is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 612, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jenkin, Engeland; Miln, Engeland; Klapp, Duitschland;) behandelen de verschillende aspecten van de selectie en de veredeling. Hier schuilen ongetwijfeld nog groote mogelijkheden en het is voor het vraagstuk van graslandaanleg van het grootste belang, dat deze opvattingen bij het werk hier te lande een ruime plaats innemen en er meer aandacht aan wordt gegeven. Vooral de vrij beperkte beteekenis van de geselecteerde stammen en het bezwaar van vreemde origine wijzen er wel op, dat wij meer gebruik zullen moeten maken van de rijke bron, die onze blijvende graslanden voor het verkrijgen van deugdelijk graszaad vormen. Hiermede is eenigermate de inhoud van het algemeene gedeelte (circa 100 blz.) van het verslag gekenschetst. De afzonderlijke sectie-voordrachten waren ondergebracht ineen vijftal onderdeden: t.w. a. Grasland Ecologie, b. Seed Mixtures, c. Breeding and Seed production, d. Fertilizers, e. Nutrition and Fodder Conservation. Het is niet doenlijk een opsomming te geven van al de voordrachten, die daarin zijn gehouden. De groote deelname aan het Congres en de bepaling, dat de voordrachten kort dienden te zijn (circa 20 min.) met voldoende gelegenheid voor discussie, maakten de beraadslagingen dikwijls zeer levendig. De opvattingen der verschillende onderzoekers loopen dikwijls uiteen; dit is echter voor het grootste gedeelte toe te schrijven aan de omstandigheden van klimaat, bodem en landbouwkundige omstandigheden waaronder gewerkt wordt. Voor bijzonderheden moeten wij naar het verslag zelf verwijzen. H. J. FRANKENA. A. G. Street. „Farming England”. 115 blz. Uitg. B. T. Batsford, Londen. Prijs 7sh. 6d. De, reden, dat ik dit boek onder de aandacht breng en waardoor het mijn aandacht heeft getrokken, ligt niet inde technische kwaliteiten, maar uitsluitend inde groote liefde voor boer en landbouw, die uit elke bladzijde straalt. De schrijver is zich de tekortkomingen van de Engelsche landbouw duidelijk bewust en beschrijft ook geen „Muster rationeller Landwirtschaft”, maar hij ziet de landbouw als het fundament vaneen volk en tracht zijn landgenooten tot dat inzicht te brengen. Ergens zegt hij : The point about the countryman’s inherent belief in a Higher Power has, I think, both a farming and a national value. Without such a belief farming ceases. No matter how good the soil or how fine the manmade equipment, without the certain faith that after all the seed is sown, the plant will come up and grow to maturity, no man would plant one seed. The national value of such faith is to my mind tremendous. Town life has divorced such a large proportion of the nation from natural things, that they are in grave danger of believing and saying; „There is no god but man and what a clever devil he is”. Men krijgt ook een beeld van de verschillende Engelsche landbouwdistricten : de prachtige tallooze foto’s maken het boek tot een zeer levendig geheel; bijv. twee prachtige plaatjes waarvan de bovenste een ongelukkig uitziend, blatend lam, met het onderschrift: „Where is mother ?” en direct daaronder een plaatje, waar een lam triomphantelijk boven op het schaap staat, met het onderschrift: „Here is mother”. Uit dit plaatje alleen reeds blijkt de opvatting van den schrijver en men zou dit misschien het best kunnen weergeven met; „het gaat slecht, het gaat ontzettend beroerd met onze landbouw, maar wat ben ik blij, toch boer te zijn”. Het is een boek, dat men niet ineens leest, maar af en toe ter hand neemt, om te genieten van de levensblijheid die het uitstraalt, puttende uit de bron van het eenvoudige, ware boerenbestaan. Ik zou het wenschen in de handen van hen die geneigd zijn, hun schouders op te halen, wanneer over de Landbouw wordt gesproken. H. J. FRANKENA.

469