is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezitters met daarnaast een proletariaat van millioenen bezitlooze inboorlingen? Hoe zou men dan deze laatsten tegen ellende en hongersnood en ten slotte tegen zich zelven moeten beschermen ? Bij deze scherp getrokken agrar. politiek heeft men echter zelfs den in Indië geboren Nederlander en Vreemde Oosterling van den inheemschen akkergrond geweerd, hetgeen destijds niet als bezwaar gevoeld werd. Maar toen men nu in het begin ,dezer eeuw overtuigd raakte van den moeilijken toestand, waarin de minder goed gesitueerde Indo verkeerde, stelde men wederom eene Pauperisme-Commissie in, wier voorstellen o.a. wederom inhielden het creëeren vaneen Europ. boerenstand.

Vandaar de kleine erfpacht van 1904! Daartoe is in 1904 het Agrar. Besluit aangevuld met art. 18a. hetwelk nader werd uitgewerkt bij St. 1904—326, sedert voor geheel N.-I. (direct gebied) geldende. In tegenstelling met wat voor de erfpacht in het algemeen geldt, gaat het hier alleen om „minvermogenden” grond te verschaffen, ten einde inden kleinen landbouw een bestaan te vinden. Hiervoor kunnen op aanvraag gronden in erfpacht worden afgestaan, tot een maximum van 10 bouw, uitte breiden tot 25 bouw als dit wenschelijk geacht wordt. Ook niet-woeste grond kan worden afgestaan, indien de inlandsche rechten daarop zijn prijsgegeven, hetgeen bij de gewone erfpacht, enclaves daargelaten, niet kan. De canon bedraagt bij eerste uitgifte bij woesten grond gewoonlijk slechts ƒ 0,10 per bouw en deze kan tot hoogstens ƒ 1.— gaan. De uitgifte kan alleen plaats vinden aan minvermogende Europeanen (gg) ingezetenen van N.-I. en aan als rechtspersonen erkende in N.-I. gevestigde filantropische vereenigingen, die zelfs tot 500 bouw kunnen krijgen (alleen woeste gronden). De maximum duur van dit erpachtsrecht is 25 jaar, welke periode telkens met hoogstens dezen tijdsduur kan worden verlengd, als de gronden ten genoege van de Regeering voor het beoogde doel gebruikt zijn. Van overheidswege kan geldelijke bijstand worden verleend in den vorm van bouw- en bedrijfscredieten. Door deze invoeging in het agrar. besluit en uitwerking daarvan in St. 1904—396 kreeg men derhalve in N.-1.., naast het type van den groot- of ondernemingslandbouw en den inlandschen landbouw, een derde type, dat van den Enropeeschen kleinen landbouw, waar Capellen niets van wilde weten. Tot bestrijding van het in het begin dezer eeuw onder de Indo-Europeanen geconstateerd toenemend pauperisme, wilde men hen trachten te helpen aan landbouwbedrijfjes bij groote bevolkingscentra op Java (later ook op de B.B.). De wettelijke grondslag voor deze bedrijfjes was niet ongunstig en er werd eene post op de begroeting gebracht van ƒ 25.000 voor afkoop van inlandsche grondrechten en voor het verkenen van bouw- en bedrijfscredieten, een en ander onder bevredigende voorwaarden. De administratieve omslag voor de toekenning van deze kleine erfpacht bleek daarentegen wel belemmerend te werken. Hoe dit zij, de resultaten van de kleine erfpacht waren tot op heden gering. In November 1935 waren op Java slechts 838 kl.

283