is toegevoegd aan je favorieten.

Gereformeerd vredesorgaan; maandblad van de Geref. Vereen. voor Daadwerkelijke Vredesactie, jrg 8, 1938-1939, no 3, 01-07-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lijkenhuisbouw.

(Overgenomen uit „De Christen Democraat", 28-5-'38.)

Derde (en laatste) Open Brief aan Zijne Exc. Jhr. D.J. de Geer.

(Vervolg.)

Zo menselijk . . .

Ik meen met het bovenstaande een weerlegging te hebben gegeven die uw conclusies op dit punt onderstboven werpt.

Met wat ik nü ga zeggen, zal ik op 't eerste gezicht de indruk wekken uw conclusies toch te rechtvaardigen. Maar de eerlijkheid gebiedt mij deze weg verder op te gaan.

Dacht U dat ik geen ogenblikken heb gekend tijdens de oorlog tussen Italië en Abessynië, waarin ik me heb verheugd over successen van de aangevallene? Zeer zeker heb ik die momenten gekend!

Ook heb ik mij bij ogenblikken verheugd over het krachtig verweer der Spaanse regeringstroepen en van de Chinese strijdkrachten!

Waarom zou ik dit niet erkennen?

Het is immers zo heel menselijk dat de Abessyniërs zich krachtig verzetten?

Zo heel menselijk dat de Spaanse regeringstroepen op de vreselijkste manier verzet bieden?

Zo heel menselijk dat de Chinese troepen de Japanners trachten tegen te houden al is 't ten koste van ontzaggelijke offers aan mensenlevens?

Zo heel menselijk dat in 1918 doorbraakpogingen aan 't Westelijk front werden ondernomen die op betrekkelijk beperkte afstand op één dag vele tien- en tienduizenden jonge levens de dood injoegen?

Dit alles is heel menselijk en wie van ons zou dan die ogenblikken van voldoening niet kennen?

Maar hier hebben we de tegenstelling tussen wat „menselijkheid" ons ingeeft en wat Christus van ons eist l

Onchristelijk

is de moderne oorlog en dit kunt Gij niet loochenen, zolang Gij er bij blijft dat de bewapeningswedloop de bouw van een gemeenschappelijk lijkenhuis betekent en dat de gruwelen van de moderne oorlog in strijd zijn met de eisen van het Evangelie van Jezus Christus. Zolang Gij deze uitdrukking handhaaft, stelt Gij daarmede het onchristelijk karakter van de moderne oorlog op de voorgrond.

Gij moogt overtuigd zijn dat ons land geen luchtbombardementen tegen de burgerlijke bevolking zal ondernemen, maar Gij zult toch ook moeten aanvaarden, dat de moderne oorlog zonder die „gruwelen" eenvoudig niet meer denkbaar is! Immers: „Be moderne oorlog is een afgrijselijke gruwel", zegt Gij ! Welnu, het kan heel menselijk zijn dat een volk naar die „afgrijselijke gruwel" grijpt, tot verweer, maar hier staat dat „heel menselijke" dan lijnrecht tegenover het echt-christelijke.

De christen-anti-militarist aanvaardt als eis van Godswege, dat hij, zelfs al is het gevolg: ondergang het „heel menselijk" heeft te verloochenen als dit hem in conflict brengt met de eisen des Evangelies. Maar daarbij heeft hij óók de strijd tegen eigen hart en vlees, want dat kent ook de begeerte om „heel menselijk" te doen en te handelen. Het kan zo „heel menselijk" zijn dan maar mee te bouwen aan het gemeenschappelijk lijkenhuis, maar het is tegelijkertijd zeer on christelijk!

Het is tenslotte niet het enige terrein waarop Christus van ons vraagt onszelf te verloochenen, dat wil zeggen: het „heel menselijke" te kruisigen! Tot die kruisiging zal het bij den christen moeten komen en ook de gemeenschap der christenen zal aardse ondergang (al staat die als gevolg van loslating van het

oorlogsbedrijf nog allerminst vast!) hebben te aanvaarden, als alleen nog maar de „lijkenhuisbouw" - en de „afgrijselijke gruwel" van de moderne oorlog ons resten.

Meer getrouw?

Aan het slot van uw antwoord zegt Gij : „Ik kan de indruk niet van mij afzetten, dat ik aan die afschuw (van de oorlog) practisch meer getrouw ben dan hij" (dat is schrijver dezes).

Dat moet ik toch betwisten.

Die „afschuw" is niet gevolg hiervan, dat de oorlog zo vréselijk grie-ze lig! is, maar ^eer beslist van deze overweging: de „afgrijselijke gruwelen" van de oorlog zijn in strijd met de eisen van het Evangelie van Jezus Christus! Dit althans moet de grond van onze afschuw zijn. Maar dan dwingt die afschuw ons óók onverbiddelijk de weg op van verloochening van het misdrijf van de moderne oorlog, al zou 't ook nóg zoveel kosten I Gebruik van dat misdadig middel is óf verloochening van Jezus Christus wiens volgelingen we belijden te zijn, strijdende met deszelfs gruwelen, öf de „afschuw" is slechts een zeer oppervlakkige en aanstonds verslagen door die andere „echt menselijke" neiging om ons tot elke prijs te verdedigen al zijn de gevolgen nog zo vreselijk! Deze laatste, „echt menselijke" omzwaai hebben we de laatste jaren vaak genoeg kunnen constateren.

Hobele bedoelingen.

En ja, dan bewijst U mij, goed gezien, toch te veel eer door te gewagen van mijn „nobele bedoelingen".

„De Standaard" heeft het heel anders bedoeld, maar het gaat hier toch feitelijk om heel iets anders dan „nobele bedoelingen".

Ik mag eenvoudig niet anders!

Ik kan met grote overtuiging verklaren dat ik mij geroepen weet om Christus' wille tot het uiterste tegen de zonde van de moderne oorlog te getuigen.

Die overtuiging — laat ik eerlijk zijn! — is mij niet altijd een vreugde.

Ik kan, zo heel-menselijk, verlangen naar rust.

Naar waardering, zoals vroeger.

Het is zo moeilijk tegen de stroom op te roeien.

Hoeveel makkelijker zou ik 't niet hebben, als ik m'n mond mocht houden ?

Deze ogenblikken heb ik dikwijls. Dit is de heelmenselijke ontrouw.

Maar in mijn beste ogenblikken ken ik toch de vreugde van getrouw te zijn aan de roeping!

Daar gaat 't tenslotte om!

God make U en mij getrouw!

Daarbij blijf ik op U hopen !

Toch hoort Gij bij ons!

Ik betuig U mijn grote waardering voor uw hoogstaande critiek. Zij beeft mij niet overtuigd.

Och, mocht deze „Open Brief" U tot het getuigenis brengen, dat wij zo gaarne, juist van U, zouden horen!

H. L. v. BRUGGEN.

14 5-'38.

Het Centraal Vredesbureau,

Laan van Meerdervoort 19, Den Haag, verzoekt ons in een rondschrijven: 1°. om convocaties voor elke vergadering onzer afdelingen ook aan het bureau toe te zenden; 2°. idem een verslag van elke vergadering; 3°. er bekendheid aan te geven, dat in zijn bibliotheek ruim 3000 boeken en brochures beschikbaar zijn voor ieder tegen betaling van 10 cent per 14 dagen voor een boek en 4 cent voor een brochure.

Bestelt de Yredesgids (15 cent) (1938), dan hebt ge een overzicht van het kleine vredesleger in ons land, (giro no. 174536).