is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 613, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overigens is de invoer van palmolie en copra in verscheidene vooraanstaande ' landen sterk toegenomen. De Engelsche invoer van copra over Tan t/m April van dit jaar bedroeg 44.206 ton tegen 23.29b ton in hetzelfde tijdvak ’37, die van palmolie bedroeg resp. 42.381 ton en 38.267 ton. Duitschland importeerde over het eerste kwartaal van dit jaar Si-475 ton coora tegen 37.399 ton en 11.382 ton palmolie tegen 8163 ton over hetzelfde kwartaal ’37- De copra-invoer van de V.S. over het eerste kwartaal 37 bedroeg 34.420 ton tegen 15.002 ton in dezelfde periode 37. toch bh)tt de positie dér Ned.-Indische copra zorg baren door de grootere mededinging van andere productielanden. Het Indische Gouvernement overweegt verlaging van het uitvoerrecht op copra voor bepaalde gebieden (b.v. Lelebesj. VEZELS, Ecuador-kapok. Mededeeling no. XLV, Afd. Handelsmuseum mo. 18 Kol. Instituut (‘3B). Daar bij kapokfabnkanten in Nederland inden laatsten tijd belangstelling bestaat voor kapok uit Ecuador, werd hiervan de kwaliteit bepaald met behulp van het drijf vermogen Dit werd gemeten zoowel aan de kapok inden toestand zooals zij het Handelsmuseum bereikt, als aan de kapok nadat die met een luchtstroom was opgewerkt dus inden toestand waarin de gebruiker dit product ontvangt. Het onderzoek wees uit, dat van Ecuadorkapok het dnjfvermogen na 24 en 48 uur sneller terugging dan van Java-kapok. Derhalve is Ecuador-kapok als vulling voor reddingsmiddelen minder geschikt. Momenteel levert Ecuador 400 tot 600 ton kapok per jaar. Aanvankelijk was de export uitsluitend op N.-Amerika gericht, doch thans ook op Europa en wel m het bijzonder op Nederland. Wel zijnde hoeveelheden nog gering, doch in Ecuador heeft de overheid maatregelen getroffen om de productie sterk uitte breiden. „T Tr ~, TT , , Rotan en imitatie-rotan. Mededeeling no. XLV, Afd. Handelsmuseum, no. 18, Kol. Instituut (’l8). Rotan is voor die streken van Indië waar de bewerking op het- verzamelen van boschproducten is aangewezen, van groote economische beteekenis. De export bedroeg van 1930 t/m 1937 resp. 'tq 095 ton (ƒ 5.224.000); 33.128 ton (ƒ 3.127.000) ; 31.824 ton (ƒ 2.361.000) ; 34 134 ton (/ 2.060.000) ; 36-564 ton (ƒ 2.205.000) ; 39-58 q ton (ƒ 2.37.000) ; 40.799 ton (/ 2.298.000) en 44.779 ton (ƒ 2.915.000). Indië levert ca. 90 % van den wereldexport en bezit dus een monopoliepositie. Rotan wordt voor verschillende doeleinden gebruikt, zooals: wandelstokken, sneeuwbezems, zwepen, manden, granaatkorven, meubels, ylechtband, pitriet enz. Insiders inden rotanhandel beweren, dat verschillende van deze mogelijkheden of geheel verdwenen zijn, of althans veel geringei zijn geworden. Wat het gebruik van rotan inde meubelindustrie betreft, sinds enkele jaren ondervindt zij concurrentie vaneen uit kraftpapier vervaardigd product, dat veel op pitriet gelijkt en inplaats daarvan veel wordt gebiuikt. Het eerst had dit plaats in 1928 inde V.S., terwijl Engeland in 1929 hiermede begon (zgn.: loom woven furniture) en de Europeesche markt ervan voorziet. Ook in Nederland worden deze soort meubelen reeds gebruikt. De meeningen over de duurzaamheid van deze meubelen Joopen zeer uiteen, waardoor het moeilijk wordt over de concurrentie van dit imitatie-pitriet t.o.v. de echte rotan, voorspellingen te doen. KLAPPER. Desiccated coconut. Mededeeling no. XLV, Afd. Handelsmuseum no. 18. Kol. Instituut C3B). Dit product dat voornamelijk wgrdt gebruikt in en op biscuits, gebakjes en in icecreams, wordt uitsluitend inde Philippijnen en Ceylon geproduceerd. Inde jaren 1935 en '36 exporteerde eerstgenoemd land resp. 33.968 en 33.713 ton en Ceylon 33.749 en 30.570 ton. Ned.-Indië fabriceert geen desiccated coconut, daar hét niet kati concurreeren tegen de beide andere landen, die zoowel inde V.S. als in het Ver. Koninkrijk genieten van de ten hunne behoeve ingestelde beschermende rechten. Voor Indië is het van belang t.a.v. deze industrie paraat te zijn, zoodra de beschermende rechten opgeheven worden. VETZADEN. Zuid-Amerikaansche Vetzadcn. Mededeeling no. XLV, Handelsmuseum no. 18 Kol. Instituut (’3B'). De expert van babassu kernen, afkomstig van dein Brazilië groeiende babassu-palmen (Attalea funifera Mart. en/of Orbignia Martiana Barb. Rodr.) bedraagt sinds 1930 resp. 12.296 ton, 14.213 ton, 8.917 ton, 623 ton, 217 ton, 9.966 ton, 30.760 ton en 15.123 (ie halfaar '37). De potentieele productie wordt op 2.500.000 ton babassu-vet geraamd. Het vet wordt inde V.S. en in W. Europa uit de kernen (65 % vet) gewonnen en vertoont veel overeenkomst met cocos-_en palmkernvet. Het wordt vooral inde margarine- en zeepindustrie gebruikt.

567