is toegevoegd aan je favorieten.

Gereformeerd vredesorgaan; maandblad van de Geref. Vereen. voor Daadwerkelijke Vredesactie, jrg 5, 1935-1936, no 11, 01-03-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar het zit me tot hier 1 Ik kan niet meedoen. Als ik me indenk: Christus èn die nu moordlustige mensen die mijn volksgenoten zijn, dan kan ik niet. En daarom kom ik raad bij U vragen. Ik heb vaak uw preken gehoord. Zeg me, in Gods naam, wat moet ik doen ?

♦ *

*

Wat U moet doen? Wel, gaan natuurlijk! Mens, wat wou je anders ? Italië is door alle leden van de Volkenbond, dat wil zeggen: door vrijwel de gehele wereld, als een misdadiger (immers de aanvaller) gebrandmerkt. Italië doodt je landgenoten, verwoest je land . . . durf je dan nog één ogenblik te aarzelen ? Gaan natuurlijk! En direct! Stel er een eer in dat je gezond van lichaam bent, dat je mee kunt doen aan de bevrijding van je vaderland. Ga . . . wees geen lafaard . . . maar ga als een Christen. Stel je altijd Christus voor ogen. Yecht als een goed Christen en

heb verder geen vrees! ...

Vechten als een goed Christen . . . Hoe zoudt U

dat doen, Dominé?

Hoe ik dat zou doen ? Nou, ik denk zo : voor de slag zou ik mijn ziel in Gods hoede aanbevelen. Ik zou bidden om bewaard te worden voor wat den soldaat tot een beest kan verlagen. En verder zou ik mijn plicht doen. Vechten, doden als 't moet, niet uit persoonlijke haat, doch onpersoonlijk, weet ge; louter

uit plichtsgevoel!

Ja maar, Dominé, vechten en oorlog is geen schermpartij ! Oorlogvoeren dat wil zeggen, als 't op werkelijk persoonlijk vechten aankomt: steken, trappen, neeibeuken, vermoorden, zó dat 't bloed naar alle kanten op-spat. Dat doe je, eenmaal in de oorlog, allemaal, al is 't alleen maar uit zelfbehoud. Maar ... als een goed Christen vechten ? Het klinkt zo banaal, zo schennend, als ik denk aan: goed Christen zijn en tegelijk aan: als 'n dolleman met je geweer rondzwaaien, steken en beuken, de bajonet in de buik en de kolf op de hersenpan. Neen, ik kan 't niet. Ik ga niet! Ik ...

ik mag niet ... ,

Nu, ge moet 't zelf weten. Maar uw landgenoten zullen Uals een lafaard beschouwen, misschien terecht...

Maar wat zal Christus nu wel zeggen, Dominé?

Christus? Ja jongeman, hoe zal ik dat verklaren —

Zal Hij mij verwerpen, Dominé?

Nu verwerpen, verwerpen....

Ja, Hij kent toch immers geen tussenweg? of aannemen, of verwerpen?

Als gij, broeder, van harte meent wat ge zegt, wanneer ge met innige overtuiging handelt, dan zal Hij

U niet verwerpen.

Dank U Dominé. Dat heb ik ook geloofd. En ik weet wat me te doen staat. Dag Dominé!

Tik—tik-tik .... , . ,

Dominé zuchtte, 't Wilde nu helemaal met meer

vlotten. En alwéér storing ...

Dominé, hier is weer iemand om U te spreken, dringend, hier hebt U z'n kaartje.

Laat kijken.... B. Mussolini, Granitobedrijf N.V.

Hé dat is een Italiaan! Dat is ook sterk? Laat

binnen komen, 't Is nu toch mis.

Tik ... tik ...

Binnen! , , .

Dag Dominé. U kent me denkelijk wel van gezicht i

Ik ben vaak onder Uw gehoor geweest.

Inderdaad, ik heb U meer gezien, mijnheer Mussolini. Gaat U zitten. Wat is er van Uw dienst?

Dominé, ik zit in een moeilijk parket. Ik ben — helaas — Italiaan. Al jaren heb ik hier een gevestigde zaak. Och, had ik me maar laten naturaliseren. Maar nu zit ik; — mijn regering roept me op voor de oorlog

in Afrika. Wat moet ik nu doen? 't Gemakkelijkst zou zijn thuis te blijven. Maar U moet weten, dat ik sinds jaren de Geref. Kerk bezoek. Van huis uit ben ik Katholiek. Maar het protestantisme, het heeft een geweldige invloed op me uitgeoefend. Ik voel me in elk opzicht aangetrokken tot de Geref. Kerk. Uw beschouwing over gezag en wat daarmee samenhangt deel ik ten volle, 't Is een stuk van mij zelf geworden. En daarom ben ik niet klaar met rustig thuis te blijven. Wat moet ik doen? Wat is mijn plicht als Christen? Al ben ik dan geen lid van Uw kerk, ik weet dat ik in Christus een Heiland en Verlosser heb. Maar wat moet ik nu doen? Wat wil Hij van mij? Het is een onrechtvaardige zaak, die Italië voorstaat. Moeten de kerken in Italië niet opwekken aan deze zondige aanval geen deel te hebben? Moeten de Ital. christenen niet weigeren?

Ik geloof, dat U 't zo niet helemaal goed ziet, m n waarde heer! De onderdaan heeft te gehoorzamen aan de Overheid. Wat moet er van een land terecht komen als ieder individu het recht voor zich zou opeisen zélf uit te maken of hij een overheidsbevel moet opvolgen?! Dat zou je ware revolutie zijn! Nee man, overheidsbevel is overheidsbevel. Dat is 't bevel van Gods dienaresse! Dat bevel heeft de onderdaan op te volgen. Niet hij draagt de verantwoordelijkheid, doch die overheid, indien dat bevel tegen Gods Wil zou indruisen. Stelt men zich niet op dat standpunt, dan is de Staat finaal wèg; dan halen we de anarchie, de chaos in huis, en dat kan Gods Wil niet zijn!

Dus ik zou moeten gaan en vechten?

Ik mag U niet opwekken U te verzetten tegen de van Godswege over U gestelde machten. Maai ga als een goed Christen. Vecht als een goed Christen!

Vechten als een goed Christen?

Ja!. Beveel je ziel in Gods hoede aan. Bid God ie te bewaren voor haat en moordzucht. Vecht niet, als 't U bevolen wordt, uit lust tot doden, maar doe 't in 't verheven gevoel alleen maar een plicht te vervullen die als onderdaan op U rust!

Maar Dominé, ik kan dat niet! Vechten als een goed Christen! Dat is: me vergrijpen aan eens anders eigendom, hem bestrooien uit de lucht met dood en verderf, of vermorselen onder onze tanks, of met de mitrailleur doorzeven. Dat is de oorlog van Italiaanse zijde! En hoe moet ik dat nu als een goed Christen doen'. Dat is toch ongerijmd? En stel U voor, Domine, dat ik tegenover een Abessijn zou komen te staan, die ook, net als ik, overtuigd is in Christus een Verlosser en Zaligmaker te hebben, 't Is zi/jn land dat ik steel, zyn rust die ik verstoor, zijn geliefde, die ik dood......

, *i /Ni • 1 J O i«rt/lVllAT1 1C3 l f\rik

hoe moet ik dat ais unnsien uoeu c u

voor hèm een probleem geweest, vechten of niet, misschien heeft hij eerst ook wel advies gevraagd aan

een predikant Wat zei U, Dominé? .. O zei ü

niets? Ik dacht toch.... Enfin; ik weet t niet meer. 't Draait in mijn hoofd alles wild dooreen: gaan en niet-gaan, plicht en roof, goed en kwaad. In die situatie ben ik tot U gekomen om hulp. Maar vechten als een goed Christen.... heeft U anders niet voor mij,

Dominé? — . . . , ,

Jongeman, ik zie 't als mijn volle overtuiging, dat de onderdaan gehoorzamen moet. Het kan met aan ieder persoonlijk worden overgelaten wat hij heeft te doen. Dat betekent revolutie en anarchie. Dat betekent communisme en de overwinning voor de God-lozen. Het kan niet de taak van een Christen zijn, al die

boze geesten op te roepen.

Maar Dominé, ik kan niet; van binnen zegt iets

me, dat ik om Gods wil niet mag.

Ja kijk eens, als ge in uw geweten volkomen verzekerd zijt, dat gij niet moogt meedoen — versta me goed: dat is iets strikt persoonlijks! als gij meent, dat ge, door uw overheid in deze te gehoorzamen,