van Kristin Lavransdochter.

Somwijlen is de schrijfster wat al te breed in haar verwonderlijk fijn uitgesponnen natuur- en karakterbeschrijvingen. De Noorsche natuur met haar ongenaakbare fiorden en somber bergland is haar Hef; die laat ze telkens weer, op iedere bladzijde, zien en spreken. Dat kan voor den lezer wel eens eentonig worden, zooals het luiden van een zwaren klok. En ze is ook een meester in het ' ontleden van de menschelijke ziel; met ; stille verbazing volgt men haar in de zielsl processen, die Kristin, de hoofdpersoon, in 3 haar huwlijksleven doormaakt. Men verl wondert zich over die scherpe visie, die rag fijne ontleding van een menschenziel, zon' der daarbij ooit gewild of gemaakt te worden. Doch ook dit kan te veel worden.

Voor het overige erken ik van Sigrid d Undset's kunst volgaarne, dat het een r phenomeen is. Ik heb versteld gestaan, te kens weer, onder de lezing, over haar rijke dom van fantasie, zonder overdrijving, haar

I wonderbaarlijke vertelkunst, zonder opge.. schroefdheid, door eenvoudige en toch e sprekende beelden geillustreerd. En dat

alles gemengd met een historie-kennis omtrent middeleeuwsche toestanden in Skann dinavië, die slechts verklaarbaar is door de

II gelukkige omstandigheid, dat de vader van n deze schrijfster directeur was van het Na,e tionaal Museum in Oslo en Sigrid, zijn • dochter dus, als met den paplepel, de oude

geschiedenis van Skandinavië heei mge

11 dronken. . „ •

« Derhalve stem ik dan °°k gaarn n

n met het oordeel, dat éen onzer eigen soh j

, Vers, Henti B»rel, de groote

t waarde van Sigrid Undset s uu

% gelegen is;

Middeleeuwen, zeker! Maar

as derde, het menschelijkhart met zijn donkere

afgronden en zonnige hoogten is in delOe en in de 20e eeuw onzer jaartelling nog altijd hetzelfde. Diep en gruwelijk moest de hoofdpersoon lijden onder al hare verkeerdheden vóór en in haar huwelijk en onder den wanhopigen strijd, dien zij daartegen te strijden heeft. Dit alles is zóó echt menschelijk en begrijpelijk; en, laat ik dit erbij voegen, leerzaam voor hem die ooren heeft om te hooren en oogen om te zien. Er kan van dit boek een heilzamen invloed uitgaan, omdat het rust op een Christelijken grondslag (ook bij alle bijgeloovigheid en dwaling van Rome's kerk, die hier worden uitgestald), wanneer men zich tenminste niet ten doel stelt om louter te genieten van de kunst van dit boek of om te kunnen zeggen, sdat men het gelezen heeft en dus „bij is. Het is groot werk, wat in Kristin Lavransdochter voor ons ligt. „Dit is realiteit ; naarmate deze roman voortgaat, groeit het gebergte, de middeleeuwsche menschen en hoeven, land en woud stilaan om ons heen op."

Maar ik wilde het nu juist niet hebben over Sigrid Undset en haar kunst. We zouden over haar en haar kerk spreken.

Misschien weet gij, dat het met Sigrid .Undset in het Luthersche Noorwegen staat als met Frederik van Eeden in het allengs^ verroomschende Holland. Zij is een bekeerlinge van de Roomsche Kerk. Wie de Roomsche pers kent, weet dat. Want haar beroemde naam wordt naast die van den even bekenden Engelschen schrijver Chesterton, ook een bekeerling, met voorliefde door die pers uitgedragen om de menschen te overtuigen van de aantrekkingskracht, welke Rome oefent op excellente geesten.

Dat zij bekeerlinge is, steekt Sigrid Undset niet onder stoelen en banken. Ofschoon ik Kristin Lavransdochter niet gaarne een tendenzroman zou willen noemen (m.a.w. dat zij dit boek zou hebben geschreven om de menschen voor haar Roomsche geloof te winnen), durf ik toch wel te zeggen, dat deze bekeerlinge in den geest van de „Moederkerk" zóóver en zóó diep is doorgedrongen, dat zij zich onwillekeurig tot de middeleeuwsche historie van haar volk, d.i. de tijd, toen Rome en haar priesterschap nog onbeperkte heerschappij voerden over de Noren, aangetrokken voelde. Zoo had zij gelegenheid als vanzelf haar kerk, met hare ceremonieën en leerstellingen, met haai ! geloof en hare alleenzaligmakende kracht, in 1 te weven in haar werk. En dat heeft zij ge5 daan als een goed Roomsche en toch als f een voortreffelijk letterkundige. Niet eenï zijdig; zij heeft haar priesters waarlijk niet alle geteekend als heiligen. Maar wèl zuiver. Ik heb mij meer dan eens verbaasd, 1 hoeveel zuiverder Roomsch deze bekeerlinge is meer dan menigeen, die van kindsgebeente in de „Moederkerk" werd opgevoed. Geen wonder, dat het enthousiasme van Roomsche zijde dan ook bergenhoog , klimt: „God en Zijn heiligen, haar liefde tot man en kinderen helpen haar en Kristin Q Lavransdochter wordt een vrouw van zeld' zame statuur.... Ik zal den dag zegenen dat ik het derde deel, het slot dezer ma-

'r gistrale, overweldigend-schoone trilogie

, in handen zal mogen nemen.

ï Dat ze goed Roomsch is, ziehier een enkele aanhaling uit het derde deel van

haa,Q k°®keren dag bedachten de tweelinLe gen' een van die oude kruisteekens (met n teer op een staldeur of andere plaats aangebracht) als doel bij het schieten te gebrm,n ken Kristin raakte buiten zichzelf van verLe twijfeling en toorn over zoon joodsche 3" handelw|ze, maar Erlend nam de kinderen in bescherming — ze waren nog zoo jong, •n dat men niet verwachten kon, dat ze aan J" heiligheid van het kruis zouden denken, :e telkens wanneer ze dat op de deur van een n stal of den rug van een koe met teer aangef' bracht zagen. De jongens moesten naar het 6 kruis op den kerkheuvel gaan,.neerknie en a' en dat kussen, terwijl ze vijf Paternosters

Ldat men het gelezen heeft en dus ,,bij is.