is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 614, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch is de aard van het verschijnsel inde literatuur niet geheel onbekend. Zeer veel kristallografische literatuur wordt door Bedding (1935) in het kort aangehaald. De veranderlijkheid der kristalstructuur bij dihalogeniden is bekend (Bijvoet, 1933). Bij Tertsch (1926) vinden we vermeld de invloed vaneen magnetisch krachtenveld en van stralen. Belangrijker is echter de beteekenis van de „Losungsgenossen” voor de uitkristalliseerende verbinding. ..zijn ve^e van deze stoffen bekend, die chemisch niet met de kristalliseerende_ verbinding reageeren, maar toch de kristallisatie op eemgerlei wijze beïnvloeden. Er zijn er ook die worden geadsorbeerd Mare voornamelijk colloide en halfcolloide stoffen. Het hjkt mij niet onmogelijk, dat de door Pfeiffer gevonden kristallisatiebeelden o.m. door adsorptie van colloiden ontstaan. Dat de toevoegingen slechts gering mogen zijn, is dan heel goed te verklaren, daar aan de adsorptie natuurlijk een grens is. Ook al zou het gevondene door Pfeiffer juist mogen zijn, hiermede is dus nog niet het bestaan van de aetherische vormingskrachten bewezen. Doch de mogelijkheid moet niet uitgesloten worden geacht, dat, de aard van de inwerking op het koperchloride daargelaten, deze kristallisaties een zeer gevoelige indicator zouden kunnen zijn voor een wijziging inde samenstelling van plantensappen of van bloed, welke chemisch niet zoo gemakkelijk aantoonbaar is. Dooreen verandering in het kristalliesatiebeeld zou men dan 0.a., zooals Pfeiffer beschrijft, ziekten bij de-mensch kunnen constateeren. Dit zou natuurlijk zijn voordeelen kunnen hebben, wanneer er sprake was vaneen ziekte bij een patiënt, die volgens de gebruikelijke onderzoekingsmethoden niet te definieeren zou zijn. Het aantal verschijnselen, dat met koperchloride kan worden aangetoond, is zeer groot. Pfeiffer vond b.v. verschillende kristallisatiebeelden bij wisseling inde volgende factoren; Bij toevoeging van; Verschil in : plantenextract soort deel gezondheidstoestand product uit planten verkregen bemesting dierlijk bloed soort product van het dier verkregen menschelijk bloed lichaamsdeel ziekte toestand (ademhaling, slaap e.d.) chemische stoffen (oplossing) soort concentratie. De vormenrijkdom inde kristallisatie in inderdaad enorm groot, maar voor een buitenstaander is het niet mogelijk om een zekere lijn 111 9e verschillen te ontdekken, zoodat men bij het zien vaneen plaat met kan zeggen, met welke toevoeging er is gewerkt Zufs de onderlinge variabiliteit bij een zelfde toevoeging is dikwijls no°' zoo groot, dat men bij het dooreen leggen van platen of afbeeldingen, met eens kan uitzoeken, welke bij elkaar behooren. Er zijn

574