is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 609-610, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het goed er aan de Landbouw Hoogeschool om te denken, dat er steeds all round landbouwkundigen noodig zullen blijven. De Heer B. M. Veth (Brussel) deelt mede: Naar aanleiding van hetgeen spreker zooeven gezegd heeft, meent spreker een opmerking te mogen maken. Hij woont in het buitenland en kan dientengevolge misschien een meer objectieve beschouwing ten beste geven. Omgekeerd loopt hij gevaar onvoldoende op de hoogte te zijn en dientengevolge de plank hopeloos mis te slaan. Dit risico wil hij echter nemen. Als hij inleider goed begrijpt, wenscht deze zelfstandige gespecialiseerde, cultuurorganisatie’s opgericht te zien, waarin naast de boeren-producenten ook de verwerkers en uiteindelijk ook de consumenten zitting hebben. De levensgeesten dezer organisaties zouden hen moeten worden ingeblazen door finantieele bijdragen van de belanghebbenden, dus, wilden zij er wat in te zeggen hebben, in hoofdzaak door de boeren zelf. Het zou een soort kruisorganisatie moeten worden, die de bestaande organisaties dekte. Spreker wil de wenschelijkheid en de mogelijkheid dezer gespecialiseerde cultuurorganisaties in het midden laten. Voor sommige eenheden zullen zij zeer goed mogelijk zijn, voor anderen moeilijk. Hij ziet op het oogenblik slechts twee groepen: A) De grondorganisatie, zooals die thans bestaat. Een specifiek boerenbelang. B) De voorgestelde kruisorganisatie, die, zooals zij wordt voorgesteld, een sociaal-economisch om niet te zeggen een sociaal-nationaal belang vormt. Zooals de zaken nu staan is de grondorganisatie der boeren met zeer groote geldelijke offers der regeering tot stand gekomen. Dank zij dien socialen steun is zij uitgegroeid tot de prachtige organisatie, die zij heden is. Wij kunnen er den Staat slechts dankbaar voor zijn. Spreker vraagt zich af of deze 2de organisatie, deze kruisorganisatie in feite noodig is. Is het niet feitelijk de taak van den Staat en is het niet feitelijk hetgeen de Staat tot nu toe meestal deed en inde toekomst nog vaker zal doen en moeten doen: namelijk het verband in evenwicht houden tusschen de verschillende belanghebbende groepen ? Naar sprekers meening kan deze vraag slechts met een volmondig ja beantwoord worden. Deze kruisorganisatie behoort aan den Staat en uitsluitend aan aan den Staat. Wil de Staat niet in haar midden krachtige belangengroepen zien ontstaan, die op bepaalde momenten tegen het sociaal belang kunnen indruischen (bacon, margarine, suiker) dan zal zij deze kruisorganisatie geheel aan zich moeten houden. Een geheel andere vraag is, of de Staat bemiddelend zal kunnen optreden ter verbetering van het product of van de verstandhouding tusschen producent en verwerker (Brouwgerst, suikerbieten) waarbij hij steeds in het oog zal hebben te houden, dat de kapitaalkrachtige verwerkers geen misbruik van hun positie kunnen maken. Resumeerende komt spreker tot de conclusie, dat indien op de boeren een beroep moet worden gedaan tot finantieele bijdrage, dit

187