is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 614, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stroo-opbrengst van de met Ca bemeste veldjes in procenten van het volledig K, P en N bemeste veldje.

1921 1923 1925 '927 1929 1931 D33 1935 >937 O 5i 66 53 50 54 43 37 25 35 K 54 61 53 54 50 44 35 32 37 p 64 64 48 46 49 37 38 31 32 N 87 95 59 63 63 23 55 50 55 K+ P 56 51 4848 45 49 38 36 41 K+ N 82 99 97 95 101 92 90 91 89 p4. N 99 97 63 71 49 51 77 63 62 K + P N 100 100 100 100 100 100 100 100 100 Opbr. K 4 P T* Nveldje p. are in kg 76-773-366.589 52.550.870.157.652.4 Overzichtelijker worden de gevolgen van het weglaten van kali, fosforzuur en stikstof, afzonderlijk en gecombineerd, weergegeven door grafische voorstellingen van bovenstaande tabellen; zie bl. 63°—635. Allereerst blijkt, dat de opbrengstkrommen van de met Ca bemeste veldjes zeer goed overeenstemmen met de niet met Ca bemeste veldjes. Bovendien blijkt het weglaten van bepaalde voedingsstoffen op de knolopbrengst een ander gevolg te hebben dan op de korrelopbrengst en deze verschillen weer van die in stroo-opbrengst. Het gedurende 20 jaar weglaten van P heeft de knolopbrengst geleidelijk tot omstreeks 80 % van het volledig bemeste veldje teruggebracht, de korrel- en stroo-opbrengst tot 90 %, met wat grooter schommelingen. Het weglaten van K heeft de knolopbrengst tot omstreeks 25 % van het volledig bemeste veldje verminderd, met een aanvankelijk sterke en later wat minder sterke daling. De korrelopbrengst is teruggeloopen tot omstreeks 40 % en de stroo-opbrengst tot omstreeks 60 %. Voor beide laatstgenoemde valt de sterke top in het jaar 1933 op. Het weglaten van N heeft de knolopbrengst onder eenige duidelijke schommelingen tot omstreeks 60 % van het volledig bemeste veldje teruggebracht. Opvallend voor deze schommelingen is, dat gedurende de maanden Mei, Juni en Juli inde topjaren meer regen gevallen is, dan inde overige jaren, n.l. inde jaren 1920, 1926, 1930 en 1936 resp. 225, 290, 253 en 232 mm en inde overige jaren 1918, 1922, 1924, 1928, 1932 en 1934 resp. 188, 167, 164, 208, 187 en 116 mm. Blijkbaar is de regenval gedurende deze maanden van invloed. De korrelopbrengst is onder geringer schommeling teruggeloopen tot ongeveer 30 % en de stroo-opbrengst tot 40 %. In tegenstelling met het weglaten van P en K werd het eerste jaar bij de knol-, zoowel als bij de korrel- en stroo-opbrengst reeds een sterke opbrengstvermindering tot 60 % verkregen. Terwijl de opbrengst aan korrels en stroo daarna nog geleidelijk daalt, blijkt dit niet het geval te zijn met de knolopbrengst. Bij het ontbreken van 2 of 3 voedingsstoffen gezamenlijk loopt de opbrengstvermindering ongeveer parallel met de vermindering van die voedingsstof, welke den grootsten invloed op de opbrengst

629