is toegevoegd aan je favorieten.

Gereformeerd vredesorgaan; maandblad van de Geref. Vereen. voor Daadwerkelijke Vredesactie, jrg 6, 1936-1937, no 3-4, 01-07-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tenminste niet met wapengeweld verdedigen? Of moeten we alles zo maar aan den eersten den besten rover overgeven, hè?

Stomme idioot!

. . . Wat . . . wat zeg je? Stomme . . .?

Hè? . . .

Ik vraag wat dat betekenen moet? Je maakt me uit voor 'n stomme idioot! Dat gaat de perken te buiten !

Welnee man, dat was niet tegen jou! Ik had 't over Dinges.

Over Dinges? Maar . . . stomme idioot?! Zeg, is er één van de vijf bij je op de loop soms?

Hoezo ?

Hoezo ?! Omdat we 't niet over Dinges hebben! En omdat Dinges helemaal geen stomme idioot is. Hoe kom je er bij ? Ik ben een boon als ik wat van je snap!

Ik vind, dat Dinges wél een stomme idioot is geweest.

Waarom dan toch?

Omdat hij vrijwillig naar de kelder is gegaan!

Dat is niet waar!

Dat is wél waar! Bij nader inzien vind ik van wél. Hij had de kans om de ramp te ontgaan, en die laat hij ongebruikt voorbij gaan. Is dat niet stom en idioot ?

Maar hij mocht als Christen die kans niet benutten! Hij gooide niet alleen z'n eer als zakenman te grabbel als hij zo deed, maar bovendien zou dat zonde tegen God zijn geweest!

Nu ja, dat weet ik wel. Maar als er nou zoveel op het spel staan . . .

Doet niets ter zake, zonde is zonde . . .

Nee, luister nou eens even naar me. Daar stond op 't spel: 't leven van z'n vrouw; hij wist dat ze zo'n schok niet kon hebben. Daar stond op 't spel: het welzijn van z'n vijf kinderen. Wat moeten die beginnen? Daar stond op 't spel: z'n naam als zakenman; daar stond op 't spel: de broodwinning van ongeveer 200 mensen, die nu op straat lopen, en behoudens een enkeling, in de grootste ellende komen. Is dat alles nu niet van zó groot belang, dat hij voor die ene keer, laat 't dan niet goed zijn, grijpen mocht naar het middel, dat z'n familie en z'n arbeiders redden kon van de ondergang?

Jansen, je bent me nou een groot raadsel. Ik begrijp niets meer van je. Waar wil je toch heen? Zonde is zonde, heb ik al gezegd. En Dinges mocht niet anders handelen dan hij gedaan heeft. Straks waren we 't er nog over eens; hoe kan je nou zo anders praten?

Snap-je dat niet, Pieterse? Dan zal ik je op weg helpen. Kijk eens: jij vindt oorlog zonde, nochtans oordeel je, dat er omstandigheden kunnen zijn van zó geweldig belang, dat ze zouden veroorloven om van het zondig middel gebruik te maken om die omstandigheden te overwinnen. Voel je nou wat ik bedoel? Voor Nederland geldt geen andere zedewet dan voor Dinges. Als Dinges, en als ieder Christen en ieder eerlijk mens liever moet willen ondergaan dan zich handhaven door een groot onrecht te bedrijven, dan moet een natie, een Christelijk volk, dat ook willen. Als oorlog zonde is, dan mogen we nooit of te nimmer dat wapen gebruiken, al zou onze zelfstandigheid als volk er door te gronde gaan. En als jij nu vindt dat we 't wél mogen, dan maak jij van Dinges een stomme idioot, want dan had die net zo goed in die precaire omstandigheden het recht om gebruik te maken van het onrecht, om een ramp te voorkomen . . .

O, bedoel je dat . . .

Weet je wat jullie fout altijd weer is? Je vraagt eerst: wat staat er alles op 't spel? En dan zie je zó'n geweldig bezit, dat je de verleiding niet kunt weerstaan, om je dan maar te handhaven door en ten

koste van onrecht en zonde. Ik vrees, als Dinges de zaak ook van die kant was gaan bekijken, dat hij dan misschien ook wel gezegd zou hebben: dan moet ik me er op die manier maar uithelpen!! Maar dat deed hij niet. Hij vroeg niet: wat staat er op 't spel, maar hij vroeg alleen: is dat middel mogelijk ook zonde in Gods oog? En toen hij die laatste vraag met ja moest beantwoorden, toen heeft hij 't verre van zich geworpen. Zo moeten we ook als volk doen! Kan het middel waarvan we ons willen bedienen, de toets der critiek van Gods Woord doorstaan? Neen, dan wég er mee, en liever ondergaan, dan zó overwinnen. En dan is het nóg de vraag, of we zullen ondergaan. Dan kon God 't wel eens anders maken. In elk geval geldt ook vandaag de dag: gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is een schandvlek der natiën. Met die zonde te handhaven, ontkomen we de schande niet. Door 't alleen met gerechtigheid te wagen, is de verhoging gewis. Want God heeft 't gezegd.

En daarom vind ik, dat m'n antimilitarisme niet geschokt behoeft te zijn door wat in de laatste tijden gebeurd is en nog gebeurt. Integendeel, al die dingen versterken me in m'n overtuiging, dat al duidelijker het oordeel Gods op de oorlog komt te rusten. En ik voor mij vind, dat in onze historie door Gods vinger voor ieder leesbaar wordt geschreven, dat oorlog een vervloekte afgoderij en zonde is, en dat wie de naam van Jezus Christus noemt, van die zonde heeft afstand te doen! . . .

Nou, Jansen, ik zie tot m'n schrik, dat ik weg moet. We moeten de volgende keer er maar verder over praten. Er is veel waars in wat je zegt, maar ik ben er toch nog niet uit. .Nou is 't jouw beurt, hè ? Wanneer zie ik je?

Volgende week Woensdagavond, ja?

Best; nou dan tot ziens, ouwe jongen, en bedankt voor alles.

Dag, Pieterse!

Dag, Jansen!

H. L. v. Br.

„Wat moet ik doen, Dominé?"

Deze brochure is in Deventer onder de Gereformeerden huis aan huis verspreid. Een woord van hartelijke dank aan degenen die daarvoor hebben zorg gedragen, is hier zeker op z'n plaats.

Ds. P. Prins, Geref. Predikant te Deventer, heeft daarop gereageerd in „Meeleven", maandelijks orgaan van de Geref. Kerk te Deventer, nummer van Mei 1936. Het is heel wonderlijk wat Z.Ew. zoal opmerkt. Hoewel 't jammer is voor onze» plaatsruimte, willen we onze lezers dit belangrijke stuk werk niet onthouden. Hier gaat 't dan :

„De „Gereformeerde" Vredesbeweging heeft onlangs in uw bus een kleine brochure gestopt waarover mij van meerdere zijden vragen gesteld werden, ook aan andere kerkeraadsleden was dat geschied, zoodat de kerkeraad aan den eind-redacteur van Meeleven opdroeg daarop het een en ander te zeggen; ik moet kort zijn omdat ons blad niet zoo groot is, die propaganda voor eenzijdig nationale ontwapening was niet van DE gereformeerden,

• maar van een klein clubje in hoofdzaak Gereformeerden in hersteld verband. Wij kunnen niet nalaten U te waarschuwen tegen het gevaarlijk drijven van deze groep. En wanneer nu iemand zou zeggen, zijt gij zelf een voorstander van militairisme en oorlog, dan zeggen we met verontwaardiging, neen. En wanneer men daarbij