is toegevoegd aan je favorieten.

Nil desperandum Deo duce; orgaan van het Studenten-corps aan de Vrije Universiteit, jrg 1, 1902, no 11, 15-05-1902

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eerste jaargang.

No. II.

Orgaan van het aan de Vrije

Studenten-Corps Universiteit.

REDACTIE:

J. G. GEELKERKEN, S. TROMP DE RUITER, J. B. R. J. T. PILON, JELLE RUNIA, A. A. VAN SCHELVEN.

Adres: S. Tromp de Ruiter, Nassaukade 158. Correspondentschap Unie H. DE COCK:

R. VAN MUNSTER, J. E. REITSMA, A. A. L. RUTGERS.

Adres: A. A. L. Rutgers, Keizersgracht 192.

Amsterdam, 15 Mei 1902.

Dit blad verschijnt den isten en 15 den van elke maand.

ADMINISTRATIE: P. JUKKENEKKE J. Pzn. en C. VERSLUIS. Adres: C. Versluis, Oude Schans 51. Abonnementsprijs: f 1,50 per jaar. Afzonderlijke nummers 15 cent.

INHOUD: Orgaan van het Corps. Oranje door B. — De V. U. door Ceves. — De Senaat door F. — Kazernetoestanden door J. G. G. — Vriend W. door — *** door Hajo. — Repliek door A. — Kroniek door G. — Studentenpers door P. en A. — Spijtigh swijgen door Tuba. — Opwekking door Jeben. — Officieële mededeeling door <R. — De duimstok door E. — Varium. — Berichten. — Advertentiën.

6rar\je.

Oigssa fóti lei Corps.

Er valt hier en daar (gelukkig nog niet in ruimen kring) eene klacht te beluisteren als zou ons blad niet voldoen aan de eischen die er aan gesteld mogen worden. Niet in het algemeen. Want dan zal ieder toestemmen dat de volmaaktheid lang niet is bereikt. Maar wel in dit speciaal opzicht, dat het niet voldoet aan de abonné's buiten onze studentenwereld. Laat ons deze klacht eens onder de oogen zien en nagaan of zij al of niet gegrond is. Zoo ja, aan de Redactie ware het dan toch, haar te gemoet te komen.

Ons blad heet en moet dus zijn „orgaan van het Studentencorps aan de V. U." In de eerste plaats moet het corps er zich dus in uiten. Dan ook de studenten der V. U. als corpslid. In ieder geval blijft het echter een Studentenblad, d. w. z. een blad van en voor studenten.

Studenten treden nog niet in het openbare leven op, laten daar hunne stem nog niet hooren, ook niet door de pers.

In hun pers blijven zij inter se. Zij schrijven voor elkaar om zich te oefenen, over hunne belangen, over dingen, die hen interesseeren. Als zij hun blad maar begrijpen, genieten, als het maar aan hunne behoefte voldoet, beantwoordt het volkomen aan zijn doel

Wie kerkelijk, politiek, wetenschappelijk of op welk ander gebied ook voorgelicht wil wezen, abonneert zich niet op een studentenkrant.

Wie dit laatste doet, doet het uit belangstelling in de studenten zaken, daalt af tot hun niveau of klimt tot hun onbekend hoogland, net zooals ge het zeggen wilt. Oi ook, doet het alleen om ze door abonnement moreel en finantieel te steunen.

Is de inhoud toevallig van dien aard, dat hij er wat aan heeft, des te pleizieriger voor hem, dat is een buitenkans.

De redactie eener studentenkrant mag zich dus in het geheel niet regelen naar deze buiten de studenwereld staande abonné's. De schrijver die dit doet maakt zich aan ergerlijke arrogantie of aan te veroordeelen onstudenticositeit schuldig.

Wie meent tolk der abonné's te zijn, bij klachten over ongenietelijkheid van het blad, werpt zich als zoodanig slechts op. Van onze abonné's mogen we niet verwachten, dat ze over zoo iets zullen klagen.

Onze Koningin is ziek!

Reeds lang, reeds weken was Nederland in spanning, en verwachtte met angst de bulletins, die den toestand van de hooge lijderes bekend maakten.

Het volk leefde in die dagen in gedachten op het Loo!

En niet alleen ons volk, maar heel Europa vernam met deelneming wat aan het vorstelijk ziekbed voorviel.

Maar de krankheid matigde zich en toen ons'vorigpnummer ter perse ging scheen ze in zooverre geweken, dat nog alleen de herinnering aan gevaar en vrees overbleef.

Toen plots op Zondag den 4en Mei de gevreesde complicatie intrad, die het Koninklijk leven wreed dreigde aftesnijden.

Goddank, het is ons toch behouden gebleven. Wel tot een hoogen prijs. Ten tweeden male is de verwachting^vernietigd dat we onze vorstin straks een blijde moeder zouden zien, ten tweeden male is de hoop vervlogen op een troonopvolger, die eens den schepter uit zijner moeders handen zoude overnemen.

Maar de teleurstelling daarover wordt verre overtroffen door de blijdschap dat we onze laatste Oranje nog niet behoefden'aftestaan aan den dood. Het drievoudig snoer van God, "Nederland en Oranje is nog niet verbroken! Het was ook haast niet te dragen geweest! Dat ziet ge overal rondom u aan de uitingen der liefde, dat speurt ge aan de deelneming in de beproeving van het Vorstelijk gezin. Neêrland lijdt met Oranje mee, zooals Oranje zoo dikwijls met Nederland heeft medegeleden.

Intusschen zie Nederland toe dat het zelf, door zijnen God te verlaten, niet de eerste zij, om de wig der scheiding^te zetten in die drieheid, die bijeen behoort.

Eenmaal zullen we Oranje wel moeten missen.

Wrien we alleen niet kunnen missen is de God der vaderen!

Onze Koningin is ziek! O God, heel haar toch!

B.

De V. U.

In 't centrum der stad, op een van Amsterdams schoone grachten, staat 't gebouw aan ieder bekend, onze Vrije Universiteit. Een schoone gevel, een ruime toegang, zijn de zaken, die 't eerst in 't oog vallen. Doch laten wij den tempel der wijsheid binnengaan en de wandversieringen in de aula, waar Forum en Ursus en zoovele andere corporaties hun nieuwsberichten den volke verkondigen, stillekens passeeren. Ook 't bureau van onzen zwoegenden amanuensis gaan wij voorbij en schrijden voort, totdat we den universiteitstunnel doorgetrokken zijn en den blauwen hemel weer aanschouwen. Een blik links, of om een militaire uitdrukking te bezigen „schuin-links," doet ons iets nieuws ontwaren. En al is zoo de eerste indruk van deze nieuwe schepping alsof daar een kleine „melktuin" was die in den warmen zomertijd den vermoeiden wandelaars verkwikking en rust bracht, wanneer wij naderbij komen bemerken wij al ras, dat dit 't doel van deze nieuwigheid