is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 612, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het totale voederrantsoen aanwezig moet zijn om een goede gewichtstoename en een juiste voedselvertering te verkrijgen. Ken vermindering van de eiwithoeveelheid tot op 180 gram had reeds een toename en een slechte voedselvertering ten gevolge. Bij een bij voedering van aminozure glykokol kon een eiwitbesparende en eiwitvervangende werking, zooals door andere autoren o.a. bij het voederen van lijmgevende substanties aan groeiende varkens is waargenomen, niet worden opgemerkt.

de G. 99. KIRSCH & JANTZON. Untersuchungen über den Wert der Futterrübe beider Schweinemast. Züchtungsk. Bd. 12, H. 1 (’37). Bij deze proef werden 3 groepen van varkens, met een gemiddeld aanvangsgewicht van 45 kg per dier, gevormd en deze groepen zoodanig gevoederd,, dat naast een basisvoederrantsoen van 1 kg gerst en 200 gram vischmeel per dier en per dag, groep I nog een extrarantsoen ad libitum kreeg van gestoomde aardappelen en gesneden beetwortelen ineen verhouding van 1 ; 2, groep 2 een zelfde extrarantsoen, echter inde verhouding van 1:1 en groep 3 eveneens, echter inde verhouding van 2:1. De 4agelijksche gewichtstoename tot een eindgewicht van ongeveer 100 kg, was bij groep 1 604 gram, bij groep 2 662 gram en bij groep 3 708 gram. Op grond van verteringsproeven bij het varken werd gevonden, dat voor 50 kg gewichtstoename in al de 3 groepen, gemiddeld de gelijke hoeveelheid verteerbare voedingsstoffen noodzakelijk was • (121 kg verteerbaar organische substantie en 16,5 kg verteerbaar ruw eiwit). De verteerbare voedingsstoffen van de beetwortelen bleken dus in dezelfde mate te worden benut als de verteerbare voedingsstoffen van de aardappelen. Het hoogere watergehalte en iets grooter ruw vezelgehalte van de beetwortelen en de slechtere verteerbaarheid bleken dus inde bovengenoemde voedercombinatie niet nadeelig te werken. Een berekening van de voederkosten wees uit, dat de hoogere kosten van gerst- en vischmeel voor het verkrijgen, van 50 kg lichaamsgewichttoename inde groepen met een hooger heetwortelaandeel (minder droge stof in het totale voederrantsoen, dus geringere hoeveelheid voedingsstoffen, en dientengevolge langer duur der mesting voor het verkrijgen van eenzelfde lichaamsgewichttoename), daardoor werden geneutraliseerd, dat de beetwortelvoedingsstoffen goedkooper zijn dan de aardappelvoedingsstoffen. Voor bedrijven met een voldoende beetwortelopbrengst en een beperkte aardappelbouw kan men, aldus de conclusie van Kirsch & Jantzon, de voederbiet zonder bezwaar in vrij groote hoeveelheid ter vervanging van de aardappel biet, l/s aardappel) bij het mesten van varkens gebruiken. de G. 100. PERLET, J. Frisches Blut als Mastfutter für Schweine. D. Landw~ Presse, Jg. 64, No. 32 (’37). Versch bloed is als varkensvoeder goed te gebruiken, mits men het met de overige voedermiddelen (als zemelen, draf,, voedermeel, e.d.) ineen verhouding van 1 : 3 of 1:5 vermengt, al naar het bestemd is als voeder voor biggen, loopvarkens of mestvarkens. Deze vermenging moet verder kort vóórdat de voedering plaats vindt geschieden. In groote hoeveelheid moet bloed niet gevoederd worden. Hoogstens is per dier en per dag 1:1/2 liter te geven. Perlet beschrijft verschillende methoden voor de bereiding van bloedmeel, welke methoden echter voor den fokker veelal niet zijn uitte voeren, door gebrek aan geschikte apparaten. Om al het ter beschikking komende bloed te kunnen verwerken en het langer, vrijwel onbepaald, houdbaar te hebben, wordt door Perlet voorgeslagen, versch bloed met voedermeel, fijn gemalen schroot of meelhoudende zemelen te vermengen. Deze stijve pap wordt dan plat uitgestreken en daarvan ronde of hoekige koeken gevormd, met een doorsnede van 30—40 cm en een dikte van s—B5—8 cm. Deze koeken worden dan in een bakoven gebakken en daarna bewaard. Der gelijke voederkoeken (bloedkoeken) kunnen in elk bedrijf worden vervaardigd en zijn, mits droog bewaard, onbepaald houdbaar. Ze vormen voor varkens en pluimvee een uitstekend krachtvoeder. Men kan deze koeken in min of meer groote stukken aan de varkens geven. Als men ze tezamen met gekookte aardappelen, of ook wel met voederbieten, geven wil, moeten ze zooveel mogelijk worden verkleind. Aan het pluimvee geeft men ze het best gebroken. de G. 101. SCHÖNFELD, W. Fütterungsversuch über die Mdstung von Fettschweinen. Biedermanns Zbl. B. Tierern., Bd. 8, Heft 6 (’3Ó). De proef diende om vast te stellen of een doelmatige mesting van zware, vette

477