is toegevoegd aan je favorieten.

De gereformeerde kerk, jrg 42, 1929-1930, no 2183, 07-08-1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de tweede plaats is er een zeer breede discussie gevoerd bij een voorstel van de Synodale Commissie, om een procentsgewijze uitkeering toe te passen bij Uitkeering 2, indien de gemeente in werkelijkheid Veel lager is aangeslagen dan de theoretische berekening eischt. Het was een poging om een nieuwe prikkel aan te brengen voor iliet belangstellende en niet offervaardige gemeenten. Men wilde echter dien weg niet op. Het resultaat zal wel wezen, dat de belangstellende gemeenten met offervaardigheid ook een hoogeren aanslag krijgen, Vil het percentage voor Uitkeering 2 op hetzelfde peil kunnen blijven. Want als de oudere jaren opdrogen en de niet-offerVaardige gemeenten niet tot hun theoretisch berekenden aanslag komen, moet het toch ergens vandaan komen. Een hoogere bijdrage voor hoogere belangstelling lijkt ons echter uitermate onbillijk.

En nu natuurlijk nog over hetgeen op den voorlaatsten dag werd behandeld. Toen kwamen aan de orde de voorstellen Van der Veen, het verzoek van het Hervormd Verbond en het voorstel Niemeyer, Brouwer, Van der Meene.

Treffend was dat bij de discussies over al deze voorstellen zoo goed als niet gesproken werd door de vrijzinnigen. Men mocht van de andere zijde met argumenten komen of ook met feiten, waartegen zij natuurlijk innerlijk in verzet moesten komen, zij lieten alles maar zwemmen. I)e orthodoxen, die mede onderteekend hadden, of het voorstel ingediend, of in de commissie van rapport zich reeds hadden uitgesproken, zouden wel spreken. Laten zij het woord maar voeren. Als straks de stemming aankomt, zullen wij met heel hun phalanx plus den heer Brandligt wel stemmen. Zoo zou er wel komen, wat zij Wenschten. En niet het minst de leden der Synode, die uit de provincie Utrecht kwamen, hebben hun daarbij uitnemende dien¬

sten bewezen. Het zij voor hunne verantwoordelijkheid.

Wij vergeten deze dingen niet licht. Vooral omdat juist van die zijde altijd zoo bij zonderen nadruk gelegd wordt op de ,,geestelijke" wapenen, waarmede men strijden moet. Zeer sterk maakte deze zitting op ons den indruk, dat men zeker was van zijn „macht".

^Wettelijke maatregelen" wil het voorstel Niemeyer. Dat zullen dus bepalingen zijn, waaraan ook onderworpen zullen zijn, die gemeenten, welke lijnrecht staan tegenover de gedachtensfeer, die in de vage uitdrukkingen van het voorstel tot uiting gekomen is.

Hoe totaal anders was toch het reorganisatie-voorstel. Daarin werd niemand gedwongen. Geen enkele gemeente en geen enkel lid. Ieder, die er is, bleef zijn volle vrijheid behouden. Alleen voor wie kwam, werd het centrum van de historische belijdenis ondubbelzinnig en onbekrompen onderstreept. Tegen de legende, dat uitbanning bedoeld was, een legende die door Prof. Brouwer nog eens werd opgerakeld, gaan wij nu hier met geen enkel woord in.

Hoe de motie van het Hervormd Verbond werd behandeld in het rapport weet ge waarschijnlijk reeds uit de bladen. Er werden zes opmerkingen gemaakt.

Ie. de indiening van het verzoek zoo kort na de Buitengewone Synode van Jan. '30 moge goeddeels haar verontschuldiging vinden in de groote liefde van de indieners voor hun ideaal, zij moet nochtans worden aangemerkt als een daad van ongepasten ijver;

2e. na de laatste maanden heeft de kerk behoefte aan rust;

3e. de toon van het verzoek doet onaangenaam aan. Het debat heeft duidelijk genoeg getoond, dat bij alle sprekers de liefde tot de kerk heeft voorgezeten en dat allen diep doordrongen zijn geweest van hun verantwoordelijkheid als vertegenwoordigers der kerk;

4e. de indieners leggen te sterken nadruk op het raadplegen van het oordeel der kerk.

5e. het verzoek heeft niet veel weerklank gevonden, slechts 25 van de 45 classes hebben het noodig geacht een oordeel uit te spreken. 15 classes hebben in allen deele instemming betuigd, sommige met een kleine meerderheid. In totaal zijn uit 19 classes gunstige stemmen gehoord;

6e. het voorstel „Groote Synode" is geheel verwerkt in het voorstel der Reorganisatie-commissie. Daarom blijve ook dit

rusten. .

Tegenover bovengenoemde opmerkingen en bedenkingen heeft een lid van uwe commissie met een kort en waardig woord zijn instemming met het verzoek uitgesproken. De andere leden hebben zich alle bij sommige of alle genoemde bedenkingen aange-

&1°Niet een van deze opmerkingen heeft recht van bestaan.

Ad 1 Men is wel ingegaan op een verzoek

van het Internationaal Verbond, dat reeds

in 3 achtereenvolgende jaren is behandeld. Maar ziet u, dat kwam niet van confessioneele zijde.

Ad 2. Hoe ernstig dit punt gevoeld wordt blijkt uit de voorstellen, welke zijn aangenomen in dezelfde zitting en heel wat beroering zullen te weeg brengen.

Ad 3. Het lijkt wel, alsof het majesteitsschennis is als men iets op de Synode aan te merken heeft. Of is hij soms onfeilbaar ?

Ad 4. Het oordeel der kerk is van oneindig meer belang dan het oordeel der Synode. Het geldt immers het leven der kerk.

Ad 5. Wat zegt ge daarvan? Vooral dat „sommige met een kleine meerderheid . Er had moeten staan „verschillende met overweldigende meerderheid". Zie maar eens:

Amsterdam met 54 voor en 10 tegen. Dordrecht met 95 voor en 5 tegen. Harderwijk met algemeene stemmen. Utrecht met 32 voor en 8 tegen. Amersfoort met 33 voor en 4 tegen. Rotterdam met 81 voor en 4 tegen.

Wijk met op 2 na algemeene stemmen. 's-Gravenhage met op 3 na algemeene stemmen.

Arnhem met op 4 na algemeene stemmen.

Ad 6. Het voorstel „Groote Synode" is heel wat anders dan een reorganisatievoorstel.

Maar genoeg. Gij moet nu zelf maar uw oordeel vormen over hetgeen door de Synode is gedaan.

Wij zullen zien wat de te benoemen commissies te voorschijn brengen. Ook over deze dingen is gelukkig het laatste woord nog niet gesproken.

Wij zijn dankbaar, dat nu de vacantie beginnen kan. Na drie weken vergaderen, dag aan dag, wil inen er heusch wel eens „uit".

Vermoedelijk zal de secretaris ook wel bliide zijn, dat deze vergadering weer voor¬

bij is. Hij is nu enkele jaren aan den arbeid. En voor zijn notulen, die dikwijls niet gemakkelijk zijn op te stellen, is bij alle leden een woord van lof. Dat mag ook wel eens vermeld.

En daarmede eindigen wij nu dezen brief.

Met vriendelijke groeten,

t.t. Ex-secundus.

BUITENLAND.

Zwitserland. Uitslag der kerkelijke verkiezingen te Baset. De Kerk aanvulling van den Volkenbond? Uit de Schaffhausensche Synode. Het Protestantisme in Graubünden. Den 17en en 18en Mei j.1. hadden te Base! de kerkelijke verkiezingen plaats. De uitslag geeft te denken. Wat daarbij allereerst opviel was de beschamend geringe belangstelling van den kant der kiezers: slechts 20 percent der stemgerechtigden nam erdeel aan, en onder dezen tweemaal zooveel vrouwen als mannen, waarbij opmerkelijk is, dat niettegenstaande het overwegend aantal vrouwen niet meer dan vijf vrouwen in den kerkeraad werden gekozen, in plaats van negen bij de vorige verkiezing. Voor de eerste maal waren de socialistische gemeenteleden uitgekomen met een eigen lijst, evenwel met dit resultaat, dat zij slechts één enkelen zetel wisten te veroveren ondanks de aanbeveling ook van den kant van drie „positieve" theologen! En deze enkeling, die verkozen werd, was niet eens een „arbeider", maar een antimilitairistische arts. Wat verder vooral ook de aandacht trekt is de opvallende achteruitgang der vrijzinnige stemmen. Bij de vorige verkiezing waren 29 vrijzinnigen en 41 rechtschen gekozen, ditmaal 24 vrijzinnigen en 45 rechtschen.

De Kerk aanvulling van den Volkenbond? De kerkeraad van het kanton Zürich had aan de predikanten opgedragen den 18den Mei in hun prediking den Volkenbond te gedenken, en dit met de wel zeer bijzondere aanbeveling: „Kerk en Volkenbond vullen natuurlijkerwijs elkander aan." Vele predikanten echter bleken dit toch niet zoo natuurlijk te vinden, althans zij gaven aan den hun gegeven opdracht geen gevolg.

Op hoe meedoogenloos ruwe wijze de moderne tijd zich gelden doet op het terrein van het godsdienstig-zedelijk gemeenteleven is gebleken op de synode van Schaffhausen van dit jaar. De zaak werd daar overwogen om den leeftijd voor het afleggen van openbare belijdenis van 16 op 15 jaar terug te brengen. Mannen, betrokken bij de industrie, ook bedrijfsleiders, verdedigden een voorstel in dien geest op de volgende gronden: tengevolge van de nieuwe bedrijfsvormen, worden de kinderen in vele gevallen eenvoudig niet aangesteld, wanneer zij tweemaal per week van hun werkplaats moeten wegloopen. De oudere collega's drijven den spot met de jonge, die een belijdeniscatechisatie bezoeken en breken zoo bij dezen af wat zij daar hebben geleerd. In dit geval achtten deze synodale

—j^r.Arrlfirs het maar beter, wanneer

vvuuxu» ^ — i • i

het kind, nog thuis zijnde, het catechetisch

onderricht voor de Deiijaems ontvangt. ue meerderheid der synode van Schaffhausen stemde na ernstige overweging ten slotte i.—,u,>/ï.w.I(I \-1 wu'fnI af rTi;i ;i.t' niet zonder

mvj v^^—

volmondig te erkennen dat er voor een

voorstel in die richting zeer zeker grond was.

Van belang waren ook de besprekingen over de pensionneering der predikanten. De staatsautoriteiten en de kerkeraad stonrio», ,'n nTwa.t.firior van dit nunt liinrecht

- O X

tegenover elkander. Aan eene zijde werd aldus geredeneerd: de predikanten zijn geen staatsambtenaren meer, en hebben dus in geenerlei opzicht aanspraak op een Staatspensioen. Van kerkelijke zijde werd hiertegenover geplaatst: in een Staat, die nog theologische staatsexamens voorschrijft, den ambtstermijn bepaalt en de tractementen voor predikanten uitbetaalt, gelden de predikanten nog als staatsambtenaren.

1 1 j . . ! 4- J itittvi tttla/itm rl

klinKt voor onts utjzt; uiuui ui^n±g viuumu, dat de verwereldlijkende moderne tijdgeest bezig is ook op dit terrein langzamerhand oude vormen te ondergraven, bleek hier wel op onmiskenbare wijze.

Een wereld op zichzelf is het Protestan-

io COT1 f> n/Yi /QV/Y /}/A'ïÏ'M tlCW. "Dit, is onnieuw

VV fJUVKj C/e i \AJ WKS tvfl/tvwi -■ " —~ —X

gebleken op de synode, einde Junigehou-

^ • _i

den m het wondermooi geiegen i umö.

ook in deze afgesloten bergwereld ontbreekt het niet aan leven. De kerk van Graubünden staat voor een verandering harer organisatie. Het gaat daarbij om een regeling der verhouding tusschen burgerlijke en kerkelijke gemeenten. Hoe noodig het is, dat in dit opzicht andere maatregelen getroffen worden, bewijst de poging van een dorpsbestuur, om een juist leegstaande pastorie te verbouwen tot een hotel, om haar zoo meer rentegevend te maken. Dank zij royale legaten wordt de verzekeringskas voor predikanten op nieuwe grondslagen geplaatst. Op krachtdadige wijze dringt de kerkeraad er bij trage gemeenten op aan, hare predikantstraktementen op beter peil te brengen. Ook wekt hij predikanten op zich onder geen beding aan zulke laksche gemeenten te verbinden tot schade voor de solidariteit onder collega's. Aan inderdaad arme gemeenten worden meer dan vroegei flinke toelagen verstrekt uit de kantonale

k In het zonnige Puschlav nadert langzaam een meesterwerk van Italiaansche Bijbelvertaling zijn voltooiing. De geleerde predikant Luzzi, professor en doctor m de theologie te Balde legt zijn ambt als predikant neer, om al zijn zorg te kunnen wijden aan de bewerking van deze vertaling, die in 12 banden compleet zal zijn, en waarbij hij als hoofdredacteur fungeert. Een Bijbel, die versierd is met talrijke opnamen uit Palestina, reproducties van oude Bijbelhandschriften en Bij belsche oudheden mag wel ook aan deze zijde van de Alpen als 'iets bijzonders worden welkom geheeten Ook de verzorging van weezen, de kindertehuizen te Chur e.a. plaatsen waar 145 kinderen zijn opgenomen het Protestantsche genootschap, dat zich kort geleden ook het lot van doofstommen en hardhoorenden heeft aangetrokken evenzeer als de evangelisatie naar buiten bewijzen dat het geestelijk en kerkelijk leven m Gr au-

• i. q -non

büncien niet

's-Gr.

d. B.

Zeker, in „wezen" is zij nog steeds gegrond op de belijdenis, ondanks al den smaad en hoon haar aangedaan, niet het minst uit het kamp der gescheiden broeders.

Zeker, Gode zij dank, wordt iederen Zondag nog op tal van kansels de volle Waarheid van Gods heerlijk Evangelie verkondigd.

Maar helaas is er in onze Kerk ook plaats voor de prediking, die den Christus Gods als eenigen en algenoegzamen Middelaar en Borg verloochent.

En dan die verdeeldheid, ook helaas juist onder hen, die toch allen belijden, dat Jezus Christus is de eenige Zaligmaker. Is dat niet droevig elkander te vereten en te verbijten en dan vaak om kleinigheden?

Doch ook hierin heeft juist de gedachte der „Reorganisatie" reeds mooi werk gedaan, want zijn niet juist mannen van verschillende richting of juister schakeering éénstemmig gekomen tot die voorstellen voor Reorganisatie?

In dit verband mag ik wel wijzen op het onlangs opgerichte „Nederlandsch Hervormd Verbond" In dit Verbond toch zijn vereenigd: Confessioneelen, Gereformeerde Bonders, Ethischen, vrienden van Kohlbrugge en misschien nog wel meer. Is dit niet verblijdend, dat al deze broeders bezield zijn door één ideaal, nl. om in des Heeren kracht en geleid door Zijnen Heiligen en Heerlijken Geest steeds weer den volke bekend te maken, dat „Kerkherstel" noodzakelijk is.

Moge dit profetie zijn voor de toekomst en schenke God Zijn onmisbaren Zegen ook over deze pogingen tot eer Zijns Naams en tot Heil onzer Kerk.

Mag ik al mijn jonge mede-broeders en -zusters opwekken toe te treden als lid van dat Verbond? Dat is wel het eerste, wat we doen kunnen, want ook hierdoor helpen we, al is het dan indirect, de zaak der „Reorganisatie" bevorderen.

Maar ik zou zoo gaarne meer willen. Ik denk hier of 't niet mogelijk is dat er door de jongere generatie een adres aan de Synode (was 't maar een Synodel!) speciaal van de jongere lidmaten onzer geliefde Kerk gezonden wordt, waarin de noodlottige beslissing van Januari j.1. betreurd wordt en waarin we alsnog met klem wijzen op de zoo noodzakelijke totstandkoming van „Reorganisatie."

De Redactie wil misschien wel zoo vriendelijk zijn, hiervoor de juiste weg aan te wijzen.

Komt broeders en zusters, toont ook in deze, dat het U eenmaal ernst is geweest ook met die belofte die gij voor Gods aangezicht in het midden van Zijne Gemeente hebt afgelegd, omnl. mede te willen werken tot den bloei van het Godsrijk in 't algemeen en die van de Nederlandsch Hervormde Kerk in 't bijzonder.

Met belangstelling zie ik Uw sympathiebetuigingen tegemoet.

Gedenk de nood der Kerk, TJw Kerk, allermeest in Uw gebed, maar wil naast Uw gebed ook U zelf geven.

Zoo al deze zaken aangevat en voortgezet worden in 't Geloof, ziende op den Oversten Leidsman en Voleinder des Geloofs, al de kracht en Hulp verwachtende, niet van ons pogen of doen, maar alleen van Hem, den Almachtigen en Getrouwen God, dan zal het zeker gezegend worden.

In afwachting met broedergroeten, Amsterdam (C.). Th. H. van Oost Jb.

't Verblijdt ons van een jongere deze opwekking te lezen. Een anderen weg dan door hem zelf hier aangewezen weten wij voorloopig niet. Alleen dit: laten vele jongeren straks ook de vergadering, die door het N. V. in September zal worden uitgeschreven, bijwonen enb.v. het initiatief nemen tot vorming van een jongerengroep voor Kerkherstel. Daartoe konden dan b.v. alle lezers van Koers Houden en de jonge lezers van de Ger. Kerk toetreden, van wie we hopen, dat ze (indien ze het nog niet zijn) lid zullen worden, zoowel van de Conf. Ver. als van het Ned. Herv. Verbond. Al wat jongeren doen, heeft onze hartelijke waardeering, want daarin is belofte voor de toekomst.

INGEZONDEN.

„Reorganisatie" en de Jongeren.

Gpiijk ik in het blad „Koers-Houden" gedaan beh wil ik ook in dit blad de aandacht vragen van'mijn ionge mede-broeders en -zusters voor de Reorganisatiegedachte", welke hoe langer hoe "meer door moet werken in alle gelederen van onze Vaderlandsche Kerk. Het is natuurlijk mi in plan niet om in dit artikeltje de wordingsgeschiedenis der „Reorganisatie" uiteen te zetten en ook niet om U met klem op de noodzaak van „Reorganisatie" te wijzen. . ...

Beide zaken toch zijn reeds meermalen in dit blad op uitnemende wijze bepleit.

wat ik dan wei wn t t Het is mijn bedoeling alleen om langs dezen weg mijn jonge mede-broeders^ en -zusters de vraag voor te leggen: Kunnen wij als jongere leden van cmze geliefde Nederlandsche Hervormde Kerk niet meer medewerken om het besef van de dringende noodzakelijkheid der ,,Reorganisatie meer en meer te doen doorwerken in onze Kerk ?

Nu de Synode (??) begin van dit jaar die noodlottige beslissing nam, met slechts 1 (één) stem meerderheid, waardoor zij de Kerk als Kerk de gelegenheid ontnam zich over de voorstellen uit te spreken, meen ik in alle bescheidenheid, dat nu de drang van onderaf moet komen, opdat onze hooge Kerkelijke Besturen er meer en meer van doordrongen mogen worden, dat er onder de oudere leden niet alleen, maar ook onder de jongere leden der Kerk één roep is om „Reorganisatie". Maar dan sta voorop, dat die roep moet voortkomen alleen, °mdat we er ten volle van overtuigd zijn, dat ,,Reorganisatie gewenscht ia gebiedend is, omdat wij gevoelen,

dat onle Kerk niet aanhaar roeping beantwoordt

vijand.

Daarom Jongeren, vereemgt u, leest ooiv Koers Houden en de Ger. Kerk!

J. Ch. K.

Niet uitwerpen?

Wie de jaarvergadering der Conf. Vereen, op 12 Juni te Utrecht bijgewoond heeft, en het verslag daarvan las in de Nos. 21/6, 21/7, 21/8 en 2179 der „Geref. Kerk" zal met mij instemmen, dat onzen secr. Ds. Groot Enzerink te Leiden, spontaan allen lof toekomt voor zijn getrouwe' weergave van het aldaar gesprokene.

Ook het weinige dat onderget. daar sprak, en 't antwoord van Ds. Lingbeek daarop, werd viij-

wel getrouw weergegeven.

Het zii mii vergund, mijne bedoeling met dat gesprokene, (zie Geref. Kerk, No 2179 3e pagina 3e kolom onderaan) hier wat duidelijker te maken, om misverstand te voorkomen. Als ik vroeg: , moet de leertucht hen met uitdrijven? dan had ik daarmede niet op het oog de vrijzinnige leden der Kerk, maar de vrijzinnige predikanten en godsdienstonderwijzers en godsdienstonderwijzeressen, die de vrijzinnige leer veikon-

>_ J Alc. ïlr Mnhammprlanp.n

digen en propagee^u. ™

en Vrijzinnigen op ééne lijn plaats, (zie antw. van Ds. L.) dan bedoel ik wat hun Christusbeschouwing en waardeering betreft. En nu moge Ds. L. zeggen dat de vrijzinnigen met welbewust den Christus verwerpen, zooals de Mohammedanen doen- Z Eerw. weet echter heel goed, dat de Mohammedanen den Christus der Schriften erkennen als 'n groot profeet, en Hem op éen hin plaatsen met Mozes en Abraham enz., doch m waardigheid beneden Mohammed; maar dat vel^vr izinnige predikers in dezen zelfs nog verderVaan dan de Mohammedaan, waar zij zelfs het hittoS bestaan van den Christus der Schriften loochenen of in twijfel trekken.

Fn Tin zes ik niet, dat met de uitdrijving der vrijzinnige leeraars met hun verderfelijke leer, de Ned Herv. Kerk gered zou zijn; maar daarmede zou toch m.i. alvast één rotte plek (de leer dervf«z nL) uitgesneden zijn, terwijl welbewuste handhaving, althans tolereeren daarvan, onverbiddelijk tot haar verderf voeren moet. Men onderscheide wel: ik haat niet de vrijzinnigen, maar wel liun leer.

Met dank voor de plaatsing,

Hoogachtend,

J. A. SOHALEICAMP.