is toegevoegd aan je favorieten.

Gereformeerd vredesorgaan; maandblad van de Geref. Vereen. voor Daadwerkelijke Vredesactie, jrg 6, 1936-1937, no 3-4, 01-07-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vraagt wat doet gij dan zelf voor den vrede en wat doet gij zelf om een anderen geest te bewerken, dan zeggen wij: verbreiden van het Evangelie. Gij moogt daaraan meedoen, lees daartoe zelf het inlegblaadje van dit nummer (getiteld „Een andere geest"?} en geef het daarna aan een van uw buren of kennissen, die zelf niet tot de Geref. Kerk behooren. Gij kunt dan dit blaadje laten spreken en er zelf nog een woordje bij spreken. Gij, Gemeente, in Uw geheel hebt toch den naam van: kandelaar, dat is lichtverspreider En Christus, de Verhoogde, wandelt rond en ziet toe of ge wel zijt, wat ge heet."

De schrijver heeft weinig rekening gehouden met een juist gebruik van leestekens, maar met een weinig goede wil laat de beoordeling van Ds. Prins zich nog wel lezen. Hoewel elk commentaar op die beoordeling feitelijk overbodig is, kunnen we toch niet nalaten dit te zeggen :

le. -Nooit is door ons op enige wijze gepubliceerd tot welke kerkelijke richting onze leden behoren. „Een klein clubje in hoofdzaak Geref. in hersteld verband" is dus een vrucht van Ds. P. P.'s verbeelding. Je zou 't ook anders kunnen zeggen, maar 't kan zo ook wel. Laat Ds. Prins in elk geval bedenken, dat het Bestuur, dat leiding geeft, bestaat uit 7 personen, waarvan er 1 lid is van de Ned. Herv. Kerk, terwijl de overigen belijdend lid zijn van Geref. Kerken (niet in herst. verband). 2e. Wij hebben nooit de pretentie gehad, dat wij waren : DE Gereformeerden. God beware ons voor

deze mentaliteit der Farizeërs!

* *

Nog even kom ik terug op mijn bespreking van de „Vecht- en IJselbode". Ik weet nu wie de driestarren over mijn brochure heeft geschreven. Van dit blad, waaraan ik 'n ex. van het Mei-no. toezond, hoorde ik tot dusver niets. Wel weet ik uit andere bron, dat de schrijver is zekere heer J. v. Westenbrugge, de hoofdredacteur van bovenbedoeld blad. Deze is onderwijzer te Zwolle.

Uit correspondentie van ons lid Hinderink te Zwolle met den heer v. Westenbrugge is mij gebleken, dat deze heer „absoluut niet" begrijpt hoe ik zijn samenvatting van mijn brochure misleidend kon noemen. Ik zou dat ook niet bewijzen; wat grote woorden gebruiken, maar geen argumenten. En ik zou daarmede van 's heren v. Westenbrugge's bespreking niet afzijn.

Hierop diene dit als antwoord:

Ik heb een middel aan de hand gedaan om een grote kring van lezers te laten uitmaken, na lezing van mijn volledige brochure, of die samenvatting misleidend is. Daar gaat v.' Westenbrugge niet op in. Mij goed. Laat hij dan begrijpen, dat ik zijn lezers niet bewijzen wil, dat de samenvatting misleidend is, indien hij niet begint met die lezers kennis te geven van de gehele inhoud van mijn brochure, want het is juist die volledige inhoud, die een schril licht werpt op het schennend karakter van die z.g. „samenvatting". En als de heer v. W. daartoe overgaat, dan zal hij eens zien, hoevelen tot dezelfde conclusie zullen komen als ik. De grote woorden zijn 't wapen van v. Westenbrugge. De inhoud van de mij toegezonden nummers der „Vecht- en IJselbode" bewijzen m.i. zulks nadrukkelijk.

♦ *

*

Van meerdere zijden mocht ik grote instemming met mijn brochure ontvangen. Dezer dagen schreef één onzer afd.-bestuursleden:

„Met grote interesse nam ik kennis van de inhoud van uw vlugschriftje „Wat moet ik doen, dominé?"

Schitterend, interessant, levendig, enz. enz.! Tientallen hebben mij hun lof hierover betuigd. We hebben er een honderdtal van geplaatst onder „keuze"-adressen, alsmede aan onze predikanten en ouderlingen. Velen lieten hun ex. op hün beurt lezen bij kennissen. Ernstige gesprekken zijn er over gevoerd. De vruchten mogen zeker verwacht worden, zij 't niet zichtbaar in toenemend ledental, dan toch in kentering van opinies."

Er zijn nog afdelingen, die geen enkel ex. hebben besteld. Gelegenheid is er nog, maar niet lang! Denkt men er om, alsnog te bestellen ? Er moet gewerkt, ook in de komende zomermaanden, en verspreiding van een dergelijk brochuretje is óók: zomer-werk!

H. L. v. Br.

Officiële mededelingen.

• le. Getuigenis aan de Generale Synode der Geref. Kerken.

Het Verenigingsbestuur besloot tot de Synode, die over enkele weken bijeenkomt, een getuigenis te richten. Het koos daartoe ons „Getuigenis aan de Chr. Kerken", dat we twee jaar geleden deden uitgaan. De inhoud is nog even actueel; met een begeleidend schrijven is het aan de Generale Synode toegezonden. Wij verzonden voldoende ex. van het getuigenis en van het begeleidend schrijven, om aan alle afgevaardigden uit te reiken.

2e. Redactie orgaan.

Het Verenigingsbestuur besloot, ingevolge reglementair voorschrift, de Redactie van het orgaan saam te stellen. Als Commissie van Redactie werd aangewezen: het Dagelijks Bestuur, terwijl als vaste medewerkers zijn benoemd de heren Mr. A. C. v. d. Brand, Ds. K. A. Schipper, B. Mulder, J. A. Fricke, Ds. K. H. Kroon, Mr. K. P. v. Westen, H. Langeveld. Langs deze weg moge ik de genoemde heren verzoeken, hun benoeming wel te willen aanvaarden. Ik hoop mij met hen in verbinding te stellen voor een verdeling van 't werk, waardoor er wat meer variatie in het orgaan zal komen.

3e. Het is ons voornemen een uitleen-bibliotheek te beginnen op vredesgebied, ten dienste van afdelingen en leden. Een aantal boeken is hiervoor reeds verzameld. Indien er leden zijn die voor dit doel wat hebben af te staan, zal ik gaarne bericht ontvangen. Ik houd mij dus aanbevolen.

4e. Mogen we de afdelingen en correspondenten vooral verzoeken :

le. getrouw contributie te innen en af te dragen? 2e. regelmatig de vragenlijsten in te zenden aan 't adres van het lid van de Verenigingsraad?

5e. Mogen we de leden der Verenigingsraad verzoeken, alles te doen wat in 't belang van de Vereniging mag worden geacht?

Laat een ieder zijn of haar plicht doen!

H. L. v. Br.

De psychologische waarde van verboden.

Uit een ons toegezonden brief lichten we 't volgende zinnetje: „Ter nadere verduidelijking kan ik u mededelen, dat ik bij geen enkele vereniging, kerkgenootschap of wat dan ook aangesloten ben, alléén lezer van uw blad, van welks bestaan ik het eerst kennis kreeg in militaire dienst, aangezien het op de lijst van verboden bladen stond eD zodoende geen onaardige reclame vormde."

de G.