is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 608, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

merken. Voor witte en dikkop tarwes wordt geen premie gegeven. Overigens speelt het ras .in ’t geheel geen rol bij de prijsbepaling, hetgeen dooi Schr. wordt afgekeurd. , Voor betaling naar kwaliteit kan men twee wegen kiezen, t.w.: a. betaling naar de uitkomst der analyse, zonder inachtneming van het ras, zooals in Duitschland of b. betaling naar het ras zooals in Canada en Argentinië. De eerste methode acht schr. de beste, maar door t groote aantal te analyseeren partijen is ze onuitvoerbaar. S. stelt nu een systeem voor, waarbij de regeering een minimumprijs vaststelt, terwijl goede pai tijen tegen betaling vaneen waarborgsom kunnen worden aangeboden. Ze worden dan geanalyseerd en bij overname wordt een premie betaald. Bij afkeuring is de waarborgsom verbeurd. Betaling naar het ras is moeilijk, omdat de kwaliteit van elk ras nog met bekend is, zeer schommelt en sommige rassen slechts in bepaalde streken verbouwd worden. In beide gevallen zou echter nog veel voorbereidend onderzoek noodzakelijk zijn. B- H. V. 52. AKERMAN, A. Die Verhesserung der Backfdhigkeit des schwedischen Weisens durch Züchtung. Der Züchicr, J. S, Heft j/8, bis. 174 “UT C 36). In Zweden is ± 80 % van de met tarwe bebouwde oppervlakte wintertarwe. Toen men voor ongeveer 50 jaar in Zweden begon met tarweveredeling, kruiste men de landrassen met Squarehead en combineerde aldus wintervastheid met groote opbrengst. Het resultaat was een opbrengststijging van 20—45 %. Doch de bakkwaliteit daalde en door grooter verbruik van binnenlandsche tarwe kwam het kwaliteitsvraagstuk op den voorgrond. In 1920 begon het bakwaardeonderzoek. Sedert '3O een menggebod. De mengtarwe moet aan vrij hooge eischen voldoen. Ondanks slechts 10 % Manitoba geen klachten, dank zij toevoeging van betere zomertarwes. De nieuwere wintertarwes als Stahl, Weibulls Aring' en Skandia hebben beter bakkwaliteit dan de inheemsche Sammet en de beide laatste ook hooger opbrengst. Ook beproeft men kruisingen van de landrassen en de Midden-Zweedsche Svea II met harde tarwes uit Rusland, Hongarije en de Vereenigde Staten. Zoo kreeg’ men een niet de Turkey verwante soort, die beter kwaliteit heeft dan de Sammet. Kruising van Svea II en een landras gaf een tarwe (0871) met hooge opbrengst, zeer mooie gevulde korrel en zeer goede bakwaarde. Door selecteeren werden’ook betere lijnen gevonden. De opbrengst van zomertarwe is sedert 1900 gestegen van 9000 tot 144000 ton, dank zij de Svalöfs Extra Kolben II (uiteen aan de Fife verwante tarwe, Kolben met een selectie uit de Duitsche Emma). Deze gaf in 14 jaar gem. 15 % hooger opbrengst dan de oude Kolben en heeft een zeer goede bakwaarde, wat ook in andere landen werd gevonden (o.a. worden de onderzoekingen van de Technische Tarwe-Commissie vermeld). Het kweekerswerk van de laatste jaren is er op gericht de opbrengst en de stevigheid van het stroo van Sv. Extra Kolben II te verbeteren doorkruising met buitenlandsche zomertarwe of wintertarwe en om de kwaliteit van de andere zomertarwes als Diamant en Fylgia te verbeteren. Om nog betere combinaties van opbrengstvermogen en bakwaarde te krijgen worden kruisingen met Finsche, Russische en Canadeesche tarwes voorbereid. R. H. V.

53- AKERMAN, A. Proteinhaltens betydelse för vetets bakningsdug-Ughet och mögligheten att genom odlingsatgdrder paverka densamma. Skdnsk Jordbrukstidskrift nr 6 och 7. (8 bis. geïll.) C 36). Uiteen zeer groot aantal bakproeven werd door H. Kajmer van het laboratorium te Svaiöf berekend, dat er tusschen het ruweiwit-gehalte (= gluten-gehalte) van tarwe en de broodvolume een pos. correlatie bestaat van -j- 0.60 -j- 0.032. Evenens werd een pos. correlatie gevonden tusschen het ruweiwitgehalte en de waterabsorptie van het meel. Om deze redenen werd voor de oogst '35 een premie betaald voor hoog ruweiwit gehalte. Indien ’t ruweiwit gehalte meer dan 11 % bedroeg en de tarwe ook overigens aan vrij hoog gestelde kwaliteitseischen voldeed, werd boven de overeengekomen prijs 2,5 % meer betaald plus nog 1 % voor ieder % ruweiwit boven 11 %. Beneden 9 % ruweiwit werd voor ieder % daar beneden 2 % op den prijs gekort. . Het resultaat was, dat 87 % v/d zomertarwe-partijen de eiwitpremie ontvingen en 40 % v.d. partijen wintertarwe, voor Södermanland bedroegen deze procenten zelfs resp. 100 en 64 %. Uiteen tabel blijkt, dat gemiddeld m de jaren '3O t/m '35 het ruweiwitgehalte van de zomertarwe 13.1 % was,

169