is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van eerste levensbehoeften, verterende wat zijn stuk grond hem geeft en zijne landrente hem laat.” Ziehier de drie typen van landbouw in Indië, ruim 100 jaar geleden beoordeeld. Daarna kwam het Cultuurstelsel zelve, de dwangcultuur voor de inlandsche bevolking, de staatsexploitatie van den grond, welke uiteraard in het geheel geen concurrentie van het particuliere element naast zich kon dulden. Toen men echter in het midden van de vorige eeuw weder het Cultuurstelsel ging afbreken en daarmede de toenmalige basis voor ’s lands financiën verliet, moest een te scheppen Westersch bedrijf van groot landbouw als compensatie dienen, omdat het inlandsch bedrijf daarvoor niet kon helpen. Maar dan moest dat Europ. gr. landb. bedrijf daartoe ook zijne gronden krijgen, steunende op een krachtiger recht dan de „huur” van 1854 (1856). Vandaar het „erfpachtsrecht” van woeste gronden, ingesteld bij de Agrarische wet van 1870. Daarnevens draagt echter diezelfde Agrarische wet er nauwkeurig zorg voor, dat aan de inlandsche bevolking, immers overwegend agrarisch, haar grondkapitaal, dus welhaast het eenige kapitaal in haar bezit, zooveel mogelijk gewaarborgd wordt. Vervreemding van inl. bezitrecht op bouwgrond aan nietinheemschen werd verboden (1875—1879). Voor grondtransacties tusschen inheemschen en niet-inheemschen werd overigens overheidstoezicht geëischt. De domeinverklaring ten slotte, diende om verkwanseling van woeste gronden, gelijk vooral op de 8.8. voorkwam, te keer te gaan. Naast de vooropgestelde bescherming van den economisch zwakken inlander in zijn grondbezit tegen het opdringen van den nietinlander, houdt derhalve de agr. wetg. rekening met de redelijke belangen van het uitheemsch element bij den grond, teneinde het tweede en hoofddoel der agr. wetg.; de schepping vaneen Europ. gr. landbouw, te bevorderen en wel door eenerzijds „erfpacht” van woeste gronden inde bergen mogelijk te maken en anderzijds de gelegenheid voor „grondhuur” ten aanzien van inlandsche gronden inde vlakte open te stellen. Afgezien van daaraan klevende fouten heeft inde praktijk deze overheidsbescherming op agr. gebied sterk helpend gewerkt. De Engelsche criticus van ons koloniaal bewind, Clive Day, juicht het herstel van het Nederl. gezag in Indië in 1816 bovenal toe, omdat onze agr. politiek in N.T. z.i, meer dan de Britsche, de „depossedeering” van de inheemsche bevolking van haren grond met groot succes heeft tegengegaan. Zoo werd bereikt, dat de inlandsche bevolking haar grondkapitaal behield en wat dit o.a. tijdens de wereldcrisis voor Indië heeft beteekend, behoeft wel niet uitvoerig betoogd te worden. „Als ooit”, zegt de Commissie Spit, „de wijsheid der vaderen”, die het vervreemdingsverbod afkondigde, is gebleken, is het wel in deze tijden van nooddruft, want hoe arm ook een groot deel der inlanders moge zijn, hebben toch millioenen een stukje grond, dat voeding, en woonplaats verschaft. Hoe zou dit alles geworden zijn, indien de grond in handen ware vaneen minderheid van 1.E.-grond-

282