is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werden ten koste gelegd. De hierboven bedoelde industriehoutsoorten hebben echter alle een omloop, welke zeer veel korter is dan die vaneen zuiver hydrologisch bosch. Stelt men de laatste, ook wanneer natuurlijke verjonging niet optreedt en kap voor bouw en brandhout te eeniger tijd zou kunnen plaats hebben, toch altijd nog op een minimum van 50 tot 60 jaar, de voor bovenbedoelde industrieën aan te planten houtsoorten worden binnen een veel korter tijdsbestek gekapt en zullen dan dus opnieuw moeten worden aangeplant. Zoo bedraagt de omloop voor Acacia decurrens, de boomsoort waarvan de bast voor looistof extracten wordt gewonnen, slechts B—l2 jaar, wat dus wil zeggen, dat bij aanplant van die houtsoort ook jaarlijks voor het daarmede beplante areaal ronc 6 maal zooveel arbeidskrachten dienen te worden te werk gesteld om dezen aanplant tot stand te brengen. Immers zal bij de hydrologische bosschen, als hiervoor genoemd, jaarlijks gemiddeld 1/50 tot 1/60 van het areaal opnieuw dienen te worden beplant. Voor de Acacia decurrens zal ieder jaar 1/8 tot 1/12 deel worden gekapt en opnieuw moeten worden aangeplant. Daarnaast zal ook de dunning der aanplantingen, het intensiever onderhoud daarvan en de oogst van het hout en den bast nog velen een ruim levensonderhoud kunnen verschaffen, zoodat rustig kan worden aangenomen, dat dit areaal bij aanplant van de industrie-houtsoort Acacia decurrens in de plaats vaneen zuiveren hydrologischen aanplant, aan rond 10 maal meer personen een levensonderhoud zal kunnen verschaffen dan eerst het geval was. Ook de omloop van kisten en papier-houtsoorten is aanmerkelijk korter dan die van zuiver hydrologisch bosch en varieert van 12 tot 20 jaar, waarbij dus een minstens 3 tot 5 maal zoo groot arbeidsveld zal ontstaan, in vergelijking met de zuiver hydrologische bosschen. Nog afgezien van het ruime arbeidsveld, dat de oogst en de daarop volgende verdere verwerking dier producten op Java zal geven. Thans nog een enkel woord over de wijze van aanleg en ligging dezer industrie-houtsoortcomplexen. Deze zullen zóó worden aangelegd en zijn gedeeltelijk reeds zóó tot stand gekomen, dat aan de zich daaruit te voorziene particuliere mdutne een zoo gezond mogelijk economische basis kan worden gegeven, zonder aan de hydrologische belangen tekort te doen Daarvoor heeft men nagegaan wat de regionale vraag en afzetmogelijkheid was van het te vervaardigen product en hoe groot de aanmaak zou moeten zijn om aan het bedrijf een voldoende economische basis ten grondslag te leggen. Verder werd nagegaan tegen welken prijs een bepaald product aan de markt moest kunnen worden gebracht om beslist aan alle concurrentie het hoofd te kunnen bieden en welke houtsoorten voor den aanmaak van dit product in aanmerking kwamen. Ook moest worden nagegaan hoeveel de productiekosten bedroegen of naar alle waarschijnlijkheid zouden bedragen en tegen welken prijs het hout, dat voor deze industrie werd aangeplant, kon worden geleverd. Om anderzijds de winstmogelijkheden ook voor den Dienst van het Boschwezen zoo groot mogelijk te maken, moesten de omstandigheden van transport en afvoer naar de fabriek zoo gunstig mogelijk worden gekozen. Hierdoor kwam men tot mm of meei aaneengesloten productie-complexen, vaak nabij goed stroomend water, waar het bedrijf straks inde directe nabijheid of in het

365