is toegevoegd aan je favorieten.

De gereformeerde kerk, jrg 42, 1929-1930, no 2182, 31-07-1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vfü, Dn a.n.r» -tmrvrn a.m AÜik f.nt, rmrtarlinere leenner, weder-

Et1' sj'Hg en. verbetering.

cct l al zijn dat reeds betrekkelijk spoedig doode vori»1;ltl geworden en al heeft de Kerkorde van 1816, ld' donder wij thans leven, aan zulke goede gebruiken ,"el een einde gemaakt, zelfs in 1816 is de tucht over niet opgeheven.

't( ? het „Reglement op de uitoefening van kerkelijk #Ht en tucht voor de Nederl. Hervormde Kerk", e" dat in 1825 werd ingevoerd, lezen wij onder ';1: „Het kerkelijk opzicht wordt uitgeoefend door ifl ^rkeraden de Classicale Besturen, de Provinciale t»! ^besturen'en de Algemeene Synode." En onder

i 2: „Deze onderscheidene vergaderingen stellen

i' ; W hoofddoel de handhaving van den godsdienst, pider der Hervormde leer." Er was dus voorgele ^Ven tucht over de leer. Trouwens reeds in het .0 ifeBX3nt op de uitoefening van Kerkelijk opzicht i ^ch.t bij de Hervormden, zooals dat in 1816 werd d' ^Vaardigd, kwamen onder artikel 2 dezelfde ie» ö%n voor. En onder art. 75 van datzelfde reglenS1 1t kwamen deze woorden voor: „beschuldigingen .iiJ' ( r' de leer van een predikant zullen niet aangenomen

> t tenzij dezelve gestaafd worden door duidelijke

^i^en, dat hij de leer, welke volgens Gods heilig n- Ji,fl in de aangenomen formulieren van eenigheid igs, ,Hervormde Kerk vervat is, heeft wedersproken d11' ^streden."

Ir*1! ^ Was dat nu niet meer de oude leertucht, zooals l\i'® Voorheen was geoefend in de vergaderingen der ^Wen, men ziet toch.: een leertucht was in onze Kerk reglementair voorgeschreven, ook na 1816. l)u is het bekend hoe behendig, ik zou haast zeggen: :lil' | Wat list, men in de Reglementen onzer Kerk heeft i s' ^wej-kt om de leertucht ongemerkt te doen ver-