is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

midden van dit complex zal kunnen worden gevestigd. Evenzoo werden ook het werkvolkvraagstuk, de afvoermogelijkheid en de ligging ten opzichte van de verkoopscentra in beschouwing genomen. Om U een, zij het ook zeer eenvoudig voorbeeld te geven, wil ik hier in het kort nagaan, wat werd gevonden voor een op te richten kistenfabriek in Oost-Java. Voor kisten heeft men voor vele doeleinden graag zacht wit hout. Waar de Indische bosschen veelsoortig zijn, werden dus daarvoor in bepaalde boschcomplexen alle zachte wit- en lichtgekleurde houtsoorten uitgekapt met alle nadeelen daaraan verbonden. Voor het bosch kwam dit neer op een sterke devastatie waarbij ook de betere en hardere en gekleurde houtsoorten bij het vellen en den uitkap en witte zachte houtsoorten veelal sterk werden beschadigd. Voor de kistenfabriek kwam dit neer op het verkrijgen vaneen weinig eenvormig product varieerend in soortelijk gewicht en kleur. Wel trachtten de fabrieken hieraan tegemoet te komen, door uit het betreffende boschcomplex bijv. éérst alleen alle Albizzia weg te kappen, daarna alle Kemiri, daarna alle Djabon enz. enz., doch de groote afnemers te Soerabaja zooals bijv. de bierbrouwerij, zeepfabrieken, parfumeriefabrieken enz. konden dan toch bij volgende bestellingen nimmer rekenen op een gelijke en gelijkwaardige kist, terwijl zij er toch erg op gesteld zijn hun producten steeds ineen gelijke en gelijkwaardige verpakking af te leveren. Er werd nu uit de verschillende houtsoorten één gezocht, welke aan de meeste eischen het best beantwoordde, waarvoor de Albizzia falcata (de Sengon) in aanmerking kwam.

Verder werd bevonden, dat de afzet daarvan zóó groot zou kunnen zijn, dat minimaal aan de levering van 500 m3 per maand of 6000 m3 kistenhout ineen jaar, inden vorm van ronde dolken van minstens 30 cm diameter zou moeten worden voldaan, wilde ook een niet te groot opgezette fabriek rendabel kunnen werken. Nu werd aan de hand van verschillende verspreide metingen en aankappen bevonden, dat uitdunning en eindopbrengst van rond 60 ha aanplant dit hout zou kunnen worden verkregen bij een omloop van 12 jaar. Hieruit volgde weer, dat dus een complex van minstens 12 X 60 of 720 ha moest worden gevonden, waarop jaarlijks gedurende 12 achtereenvolgende jaren 60 ha Albizzia-aanplant inden grond moest worden gebracht, wilde ter plaatse een permanente kistenfabriek kunnen worden opgericht. Hierbij is er dus op gerekend, dat na het 12de jaar de kap plaats heeft en ditzelfde jaar telkens een nieuwe aanplant inden grond wordt gebracht. Vervolgens zocht men een terrein van minstens 800 ha gelegen op een hoogte van 100 tot 800 m boven zee, alwaar de Albizzia falcata in optimum wil groeien, waarbij dus gerekend werd op een speling van 10 % of 80 ha voor ravijnen, rivieren en beken, wegen en paden, fabrieksterrein en opslagplaatsen. Tevens werden bij het zoeken van dit terrein de grondgesteldheid, het werkvolkvraagstuk en de afvoermogelijkheid in beschouwing genomen. Dan kwam nog aan de orde, in welk plantverband de Albizzia moest worden uitgezet en op welke leeftijden gedund en met welke houtsoorten gemengd, opdat de beste stamvorm, de hoogste opbrengst per ha en de grootste garantie voor de hydrologische belangen der betrokken streek konden worden verkregen. Voor Albizzia kwam ik aldus tot een plantverband van 3X3

366