is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het verwerven van dit bezitsrecht door den niet-inlander zal niet mogelijk zijn, waar het adatrecht dit verbiedt of waar dit om economische of staatkundige redenen ongewenscht zal zijn. Niemand zal meer mogen verwerven dan y2 bouw gronds voor woonerf en 5 bouw voor landbouwdoeleinden, hetzij sawah of drogen grond. Om te voorkomen, dat in beperkt gebied een groot deel van den grond in andere dan inlandsche handen zal komen, wil de commissie verder bepaald zien, dat binnen eene inl. gemeente van den bouwgrond niet meer in handen van Europ. blijvers mag komen dan 5 % der sawahs en een regionaal vast te stellen percentage van de droge gronden, De Europeaan, die bouwgrond wil verwerven, zal bovendien moeten aantoonen over voldoende middelen te beschikken om de gronden te bewerken. Wat de woonerven betreft, ook daarvan zal regionaal het percentage, worden vastgesteld, dat in vreemde handen zal mogen overgaan. Alleen in Europ. wooncentra zal de overgang ongelimiteerd mogen plaats hebben. Daar wil de commissie echter reservaten maken voor de inl. bevolking, waar dan geen anderen dan inlanders grondbezit mogen verwerven. De commissie wil voorts den Europeaan met inl. bezit op den grond voor landbouwdoeleinden, aan den grond binden. Hij moet n.l. op of nabij het perceel gevestigd zijn op straffe van vervallenverklaring van zijne grondrechten. De commissie stelt verder voor een beperkt ontginningsrecht voor Europeanen-blijvers en wil de beperkingen omtrent de uitgifte van grond in erfpacht voor den kleinen land- en tuinbouw herzien, o.a. wil zij voor den duur der uitgifte een termijn van 75 jaar in stede van 25 jaar stellen. T.a.z. van Vreemde Oosterlingen wil de commissie, althans op Java en Madoera, minder ver gaan dan voor Europeanen-blijvers en overgang van inl. rechten op den grond alleen mogelijk maken met betrekking tot de woonerven. De belangrijke en diep ingrijpende voorstellen van de commissie-Spit hebben dadelijk voor- en tegenstanders gekregen. a. Voorstanders, die, al gaan zij geenszins in allen deele met de voorstellen accoord, in elk geval den Indo, gelijk deze inde huidige omstandigheden economisch in moeilijkheden is of dreigt te komen, inde richting Spit te hulp willen komen. b. Als tegenstanders vogels van diverse pluimage: o.a. zij, die inden inbreuk op het vervreemdingsverbod een gevaar zien, dat daarmede het hek van den dam zal zijn. Die vreezen, dat de Indo met 5y2 bouw geen genoegen zal nemen. Die zich afvragen of bevoorrechting van Nederlandsche onderdanen boven de van geslacht op geslacht in Indië gevestigde paranakan Chineezen wel houdbaar zal blijken en zoo niet, die dan vreezen, dat de kapitaalkrachtige Chineezengroep zich snel van de beschikbaar gestelde gronden zal weten meester te maken, ten koste van den Indogroep, die het nakijken zal hebben, len slotte zij, die er op wijzen, dat het enorm accres der inlandsche landbouwende bevolking, allen grond van Java voor deze opeischt. Immers, wat betreft de inlandsche bevolking van Java, staat men voor het zoo moeilijk op te lossen vraagstuk der „overbevolking!”

286