is toegevoegd aan je favorieten.

Gereformeerd vredesorgaan; maandblad van de Geref. Vereen. voor Daadwerkelijke Vredesactie, jrg 9, 1939-1940, no 3, 01-07-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hem na en brengt geen offers aan de goden van deze tijd. „Vreest God, maar houdt uw kruit droog", is een leuze van den satan. God eren en Hem vrezen, in Zijn wegen wandelen, naar Zijn geboden vragen, geen kwaad goed noemen en geen kwaad goed heten. Getuigt tegen het boze en waarschuwt tegen het verkeerde.

Als uw ogen open zijn voor het kwaad van deze tijd, wendt ze dan niet af en doet niet, of u niets ziet, maar komt met onze Geref. Ver. voor Daadw. Vredesactie en getuigt vóór vrede en gerechtigheid, tegen oorlog en geweld, tegen verheerlijking van ras en bloed en tegen alle listige aanslag van den duivel.

Z. te M.

Onze 5e Algemene Vergadering.

Vóórtgaan in 't geloof!

Wij hebben op Zaterdag 24 Juni j.l. te Amsterdam onze 5e Alg. Vergadering mogen houden.

Met vrees hebben we deze vergadering tegemoet gezien.

Het is voor een Vereniging als de onze in deze tijd van bewapenings-, oorlogs- en defensiewaanzin moeilijk stand te houden. In eigen kring werd de activiteit kleiner, omdat we niet zoveel meer doen kunnen. Hier en daar gingen wat leden heen. De — principieel volstrekt foutieve — vraag werd gesteld: „Zouden wij ons werk voorlopig maar niet staken? We hebben deze troost, dat Gods werk doorgaat".

Anderen overwogen aansluiting bij „Kerk en Vrede".

Onder die omstandigheden kon het niet anders, of een Alg. Vergadering moest met enige vrees tegemoet worden gezien.

Deze vrees is — gelukkig! — volkomen beschaamd.

De Algemene Vergadering is goed geslaagd.

De stemming was uitstekend.

Moge 't aanvankelijk even anders hebben uitgezieg, uiteindelijk bestond er maar één opvatting: niet opgeven!, niet overgaan naar „Kerk en Vrede"! Dóórzetten in 't geloof!

Zeker, ter vergadering moest gesproken worden van het gebrek aan meeleven onder eigen leden. Maar daarnaast kon toch ook getuigd worden van arbeid, die onze vrees beschaamde en die wel duidelijk bewees, dat onze Vereniging een taak heeft in deze tijd!

Eenstemmig was men in de opvatting:

We mogen niet opgeven!

Opgeven van onze actie zou betekenen: een slag voor de Chr. Vredesbeweging.

Wij blijven en zullen blijven pretenderen, dat het Gereformeerd beleven en belijden èn ons antimilitarisme niet in strijd komen met elkaar, sterker, dat zij bijeen behoren.

Dwalen doen niet wij, doch onze Geref. broeders, die in deze tijd van oorlogswaanzin, oorlogsrazernij, van aanbidding van de geest van deze tijd: het militarisme, — de oorlog, het meest ontaarde bedrijf dat zich denken laat en de ten top gevoerde bestaliteit, aanvaarden ter verdediging van de heiligste goederen, als hoedanig huis en haard en vaderland en grens worden aangemerkt. Ter handhaving daarvan aanvaardt men de oorlogsgruwel, terwijl men weet dat deze zó ontzettend zal zijn, dat de betekenis daarna van huis en vaderland en grens eerst goed „fragiich" zal zijn.

Dwalen deed de Generale Synode der Geref. Kerken, die het antimilitarisme zonder bewijsvoering uit Schrift en Belijdenis, in de ban deed en de aanhangers van deze overtuiging prijs geeft aan de willekeur van plaatselijke kerkeraden.

Ongeschokt is ons geloof, dat oorlog zonde is voor Gods aangezicht.

Ongeschokt is onze overtuiging, dat we van Godswege taak en roeping hebben tegen de oorlogszonde ons getuigenis te laten horen.

En we mogen om de eer van onze Gereformeerde belijdenis ons Gereformeerd antimilitarisme niet prijsgeven.

Mogelijk zal deze beschaving in puin storten onder de donder van een nieuwe oorlog.

Maar na die periode van verval zal, als 't God belieft, een nieuwe opbloei komen.

Hoe zeer de vernietiging van de komende oorlog alles zal aangrijpen, toch zal er een contact zijn tussen de ondergegane beschaving en de opleving van een nieuw geslacht.

En dan zal ook aan het nieuwe geslacht moeten worden doorgegeven, dat vóór de ineenstorting der oude beschaving ook Gereformeerde Christenen hebben getuigd van de zonde, die heel het oorlogsbedrijf is.

Te meer klemt de roeping om voort te gaan met ons getuigenis, als we bedenken dat de dreigende ondergang onzer beschaving ook kan inluiden het naderende eindoordeel.

Moge onder Gods zegen ons Geref. antimilitaristisch getuigenis gehoord worden tot op de jongste Dag, als met Hemels bazuingeschal de eindoverwinning van Koning Jezus zal worden kond gedaan.

Strijden wij voort, want Jezus komt, de Vredevorst!

Maranatha!

★ ★

*

Een resumé van de gang van zaken.

De vergadering werd door mij geopend met gebed, nadat we samen gezongen hadden Psalm 84 : 3. Na voorlezing van Hebreën 11, handelende over de geloofshelden uit de gewijde historie, heb ik een openingswoord gesproken, waarin, na de stand van zaken te hebben uiteengezet, door mij is gewezen op de plicht om voort te gaan op de ingeslagen weg. We kunnen óf gehoorzaam zijn, en dan voortvaren, óf ongehoorzaam zijn, door 't op te geven. Het mag niet onder ons gehoord worden: Laten wij ons werk maar voorlopig staken; Gods werk gaat toch door. Want God werkt middellijk door mensen, en als Zijn werk voortgaat dan is 't door andere mensen, wanneer wij 't opgeven, maar in dat opgeven tonen wij ons klein geloof en onze ongehoorzaamheid. De geloofshelden uit Hebr. 11 mogen ons tot lichtend voorbeeld zijn: door 't geloof alleen!

Voorlezing werd gedaan van enkele ingekomen stukken, o. m. enkele berichten van verhindering.

De verslagen van Secretaris en Penningmeester werden na bespreking en onder dank goedgekeurd. Dat van den Secretaris gewaagde van vermindering van activiteit, maar ook van 't geloof dat voortgang van 't werk meer dan ooit geboden is.

De Penningmeester kon aan de hand van de cijfers wijzen op sluitende rekeningen met niet onbelangrijke saldi. Dat dit bij vermindering van contributieopbrengst mogelijk was, moet toegeschreven worden aan vermindering van arbeid, waardoor meerdere posten beneden de raming bleven. De begroting van 1939 sloot echter met een nadelig saldo.

Dat mag niet!

Hebt U dit gehoord, leden?

Het ligt aan U, te zorgen, dat 1939 sluit met een voordelig saldo.

Daarvoor is nodig dat alle leden trouw hun contributie betalen, en de afd.penningmeesters en correspondenten trouw hun afdrachten verrichten.

Het minste wat van allen verwacht mag worden, is trouw.

Laat ons die vooral betonen op 't punt van de financiën.

Dat is eerste vereiste om ons werk te kunnen voortzetten.

Afdelingspenningmeesters en correspondenten, die over 't eerste halfjaar nog niets hebt afgedragen,

ZORGT, DAT DIT BINNEN ENKELE WEKEN IN ORDE KOMT.