is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 608, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landbouwkundig tijdschrift MAANDBLAD VAN HET NEDERL. GENOOTSCHAP VOOR LANDBOUWWETENSCHAP 50ste JAARGANG No. 608 FEBRUARI 1938

Opmerkingen over Chilisalpeter. door Prof. Ir. J. HUDIG en Drs. J. J. LEPIR. Remarks on Chüean-nitrate. Summary see p. 94- § i. De literatuur over dit merkwaardige natuurproduct is zeer omvangrijk en heeft het onderwerp allerminst uitgeput. Men moet om de ware beteekenis er van te begrijpen, terug gaan tot de periode uit de vorige eeuw, toen de salpeterlagen in Chili tot ontginning kwamen en de wetenschap het belangrijke van de salpeterstikstofvoeding begon in te zien. De triomphen daarna van de ontdekking der nitrificeerende organismen en het inzicht, dat ten slotte practisch alle organische stikstofverbindingen door microbiologische processen omgezet worden in nitraten, hebben een geweldige literatuur in het leven geroepen, die op het belang van de nitraat-'stikstof het volle licht deed vallen. Zoo ontstond de eenvoudige, maar brandende vraag in het laatst der vorige eeuw en het begin van de 20ste: „Welke vorm werkt beter, de nitraat- of de ammoniak-vorm ?” De vraag, die achteraf gebleken is, volkomen verkeerd gesteld te zijn ]). Intusschen zijnde inzichten aanzienlijk verbeterd en heeft de stikstof kwestie een nieuw aanzien gekregen door de mogelijkheid van synthese van ammoniak uit de luchtstikstof, waarvan de fabricage van eveneens synthetische nitraten het gevolg is geweest. Juist door de groote vlucht van deze werkelijke £ urnt/producten schijnt het noodig de kwestie van de stikstofbinding inde meststoffen opnieuw aan een critische beschouwing te onderwerpen. Men krijgt n.l. den indruk, dat door de belangen van de synthetisch industrie de belangen vaneen rationeele plantenvoeding wel eens te veel uit het oog zijn verloren. Hoe langer hoe meer komen wij tot de conclusie, dat de eerste hulp, die de ~kunst”-mestindustrie bijna een eeuw geleden aan den landbouw gaf, toevallig een buitengewoon gelukkige is geweest. Waar in het midden der vorige eeuw bij het ontwaken van het besef der mogelijkheid van bemesting met „minerale” stoffen (zooals 1) Zie daarover de zeer uitvoerige literatuur. Thans weet men, dat de reacties tusschen grond en meststof en grond en plant de vraag moeten doen luiden: „Onder welke omstandigheden werkt de ééne of andere vorm-, waarin men de stikstof biedt, uiteindelijk het best ?”

81