is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aantal herhalingen, en daarvan veel proefvelden onder wisselende omstandigheden -—• is zeer mooi, wanneer die te verwezenlijken is. Bij landbouwkundige vraagstukken is het steeds gewenscht om meer zijden van het probleem liefst alle zijden tegelijk en in verband met elkaar te onderzoeken. Maar komt men voor de noodzakelijkheid van beperking te staan zou men b.v. het effect van opklimmende hoeveelheden stikstof mest op grasland niet bij diverse maaitijden kunnen onderzoeken, of verschillende fosfaatmesten niet bij opklimmende hoeveelheden kunnen vergelijken, omdat het aantal veldjes beperkt moet blijven dan zou men mijns inziens niet moeten aarzelen om herhalingen op te offeren ten bate van de variatie der objecten, liefst zoo goed mogelijk in serie. De ervaring heeft daarbij reeds geleerd, dat men er eerder toe zal kunnen overgaan om herhalingen op te offeren, naarmate de samenhang tusschen de objecten in serie dooreen eenvoudiger verband (b.v. een rechte lijn en niet een kromme) is weer te geven of naarmate die samenhang reeds uit andere gegevens beter bekend is. Rassenproefvelden.

Nu zal men wellicht zeggen en door eenige debaters, o.a. V. J. Koningsberger, is daarop twee jaar geleden gedoeld —: dit is alles goed en wel bij bemestingsproeven, maar deze beschouwingen gelden niet voor rassenproefvelden, waar men immers de te vergelijken rassen niet in series kan uiteenhalen en dus op vergelijking van telkens één object blijft aangewezen. Op het eerste gezicht zou men zeggen, dat dit inderdaad zoo is; bij rassenproeven is vaneen opzet in serie per proef gewoonlijk geen sprake, en past men alleen een opzet ineen reeks van verschillende omstandigheden (grond, jaar, enz.) toe. Maar wanneer men de zaak op den keper gaat beschouwen, staat het daarmee toch wel heel anders en is ook op het gebied van de rassen vergelijking de methodiek nog aanzienlijk uitte bouwen, met als gevolg een rijker oogst aan resultaten. In ons land is C. Broekema al verscheidene jaren ineen dergelijke richting gegaan, door er op aan te dringen om de rassen vergelijking te doen op kalktoestandsproefvelden en op proefvelden met verschillende hoeveelheden stikstof, fosfaat en kali. Daarbij zat meer het idee voor om de rassen bij verschillende bemestingstoestanden te vergelijken, waardoor een beoordeeling bij de voor elk ras optimale bemesting mogelijk werd. Het streven naar een verband in serie als verbetering inde proefveldtechniek stond hierbij, naar ik meen, aanvankelijk niet zoo zeer voorop; het waren meer combinatieproeven, waarbij men van de veelheid van factoren, die op het gewas inwerken, er eenige gecombineerd onderzocht. Zeer uitvoerig en bewust werd het serieprincipe door het I.v.P. toegepast en gepropageerd bij de door R. F. Dojes 9) beschreven proef met vijf gerstrassen op het proefveld van de Proefboerderij te Haarlo, waar verschillende kalk-, fosfaat- en kalitoestanden liggen. 7 h. B. van Italhe bestudeerde de kalium- en natriumhuishouding van de biet, bij vijf bietenrassen en vier bemestingen in tweevoud; J) Jaarboek 1936 van den Alg. Bond van Oud-leerlingen van Inrichtingen voor Middelbaar Landbouwonderwijs, blz. 42.

354