is toegevoegd aan je favorieten.

Amsterdamsche kerkbode; officieel orgaan van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende), jrg 10, 1896, no 472, 16-02-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bladz

Heeft men niet, nog sterker zelfs, den waren toestand verholen, toen de regel werd ingevoerd, dat elk predikant zijne eigen leerlingen zoogenaamd zou kunnen bevestigen en inleiden in de kerk ?

De band van persoonlijke sympathie werd toen als een fuik uitgezet, om de arme onkundigen te vangen, die oordeelden, dat de kerk waarbij zij zich voegden, zou zijn als de predikant, die lien onderwees ; ofschoon zij metterdaad zich verbonden aan eeae organisatie, die eischt dat men voor haar bevelen de bevelen van den Christus zal verzaken.

Deze dingen inogen wij niet verzwijgen ; er zijn er, in wier conscientie nog iets weerklinkt van den eisch des Heeren; er zijn er, die door dat weefsel van leugen worden misleid ; er zijn er die door deze drogredenen er toe gebracht worden, om der stem der conscientie het stilzwijgen op te leggen; om den wille dezer broeders en zusters mogen wij niet stille zijn.

Evenmin mag dat om den wille van de eere des Heeren, die met deze dingen gemoeid is Voor Hem toch moet alle knie zich buigen ; boevt el temeer dan de knie dergenen, die belijden Hem te kennen en te eeren, opdat die belijdenis doorwerke op alle terrein ; zeker niet het minst waar het geldt de bediening des Woords en der Sacramenten naar zijnen heiligen wil.

Br. J. Wouda, ouderling bij de Gereformeerde kerk van Heêrenveen, schrijft in een der kerkelijke bladen aangaande den toestand van den Zuidoosthoek van Friesland het volgende, waaruit ons blijkt in welk een jammerlijken staat die verwaarloosde bevolking in geestelijk opzicht aldaar verkeert:

„ Het zal u niet meer een onbekende zaak zijn, dat die Zuidoosthoek van Friesland een diep treurige vermaardheid heeft gekregen vanwege hare maatschappelijke en geestelijke ellende. O, het moge u schijnbaar ongeloofelijk voorkomen, dat er in ons christen-Nederland nog zulke streken gevonden worden, waar honderden van menschen het geringste besef niet hebben van God en zijn dienst, maar integendeel meer dan half dierlijk daarhenen leven. Hunne hutten en krotten, die zij bewonen, zijn in waarheid minder dan de meeste varkenshokken; jammerlijk arm, zoo zelfs dat zij 's winters het allernoodigste niet kunnen krijgen, 's Avonds als zij in hunne holen kruipen, weten zij niet, of zij 's morgens iets zullen krijgen om hunne hongerige magen te voeden; en dan gaan zij uit, om eenigen buit te veroveren, ja, zelfs vóór het daglicht aangebroken is. Voor de nabij liggende dorpen en plaatsen zijn het zeer lastige naburen. Veel, zeer veel zouden wij dienaangaande er van kunnen meêdeelen, maar wij zullen het hierbij laten; want dat alles gaat het tijdelijke leven aan, maar van grooter waaide is hunne onsterfelijke ziel. Niet dat men onverschillig mag zijn omtrent hun tijdelijk lot. Integendeel, doch dat redt zich altijd; maar het zijn menschen, die voor eene nimmer eindigende eeuwigheid geschapen zijn; en daarom zou het voor ons, die de dierbaarheid van het evangelie der zaligheid door genade hebben leeren kennen, onverantwoordelijk zijn, hen niet met den dierbaren naam van Jezus bekend te maken.

De vroegere Inwendige Zending-Commissie der Christel. Geref. Kerk van Friesland was dan ook al voor een 25-tal jaren den Evangelisatie arbeid aldaar in dien Zuidoosthoek begonnen.

De Geref. Classis Heerenveen heeft eene comimssie benoemd, welke zich opgemaakt heeft in de mogendheid des Heeren, om met een krachtiger hand dan vroeger geschiedde, dien arbeid aan te vatten. Zij heeft een 3 tal broeders als colporteurs uitgezonden met de Bijbeltasch op

den rug, om alzoo doende de menschen in hunne hutten te bezoeken en met hen te spreken over de eeuwige belangen ; maar met hoevele moeilijkheid dat het eerst gepaard ging, is niet met weinige woorden te zeggen ; doch trots al dien tegenstand mogen wij thans van grooten zegen gewagen.

Zeer velen van de grootste bandieten zitten nu een paar uur in de bewaarschool, die Baron van Heemstra, burgemeester van Driebergen, ons daar gebouwd heeft, met een ingespannen aandacht te luisteren naar eene eenvoudige Bijbelbespreking, die daar in de bewaarschool door een onzer bl oeders, colporteur R. de Haan, gehouden wordt op Zondagmorgen en des Woensdagsavonds. Met blijdschap vermelden wij, dat er velen belang in de waarheid beginnen te stellen. Welk eene verandering bij 4 a 5 jaar! Toen nog verzamelden zij zich in benden als socialisten ; en nu hebben zij als volksmassa dat verlaten en neigen hunne ooren naar het dierbaar Evangelie. O, hoe past het ons den naam des Heeren te loven voor zijne oneindige liefde en ontferming. Als er maar een zondaar door tot God bekeerd wordt, dan is de moeite van den arbeid beloond; en nu hebben wij op goeden grond hope, dat God ze bij tientallen zal leiden tot het kruis van Golgotha".

De Gereformeerde Kerken in Nederland.

Drietal; te Cubaard: A. Andree, te Oosterend ; H. J.WilIering, te Arum; ea C. >1. "W. Plet, te Ezinge.

Beroepen: te Charlois, J. E. Yonkenberg, te Voorthuizen. Voorburg, P Wijmenga, to Zaandam. Nieuw-Vennip, J. Dekker Hzn., te Wezep. Goes, R J. v. d. Veen, te Bolsward

Aangenomen: naar Rozenburg, G. Boekenoogen, cand. tot den II. D.

Bedankt: voor Oppenhuizen c a., G. Boekenoogen, cand. tot den H. D.

Montfoort c. a., D. Koffijberg, te Barneveld.

* t * Rotterdam. Ds P. A. E. Sillevis Smitt werd Zondagochtend in zijn dienstwerk, bij de Geref kerk alhier, ingeleid door Ds A van Veelo, die tot tekst had gekozen Jeremia 1: 7. Des avonds aanvaardde Ds Sillevis Smitt zijn arbeid met eene leerrede over Exodus 3: 14.

* * * Loppersum. Bij de Gereform. kerk alhier deed Zondng 11. zijne intrede Ds W. de Jonge, naar aanleiding van Col. 1: 28, na des morgens bevestigd te zijn door Prof. Biesterveld, van Kampen, met de woorden: „En hij l ad zeven sterren in zijne rechterhand" (Openb. 1: 16 1ste gedeelte).

* * * Biezelingr. Zondag nam Ds J. Contant, die het beroep aannam naar Lodi (N.-Yersey, N.-Am.) afscheid van de Geref. kerk alhier, met een rede,

ontleend »an 1 Cor. 15: 10 (laatste gedeelte).

* „ * Utrecht. Alhier is i;i den ouderdom van 66 jaar overleden de heer J. v. d. Meulen, emer. predikant bij de Geref. kerken Achtereenvolgens s'.ond hij te Arnemuiden, Lollum, Hedel, Vuursche en Winsum. Sedert 1 Mei 1895 was hij emeritus.

* * * Amersfoort Van hier kan worden bericht, dat met algemeene stemmen besloten is, tot plaatselijke vereeniging van de Kerken A en B.

VOOR KINDEREN

De zegen van een eenvoudig gebed. Luther, de groote hervormer, was op zekeren avond zeer mismoedig. Zijne vijanden waren zoo velen en zoo machtig, dat het hem ging als Elia weleer, die ook wankelmoedig uitriep: „Ik ben alleen overgebleven en zij zoeken mijne ziel." God had echter reeds gezorgd, dat ook hij bemoediging en vertroosting bekwam.

De hervormer richtte zijne schreden naar buiten

de stad, de vrije natuur zou hem misschien goed doen. Na een weinig wandelens, kwam hij voorbij eene hut, en hoorde daar binnen de stem van een die bad. .Och Heere !" hoorde Luther smeeken,

bewaar toch Uwen getrouwen getuige Maarten

Luther voor twijfelmoedigheid, en dat hij niet uit vrees voor de menschen ophoude Uw Woord te

prediken."

Eer hii het wist lag de hervormer ook op de

knieën om mede te bidden en te gelijk zijnen God

te danken, voor de versterking van zijn vertrouwen

door het gebed van dien eenvoudigen daglooner. Hij heelt later meer dan eens beleden, dat dit gebed een middel in Gods hand geweest is, om zijn wan¬

kelend geloof te bevestigen. Wie zal zeggen welk

eenen gewichtigen invloed dit gebeurde op tiet gezegende werk der hervorming gehad heeft?

De Melaatsclie.

(Matth. 8: 2—4).

Er kwam een melaatsche

Tot Jezus, den Heer,

En viel vol aanbidding

In 't stof voor Hem neêr;

Hij sprak: „Zoo Gij wilt, Heer,

Bij U is de macht,

Om mij te genezen,

Ai, toon mij Uw kracht?"

En nauw werd deez' beê door

Den Heiland verstaan,

Of Hij raakt, vol liefde,

Den smeekeling aan.

„Ik wil, word gereinigd!"

Is 't woord van Zijn mond,

En rein was de onreine,

Volkomen, terstond.

Onrein door de zonde

Zijn wij in Gods oog,

Maar Jezus kwam neder,

Wiens naam elk verhoog !

En wie, als onreine

Tot Hem zich thans spoedt Vindt in Hem verlossing:

Wordt rein in Zijn bloed.

En hebt gii, o zondaar!

Dit woord eens verstaan,

Is Jezus uw Heiland,

O wil dan voortaan In reinheid Hem dienen,

De zonde steeds vliên;

Die rein zijn van harte,

Zij zullen God zien.

B oekaankond i ging.

Jaarboekje van het Nederlandsch Werkliedenverbond „ Patrimonium" voor 1896. Amsterdam, A. Fernhout.

Bovengenoemd Jaarboekje werd ook onzer redactie toegezonden. Volgaarne vermelden wij het met instemming. Geheel en uitsluitend beoogt de inhoud, om aan de leden van Patrimonium en aan allen buiten dat verbond, die Patrimonium willen leeren kennen, de meest volledige inlichtingen te verschaffen. Voor zoover de commissie van redactie er toe in staat gesteld werd, heeft zij zich van deze taak gekweten. Niet licht zal men tevergeefs het opslaan ; zoodat het metterdaad een nuttig handboekske kan genoemd, dat in eene werkelijk bestaande behoefte voorziet. Binde het de leden van dit verbond saam en doe het aan deze nuttige vereeniging nog vele leden toevloeien, als zijn doel en middelen nader worde gekenl. Stelle de-vereeniging zelve meer en meer een dam tegen den stroom, die onze werklieden poogt meê te voeren op den weg der wegwerping van de banden des Heeren!

Door veelheid van stof moet een en ander achterwege blijven.