is toegevoegd aan je favorieten.

Amsterdamsche kerkbode; officieel orgaan van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende), jrg 8, 1894, no 381, 20-05-1894

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladz.

voor, dat een kind van goloovige ouders werd toevertrouwd aan een ongeloovigen voogd en een ongeloovigen toezienden voogd, iets wat te voorzien was geweest, daar de familie der overleden ouders voor een groot gedeelte niet het licht des Evangelies kende, en het niet twijfelachtig was wien de familieraad aan den kantonrechter ter benoeming zou aanbevelen. Hoewel, naar wij vernemon, in liet bedoelde geval de voogd niet opzettelijk tegenwerkt en ook zijn pupil vrijlaat in onze kerken op to gaan, gaf deze zaak in een deicorporaties aanleiding tot wisseling van gedachten over de vraag: of niet voor het vervolg maatregelen te nemen zouden zijn, dat bjj het sterven der ouders het kind een voogd zou ontvangen, die geheel in hun geest de opvoeding der kinderen zou voortzetten?

"Wat men daarbij kan doen Ï3 het volgende:

Zooals bekend is, is de langstlevende ouder van

. , .1 AT 1 1 „J. J „ ^Ati

rechtswege voogu. naast uum uiuet uau uuui ucn kantonrechter een toeziende vooycl benoemd worden. Een familieraad moet hierover worden geraadpleegd, die wel niet den rechter bindt, maar aan wiens advies hij zich tocli vaak zal houden als hij geen bijzondere reden heeft om er van af te wijken.

Voorziet dus iemand, dat na zijn sterven de naaste bloedverwanten of aangehuwden bij meerderheid op iemand zouden wijzen als geschikt voor toezienden voogd, die zou trachten bv. op de achterblijvende weduwe een minder gewenschten invloed uit ta oefenen, ten aanzien van de opvoeding liarer kinderen, dan komt de vraag op: wat zou hij daaraan kunnen doan om dat te verhinderen? Inderdaad niet veel. Een toeziende voogd kan niet, anders dan door den rechter worden benoemd. Maar het eenige wat men doen kan is, te zorgen dat naast de stem van den familieraad ook die van den overleden vader (of moeder) den rechter tor oore komt. Ook naar deze behoeft den rechter wel niet te luisteren, maar als de vader (of moeder) zelf zijn begeerte uitsprak, werpt dit voor een billijk rechter toch een groot gewicht in de schaal.

De wijze nu waarop de vader dat doel kan bereiken, is door eenvoudig op een gowoon stuk papier zijn wensch kenbaar te maken, dat een bepaald aangewezen en met Dame daarin genoemd persoon tot toezienden voogd worde benoemd, omdat die perscon in bijzondere mate zijn vertrouwen verdient in het bijstaan van de achterblijvende weduwe in de vervulling van haar taak.

Wil men zoo 'n akte niet, dan blijft niets anders over, dan op een stuk papier een verklaring te zetten, op dezelfde wijze als hierboven werd aangegeven toen we over den toezienden voogd spraken. Maar men vergete dan niet, dat dit in de oogon der wet niet is een benoeming, en dat dus nu de kantonrechter zelf een voogd benoemen moet. Daarbij moet dan de familieraad gehoord worden. En hoewel do kantonrechter vrij is om te handelen in den geest van het geschreven stuk, hij is ook vrij zich daaraan niet to storen, en to nemen wie door den familieraad aangewezen wordt, of zelfs iemand aan te wijzen die door geen der

partijen werd genoemd, ai is ook uh iaai»i,e mot zeer waarschijnlijk.

W. H. DE SAVORNIN LOHMAN.

te behartigen. Dat er eenheid zij in alle handelingen. die kunnen dienon tot waardeering van elkander A en B of ook C moeten de wereld uit, en daarom allen gelijk, waar we ook in een onzer Geref. Kerken komen.

Gtode het heil zijner Kerken aanbevelende Uw dw. dn. en br., Een Lid der Geref Kerk te B.

#) Onkundig gehouden worden. Hiermede bedoel ik dit, dat de minderbedeelde ledon, mannelijke althans, in bezit moesten gesteld worden van de uitgegeven Kerkenordening der Geref. Kerken in Nederland. Ook die mooten weten mede to leven.

Anders is het wanneer de langstlevende ouder komt te overlijden Er moet dan een nieuwe voogd komen, en daarvoor moet dekantonreobter zorgen, tenzij dun dat die ouder zelf vóór zijn steroen zorg droeg een voogd te benoemen.

Maar hoe kan hij dat doen? Daarop geeft de wet het antwoord. Do langstlevende der ouders kan dat doen bij testament ; maar noodig is dat niet. Hij kan ook in een afzonderlijk stuk aan¬

wijzen wie na zijn dood voogd zal zijn. jiiu ue wet geeft zelfs de vrijheid om meer dan één ■persoon aan te wijzen, opdat, wanneer de eerstbenoemdo mocht komen to overlijden, de volgende in zijn plaats als voogd zou kunnen optreden, en zoo voort. Do wet bepaalde dat, omdat zij begreep welk belang de ouders er bij hebben, dat do opvoeding op dezelfde wijze voortga, alB waarop zij haar wuren aangevangen.

Edoch, gelijk voor het testament bepaalde vormen zijn voorgeschreven, zoo moet ook voor die afzonderlijke akte van benoeming eon donde wet zelve aangewezen vorm worden gebruikt.

Men heeft daarvoor noodig een notariëele akte

Men moet dus naar een notaris gaan en hem vragen het stuk op te maken.

Hieraan zijn wel eenige kosten verbonden, maar het belang, dat men bij de benoeming heeft, is die uitgaaf wel waard, vooral wanneer men bedenkt, dat men bij één akte meer personen mag aanwijzen.

Daar komt bij, dat de kosten zoo laag mogelijk zijn. De akte zal ongeveer een gulden of vijf kosten; terwijl bij overlegging van eon bewijs van onvermogen de notaris wel bereid zal gevonden worden die hulp kosteloos te verleenen, waartoe hij, na verkregen laat van den president der rechtbank, zelfs verplicht is.

^ Fragment uit een brief aan den Redac- J tem* van een onzer Kerkboden.

$ Ook ik wil die samensmelting met den WEw. ^ 5 Redacteur. o zoo gaarne, en tocli zijn er zoovele ^ S hinderpalen, zoo het schijnt. En ter wegneming J $ daarvan dient men werkzaam te zijn. En zie ^ ^ ik niet geheel mis, dan kon de samensmelting ^ * wellicht ook o. a. bevorder! worden, door zoo $ $ goed mogelijk naar de Kerkenorde van 1618-19 ^

5 van Dordrecht, eenparig te leven, um «r m u« ^ verschillende Geref. Kerken ook een verschil$ lende manier van naleven of soms ook van niet \ naleven zich voordoet, is maar al te waar, en

c ia m i non <1a ftfl.mAnsmp.ltinfr niet bevorderIiit

$ maar veeleer schadelijk. Ik weet zeer goed dat

5 het hun onder ons, die het om niets anders te

ri/A/vn ia rlan r»m en.mpn óftTi te ziin onder een

S HnnfH Jnzns Christus, den erooten Koning der

Kerk, niet zooveel hinder doet, maar toch als

' _ . - , -Tf- i .

^ men hier en daar onder ivericen van een zenuu 5 religie zooveel verschil vindt, dan rijst onwille^ keurig de vraag: hoe zou het nu moeten ? $ En bleef het dan maar bij een vragen. Immers, 5 die niet al te onkundig zijn of gehouden worden *) $ in wat men in 1892 over en weer als Vereenigde $ Geref. Kerken, erkende als geldende regel voor J alle Kerken gelijk te zijn, K O 1618-19, mag ! men dan ook gerust die eenheid vragen en ver5 wachten

5 Verschil, vraagt of zegt iemand, in onze Ker5 ken? "Wat is dat dan wel? Luister slechts. $ Verschil bij de Doopsbediening Verschil ook $ bij het Avondmaal.

$ Verschil bij de Doopsbediening: Sommige ï1 n'/ür inamorit 1é>7pti Alles wat er staat. d. w. z.

$ formulier en formuliergebeden, anderen wel het ^ eerste, maar niet het laatste. Velen, ik zou 5 denken de meosten, zeggen „Amen" na de uit5 gesproken doopsformule, anderen doen dat niet; ^ om van meer niet te spreken.

5 En nu het Avondmaal. Sommige onzer leeraars $ lezen het formulier bij de tatel, D. K. O. art. 62, $ anderen op den kansel. Sommige laten iets ^ van zich hooren door te spreken ouder het ge$ nieten van brood en wijn, anderen doen in dezen ? wat het formulier ter lezing of ook te zingen

aangeeft. .

Als b. v. nu een broeder uit Kerk A (ik wil dit anders niet meer noemen, maar ik neem voorbeeld) straks komt in Kerk B, en merkt dan

zoodanig verschil op, dan wordt daar al heel

licht gezegd: zij zijn daar in mik a lucu uug

anders.

li,, r,m ta oinflicpn: ls het niet hoog noodig

en gewenscht, indien niet plichtmatig, om in genoemde zaken enz. allen gelijk te handelen, om alles te voorkomen wat belemmerend zou kunnen .ïiin fov aomon«mpIHnp* en eenheid ?

En ook omdat men zich niet heeft te onttrekken, waarin ook, maar te stellen heelt onder de Dordtsche Kerkenorde. Zorge men er ook met het oog op hen die naar den geest onze broeders en zusters zijn, ofschoon nog in de Herv. Kerk achtergebleven, daardoor om zoodanige verschillen langer achterblijven, naar den mensch gesproken. Immers bij hen is alles willekeurig.

En bovenal de door den Vader gegeven Koning, die de eenheid der Zijnen wil, bewerke door den H. G. al Zijne kindoren, om er naar te staan en te ijveren, dat alles wat de onderlinge eenheid on samensmelting kan bevorderen, voor te staan en

De Gereformeerde Kerken in Nederland.

Drietal: te Schiedam: .T. Hania, te Oosterbierum; H. Hoekstra, te Kollum; en A de Vlieg, te Renkum.

Breukelen: G. H van Kasteel, te 's-Gravenhage; A. Brummelkamp, te Pui-merend; en T. Bouma, te Doorn.

Tweetal: te Maassluis B: M. J van der Hoogt, te Katwijk en D. Tom, te Charlois.

Lopik: L Spoel, te Harderwijk en G. H. Toebes, te Haamstede.

Beroepen: te Zevenhoven, H. "W. Felderhof, cand. te Amsterdam

Jutrijp-Hommerts, 11. "W. Felderhof, cand. te

Amsterdam.

T, Snoei te Harderwiik.

Maassluis B, D. Tom Wzn., te Charlois B.

Aangenomen: naar Oenkerk, T. Rispens, to Hijum.

Emmen, J. A. de Bruijn, te Niezijl.

Bedankt voor:

Zeist B, Dr. A. G. Honig, te Oudshoorn.

* * Leiden. Op den tweeden Pinksterdag herdacht Ds. J. Holster, Predikant bij de Geref kerk alhier, met eene leerrede naar aanleiding van Galat. 6: 14a, zijn veertigjarigen arbeid in den dienst des Woords, welke heuclielijke gebeurtenis nog verhoogd werd door dat Z.Eerw. pas uit een emartolijk en ernstig lijden was opgericht. Sedert 1864 is deze herder en leeraar hier werkzaam. In dezelfde godsdienstoefening werd nog het woord gevoerd door Ds. Sluijter, van Boskoop, namens do Classe en door de Predikanten Donner, van Proosdij en Rudolpli.

* * Wierum. Volgens de opgaven, voorkomende in do Friesche Kerkbode, is bij de Commissie, uit de Kerkeraden van Wierum en van Paesens f 13 76-2 60U ontvangen, voor de nagelaten be¬

trekkingen, van de op 1 Dec. 1893 verongelukte

visschers.

VOOK KINDEREN.

Kwaadspreken.

Dat is een ondeugd, waarvoor wy allen, kinderen en menschen wel op onze hoede mogen zijn. Kwaad van anderen te spreken, achterklappers te wezen, dat is ons, gelijk des Heeren "Woord leert, van nature eigen. Gelukkig zegt dat Woord ons ook, hoe wij er van kunnen verlost worden.

't Is o-oed naar de kwaadsprekers niet te luisteren. Dan houden zij zich van zelf stil. Dat ...: t „„ï, riQ firmiifi-vdpst van wien ik u wil ver-

WIÖO "ua

tellen. Het is onze Prins Willem III, koning van Engeland. Deze verzuimde nooit deze waarheid in praktijk te brengen, en de kwaadsprekendheid zijner hovelingen door zijn streng stilzwijgen

te betoomen.

De koning," zegt graaf van Dolina in zijne Gedenkschriften, „bezat eene zeer beminnelijke hoedanigheid, deze namelijk, dat hij er niet "van hield dat men zich over iemand vrolijk maakte. D j markies de la Forêt wilde eens beproeven zijne Majesteit ten koste van een Engelsch edel-