is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 609-610, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhoudingen te zien geven. Wij willen ons echter niet verder met de vormen van organisatie op deze drie punten bezighouden en alleen nog even stilstaan bij de overige drie der zeven besproken maatregelen, of eigenlijk de laatste twee, aangezien ik nummer vier (publicatiewezen) ter behandeling mag overlaten aan den volgenden spreker, den Heer van den Briel.

Wat nummer zes (uitruil van periodieke verslagen) betreft, is mij geen voorbeeld uit de Nederlandsche landbouwwereld bekend, behalve dan de kwartaalverslagen, die door het wetenschappelijk personeel van het Rijkslandbouwproefstation te Groningen worden opgemaakt en die bij een dergelijke vrij groote instelling zeer geschikt medehelpen om den geheelen wetenschappelijken staf geregeld op de hoogte te houden van de onderzoekingen, waarmede anderen bezig zijn, en de resultaten of voorloopige conclusie’s, waartoe zij komen. Deze regeling is echter een interne en valt als zoodanig buiten het kader van mijne beschouwingen. Bij nummer zeven (uitruil van nota’s, belangrijkste correspondentie enz.) zijn daarentegen enkele interessante voorbeelden te noemen, te interessanter, omdat men in onze. landbouwwereld, die aan organisatie der samenwerking over het algemeen weinig behoefte gevoelt, toch in enkele gevallen tot dezen zeer innigen vorm van samenwerking gekomen is, waarbij naast een groote verwantschap van werkgebied ook een groot onderling vertrouwen de basis moet vormen. Met het Rijkslandbouwproefstation te Maastricht, dat in Nederland de specialist is op het gebied van de kennis van bereiding en samenstelling der kunstmeststoffen, heeft het Rijkslandbouwproefstation te Groningen een uitruil van copie-correspondentie, waarbij eenerzijds analyse-gegevens over nieuwe meststoffen en andere belangrijke gegevens, anderzijds beschouwingen over het landbouwkundig belang van diverse meststoffen worden toegezonden, zoodat men wederzijds van eikaars resultaten en standpunt op de hoogte blijft; een uitruil die wederzijds als een welkome uitbreiding van gegevens en een nuttige verbreeding van inzicht wordt gevoeld. De Rijkslandbouwconsulent Ir. O. J. Cleveringa, die een sterk gevoel voor georganiseerde samenwerking heeft, zendt aan het Rijkslandbouwproefstation doorslag van al zijn schriftelijke adviezen en dat zijn er vele en van zijn voorschriften en correspondentie over proefvelden; evenals de andere Rijksconsulenten ontvangt hij afschrift van de rapporten over grondonderzoek bij monsters uit zijn ressort, en de samenwerking is zoo ver doorgevoerd, dat het Bedrijfslaboratorium voor Grondonderzoek de behandeling van bepaalde kwestie’s, b.v. de interpretatie van en de adviezen bij fosfaat- en kali-analyses, geheel aan hem overlaat, zoodat het rapport via hem en voorzien van zijn advies den inzender bereikt. Bij deze enkele voorbeelden meen ik het te moeten laten: de bedoeling daarvan was alleen om vanuit de algemeene gezichtspunten, die ik voor U ontwikkelde, enkele hier voorkomende gevallen in beschouwing te nemen. Wanneer mijne uiteenzettingen er toe hebben kunnen bijdragen om Uwe belangstelling voor dergelijke vragen op organisatorisch gebied te verlevendigen en op sommige aspecten daarvan eenig meerder licht te werpen, zal, naar ik

202