is toegevoegd aan je favorieten.

De gereformeerde kerk, jrg 42, 1929-1930, no 2182, 31-07-1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als een Mohammedaan of Jood, die aan zijn ƒ jjiö vaderlijk geloof bleef vasthouden, nochtans of'1' door de Christelijke Kerk zou worden toegelat6' 1 £ als haar lidmaat zou worden erkend. Er zouden na.'' g lijks woorden zijn te vinden om zulk een ongerijm® ir()) aan te duiden. p

De Kerk van Christus is dan ook nog nooi£ Jei dwaas geweest en zij heeft altoos, alhoewel me* 7 1 schillende mate van getrouwheid of gestrengheid 'ju tucht over de leer evengoed als over het leve" ^ 's haar rechtmatige taak erkend.

Wij zullen nu kortheidshalve niet teruggaan i'1 (®r vóórreformatorischen tijd, maar ons beperken ^ | ^

de Kerk der Hervorming; speciaal hier te landf ^-U

In de Handelingen van de eerste Hervormde $ vergadering hier te lande, ik bedoel de Synode i<p: Wezel van 1508, komt een hoofdstuk voor ofC1 ,11c tucht (Hfdst. VIII). En van dat hoofdstuk luid' ^ derde artikel: „wij oordeelen, dat de tucht b<?s 'd zoowel in de censuur over de leer of godsdieP6 ' over het leven; als ook in de ban, waarin voornaUj! ^ de sleutelmacht bestaat, door den Heere aan de * ^ gegeven." J!

Diensovereenkomstig was het dan ook in oii> |( derland, zoodra de Kerk der Hervorming eenig',^ een vaste gestalte had gekregen, de gewoonte, d;i de Classicale vergaderingen, waarin de ambtsdï";. der gemeenten bijeenkwamen, steeds in rond^'1 v werd gebracht, of er bij iemand ook eenige ^ <1 bestond in zake eenig hoofdstuk der leer. Ook P1' \rV' ten in die vergaderingen de predikanten, elk op

U rvn -v»-4~ nTr/\-n A/M-i /-vw/VAA-rvtmn + A f~\ VI -r»T»arll^

,iL;r v

gtfge-

UCU1U, UVCI CüiX uJJöcgDVCU IClViSlWUUIU CvH j

houden; en zulks maar met alleen tot onderlinge >