is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 609-610, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4- Samenwerking op het gebied der publicatie’'s.

Over de algemeene zijden van dit punt zal ik niet uitwijden, aangezien de Heer A. P. van den Briel dit tot onderwerp voor zijn voordracht van hedenmiddag gekozen heeft. Vermeld mag worden, dat de uitgave vaneen gemeenschappelijk „Rubberarchief”, in dit overzicht onder het vierde punt vallende, inde historische volgorde de eerste stao was, die de Bergcultuurproefstations in Ned.-Indië op het pad der engere samenwerking zetten. Dit beteekende voor de afzonderlijke proefstations destijds een opoffering, die hun nogal zwaar viel; elk dier proefstations gaf namelijk zijn eigen serie „Mededeelingen” uit en deze vormden hun trots en tevens hun wetenschappelijk archief. Het eerste voorstel voor een gemeenschappelijk tijdschrift, in 1915 gedaan, vond dan ook geen gunstig onthaal ; een tweede poging in het volgend jaar slaagde beter, en in 1917 verscheen de eerste jaargang van het Rubberarchief. Met den opzet van eigen „Mededeelingen” der autonome proefstations bleef rekening gehouden: deze werden inden vorm van overdrukken, inden vroegeren omslag en als vervolg op de bestaande serie, aan de leden van elk der Vereenigingen gezonden. Het doel: de versnipperde literatuur bij elkaar te brengen en een gemeenschappelijk register mogelijk te maken, bleef bereikt. Het groote belang van dit gezichtspunt blijkt wel daaruit, dat het Algemeen Proefstation der AVROS te Medan van het begin af aan dit gemeenschappelijk tijdschrift heeft medegewerkt en deze samenwerking heeft voortgezet ook na het tot stand komen van het Algemeen Landbouw Syndicaat. In later jaren werd door het Algemeen Landbouw Syndicaat het voorbeeld van het Rubberarchief gevolgd door de oprichting (1927) van het Koffie-archief en die van het Theearchief, terwijl daarnaast een gemeenschappelijk, meer populair en algemeener tijdschrift „De Bergcultures” was ingesteld (1925). Al deze tijdschriften hebben de crisis doorstaan en daardoor hun bestaansrecht te duidelijker bewezen. Terwijl de algemeene zijden van samenwerking op het gebied der publicatie’s hier verder onbesproken blijven, mogen in het kort eenige woorden gewijd worden aan een anderen maatregel, die onder dit punt valt en die in hooge mate kan bijdragen om de samenwerking te bevorderen en conflicten te vermijden. Ik bedoel het over en weer ter lezing zenden van manuscripten vóór de publicatie, zoodat met de opmerkingen en ervaringen der zusterinstellingen rekening gehouden kan worden. Door vriendschappelijke opmerkingen worden onzekere gevolgtrekkingen of voorbarige conclusie’s als zoodanig onderkend; tevens wordt vermeden, dat achterna kritiek uitgeoefend zou moeten worden. Soms ondervindt een schrijver het in het eerst als een opoffering, om zijn geestesproduct niet geheel op eigen wieken de wereld in te zien gaan; maar op den duur leert men, dat het integendeel een verrijking en een voldoening is om het verrichte onderzoek aan een volkomen ingewijden en toegewijden collega voor te leggen en van zijn belangstelling en ervaring te profiteeren. Daarenboven is het vermijden van openbare wetenschappelijke disputen, voor zoover dat mogelijk is, van groot belang voor instellingen, die nauw bij het voorlichtings- en advieswerk betrokken zijn; immers zoo licht wordt de wetenschappelijke

195