is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 614, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io6. KLAPP, E. Ueber einige Wachstumsregeln mehrjahriger Pflanzen unter der Nachwirkung verschiedener Nutsungsweise. Pflanzenbau 14. Heft 6, bis. _ 209—223, C 37). Klapp behandelt aan de hand van gegevens verkregen bij luzerne, kropaar, veldbeemdgras de factoren, die de nagroei beïnvloeden. Hierbij speelt de behandelingswijze op vorige sneden toegepast een groote rol. De uitkomsten van het onderzoek zijn dikwijls in tegenspraak met elkaar, maar schrijver meent, dat dit is terug te voeren op onvoldoende kennis van de werkelijke factoren. Hij onderscheidt twee omstandigheden, nl. het morfologische karakter (plaats van de assimileerende organen en de reserve-organen) en physiologische omstandigheden, die nagroei- en reserve-vorming beheerschen. De reactie op verschillende behandelingswijze resp. maaien en weiden, of meer en minder vaak maaien, hangt van deze factoren af, zoodat de botanische samenstelling van _de grasmat van groote beteekenis is voor de vraag welke behandelingswijze het best wordt verdragen. Aan de hand van de reactie van distel, pijpestrootje, steenklaver en topinambour worden de opvattingen nader toegelicht. Tenslotte wordt de beworteling nog even besproken. Klapp meent, dat weidegrassen vlak wortelen, ‘ terwijl hooilandgrassen dieper wortelen. Schrijver houdt een krachtig pleidooi voor de ontwikkeling van het onderzoek inde bovenaangegeven richting. H. J. F. Literatuuroverzicht over Voedergewassen door Ir. H. VAN REES. LUCERNE. KÖNEKAMP, A. Erf rage und Ertragsaufbau einiger Liizerneherkünfte unter den ökologischen Bedingungen dreier Erdteile. Pflanzenbau Jhrg. 14, bis. 161—199 ('3B). Teneinde inzicht te verkrijgen inde opbrengsten en de structuur der opbrengsten van diverse lucerne-herkomsten werd een internationaal lucerneproefveld georganiseerd t.w._. in Landsberg (Duitschland), Feldioara (Roemenië), Szeged (Hongarije), Magyaróyar (Hongarije), Middelburg (Z.-Afrika), Nebraska (U.S.A.), Westpoint (U.S.A.) en Ridgeville (U.S.A.). Van de beproefde herkomsten behooren enkele tot de gewone of blauwe lucernes (Medicagö sativa) en anderen tot de bastaardlucernes (Med. media). Uit de verkregen cijfers der hooiopbrengsten valt vóór alles te concludeeren tot een sterke mate van aanpassing aan klimatologische omstandigheden. De beste opbrengsten worden in het algemeen verkregen met de herkomsten uit eigen land of klimatologisch overeenkomstig gebied. Verder springt in het oog de sterke aanpassing, waartoe de bastaardlucerne in staat is. Deze komt op de verschillende proefvelden tot bevredigende resultaten, terwijl de blauwe lucerne het ineen niet-geëigend klimaat veel sterker laat zitten. Hierop werd ook door Hockbarth (zie ref. Landb. Tijdschrift Dec. '37 blz. 951) en Fischer (Landb. Tijdschrift Nov. '37 blz. 872) gewezen. Voorts worden enkele eiwitopbrengsten vermeld, invloeden van bodemgesteldheid op de opbrengst, stengel-, blad- en bloemaandeel dezer herkomsten en beschadigingen van plantaardigen en dierlijken aard, welke bepalingen echter op slechts één enkel (en dan nog wisselend) station plaats vonden en daardoor geen algemeene geldigheid bezitten. HANSEN, J. Forsgg med Stammer og Avlsstedsformer af Lucerne 1925—1Q34- Tidsskrifft for Planteavl Bnd. 42, bis. 67—79 C 37). Door en vanwege de proefstations in Denemarken worden telkens proeven georganiseerd, teneinde de juiste cultuurwaarde vast te stellen van verschillende rassen en herkomsten van allerlei voedergewassen. Dit onderzoek loopt meestal, al naar de aard van het te onderzoeken gewas, over verscheidene jaren en na afsluiting wordt een verslag als „Beretning fra Statens Forsogs virksomhed i Plantekultur” gepubliceerd. Het bovengenoemde artikel is een verslag van zulk een onderzoek met verschillende lucerne-herkomsten over de jaren 1925—'34. Door bemiddeling vaneen aantal Deensche zaadhandelaars waren betrouwbaar een groot aantal herkomsten betrokken, zoo uit Hongarije 22, uit de Provence n, uit Canada 12, enz. De resultaten werden naar het land van herkomst samengevoegd, zoo voor Hongarije, Italië, de Provence enz.^Het blijkt, dat de Hongaarsche herkomsten aanmerkelijk productiever zijn dan de Provencer. De eerste worden echter in productiviteit overtroffen door de bastaardlucernes en wel met 9 % door de Ontario Variegated, met 8 % door de Grimm-lucerne uit Canada en met

646