is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 613, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de niet de urine uitgescheiden stikstof inden vorm van ureum het lichaam verlaat en een grooter gedeelte inden vorm van ammoniak. Volgens Morris & Wright komen bij de melkyorming zoowel het lysme als het tryptophaan gemakkelijk in het minimum. Van de door hen onderzochte eiwitsoorten bleek tarwegluten wel het armst aan lysine te zijn. De door hen opgegeven hoeveelheden lysme, welke voor onderhoud van het lichaam van het rundvee noodzakelijk zijn, bedragen 0.16 gr. lysine-stikstof per 100 kg levend gewicht. . Daggs (15) meent op grond van proeven met ratten, dat speciaal het cvstine voor de melkvorming onontbeerlijk is, terwijl ook het glycine en het glutaminzuur niet gemist schijnen te kunnen worden, & Betrekkelijk zeer kort geleden hebben onderzoekingen van Sjollema (16) aangetoond, dat isoleucine noodzakelijk is voor een normale huid functie. Bij een tekort hieraan treedt een ernstige dermatitis op, welke ooren, neus, oogleden, mond en voeten aantast. Met behulp van gedroogde wei of lactalbumine kan snel genezing verkregen worden. Daar reeds door andere auteurs gewezen is op het bestaan vaneen antidermatitis- of antiseborrhoeïsch vitamin, dat door den één vitamin 86,B6, door den ander vitamin H genoemd is, is het niet onmogelijk, dat het isoleucine nu identiek met deze vitaminen zal blijken te zijn. Uit het bovenstaande moge blijken, dat er op het gebied van de bijzondere beteekenis der aminozuren hard gewerkt wordt; toch blijven er nog vele vragen over, die noodig verder bewerkt moeten worden. Terwijl men in Amerika het vraagstuk van de eiwitbehoefte als bovengeschreven heeft aangepakt, is men in Rusland bezig geweest na te gaan, wat er bij de vertering en de resorptie van de eiwitten geschiedt. De meest gangbare opvatting over de afbraak van de eiwitten, voordat resorptie door den darmwand plaats heeft, is deze, dat het eiwit daartoe eerst volledig tot aminozuren moet worden afgebroken. Reeds in 1928 werd door Kotschneff (17) aangetoond, dat behalve vrij aminozuur ook aminozuur-complexen door den darmwand worden geresorbeerd. Dit werd door Mariens (18) bevestigd. Later is door Lodon in samenwerking met Kotschneff (iq) een onderzoek gepubliceerd, waaruit het zeer waarschijnlijk wordt, dat het eiwit slechts gedeeltelijk tot aminozuren wordt afgebroken. Een belangrijk deel van de geresorbeerde N.-houdende bestanddelen zou als polypeptiden door den darmwand heengaan. Door het aminozuur-stikstof-gehalte van poortaderbloed en gewoon arteriëel bloed 1 uur na de voeding met elkander te vergelijken, konden zij vaststellen, dat het percentage polypeptiden, dat den darmwand passeerde, afhankelijk was van de soort eiwit. Vaneen 9-tal eiwitsoorten bleek van ei-eiwit en gliadine 77 °/° en van latine 41 % als polypeptide den darmwand te passeeren. Andere eitwitten als fibrine, paardenvleesch, caseïne, serumeiwit e.d. gaven cijfers te zien, die tusschen de beide boven vermelde inlagen. Dezelfde verhouding van polypeptid-stikstof tot aminozuui-stikstof, we'ke in het poortaderbloed werd geconstateerd, bleek ook bij de spijsbrij van de maag en van den darm te bestaan. Tevens bleek, dat gedurende het verteringsproces het absolute en relatieve aminozuur-stikstof-gehalte van de roode bloedlichaampjes steeg en dat

535