is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 607, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat de humus als component van het adsorbeerend bodemcomplex bij het tot stand komen vaneen goede kruimelstructuur een belangrijke rol speelt, is buiten twijfel. De humus is een product van microbiologische omzettingen en de microben kunnen dus indirect aandeel hebben ineen eventueele structuurverbetering. Echter micro-organismen doen ook de humus langzaam weer verdwijnen en men kan ze met evenveel recht een aandeel toekennen in het structuur verval. De heer Cleveringa propageert het gebruik van organische meststoffen onder motiveering, dat „het leven inden grond gevoed moet worden”. Alhoewel zich zeker gevallen zullen voordoen, waarin organische bemesting de meest aangewezen weg is om de vruchtbaarheid vaneen akker te verhoogen, kan het eigenlijke doel nooit zijnde micro-organismen te voeden, doch óf het humusgehalte te verhoogen óf bijv. een geleidelijken toevoer van plantenvoedingsstoffen te waarborgen, waardoor het gevaar van uitspoeling, vooral °p lichtere gronden, verminderd wordt. Een veralgemeenen van het gebruik van organische meststoffen voor dit doel lijkt mij niet juist; daarvoor is het aantal gevallen, waarin, bij een jarenlange volgehouden kunstmestbemesting, de opbrengsten, zoowel als het humusgehalte, op hetzelfde peil bleven als bij toepassing van organische meststoffen, te groot. . Tegen de overschatting van de rol der microben zijn inde laatste jaren ook in het buitenland stemmen opgegaan; Werner Schloss zegt duidelijk; „Vor allem soll von einer mehr oder weniger grossen Tatigkeit der Bodenbakterien nicht ohne Weit er es auf die Fruchtbarkeit eines Ackers geschlossen werden” 3). Ik kan deze korte uiteenzetting besluiten met een aanhaling van den bekenden Duitschen bodemkundige Ehrenberg, die zegt: „Es besteht somit aller Grund für den Praktiker sich vonder leider vielfach üblichen Ueberschatzung der Boden-Kleinlebewesen frei zu halten” 4). Antwoord; De aanhef van het betoog van Ir. Visser zou bij den lezer de onjuiste voorstelling kunnen wekken, dat aan het R.L. Proefstation te Groningen reeds veel en systematisch aan profielonderzoek werd gedaan. Dit is naar wij meenen niet het geval. _ Wel heeft men een paar enquêtes ingesteld, min of meer gesteund door profielonderzoek. De eerste betreft die over de voetziekte in tarwe, die werd gehouden nadat Görbing in Duitschland en ondergeteekende in ons land, daarbij ten deele steunende op waarnemingen gedaan op de Groninger klei, tot de conclusie waren gekomen, dat Ce voetziekte sterk reageert op structuurverval en veelal secondair e» dikwijls meer bijkomstig ook op andere factoren. Het tweede onderzoek betreft den invloed van de zaaidiepte op het optreden van Hooghalensche ziekte, nadat wij hierover een kort wicht hadden gepubliceerd. Bovendien tracht Ir. Visser een weg Jamden om structuurverschillen zooveel mogelijk objectief aan te 4) Forschungsdienst II blz. 434, 1936. ) Pflanzen Ern. Düng. u. B. XIII blz 414.

53