is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 612, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

fertiel aangeduid. Deze vergissingen kwamen tot stand, daardat niet voldoende gelet werd op pitvorming, zoodat b.v. variëteiten, welke een groote neiging tot parthenocarpie vertoonen, als zelf-fertiel werden aangeduid. Practisch is geen enkele appel of peer absoluut zelf-fertiel, d.w.z. dat bijna alle appel- resp. peer-variëteiten bij zelfbestuiving geen, of in ieder geval geen optimale opbrengst aan vruchten met een voldoende pitgetal zullen geven. /ntersteriliteit is, in tegenstelling tot de zelfsteriliteit, bij den appel een zeer zeldzaam voorkomend verschijnsel; komt deze intersteriliteit echter voor, dan is het meest alleen bij genetisch nauw verwante variëteiten. Uiteen voorbeeld zal echter blijken, dat omgekeerd, genetisch nauw verwante variëteiten niet steeds onderling intersteriel zijn. Aan de hand van bovenstaande kwesties wordt besproken, in hoeverre men bij den appel en de peer mag afgaan op stuifmeelkiemproeven en chromosoomtellingen, naast bloeitijd waarnemingen, om daaruit tot mogelijke onderlinge bestuivingsmogelijkheid te besluiten. De zelf-steriliteit zal bij de Belle de Boskoop een rol spelen naast de hiervoor besproken eigenlijke steriliteit, welke optreedt tengevolge van het afwijkend chromosoomgetal. In het kort worden enkele zelfen intersteriliteitskwesties bij kersen en pruimen aan een bespreking onderworpen. Bij steenvruchten komen de zelf- en intersteriliteitsresp. fertiliteits-kwesties in veel extremer vorm 'naar voren dan bij de pitvruchten. Bij appels en peren is in vrijwel alle gevallen, bij verschillende kersen- en pruimen-variëteiten eveneens, bestuiving met stuifmeel vaneen andere variëteit noodzakelijk. In hoeverre hierbij meta-xeniën kunnen ontstaan, zal zeer in het kort worden aangeroerd. Bij het overbrengen van stuifmeel spelen bij de vruchtboomen insecten de hoofdrol, de honingbij heeft in dezen een bijzondere beteekenis. Besproken wordt, in hoeverre de bij deze rol kan vervullen ; in verband hiermede worden enkele beplantings-, resp. omentings-schema’s aangegeven. De praktijk interesseert zich in hooge mate voor opgaven van variëteiten, welke zichzelf of elkaar kunnen bevruchten. In deze voordracht zullen die gegevens uit den aard der zaak niet naar voren worden gebracht. Dergelijke gegevens werden in zeer uitgebreiden vorm gepubliceerd in Med. 22 van het Laboratorium voor Tuinbouwplantenteelt. Aan de hand van de onderzoekingen der laatste jaren zal binnenkort een eenvoudige lijst worden opgesteld, met opgaven van variëteiten, welke elkaar of zichzelf kunnen bevruchten, welke lijsten alléén soorten en variëteiten bevatten, welke voor het Nederlandsche sortiment van belang zijn. Veel werk op bestuivingsgebied zal echter nog moeten worden verricht, alvorens geheel volledige opgaven voor het Nederlandschc sortiment kunnen worden verstrekt.

462