is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 614, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenerzijds en COa spanning in bloedplasma en pH in het bloed anderzijds, en welke de invloed van groenvoeder, bij verschillende wijzen van winning, op het dierlijk lichaam. De proefdieren, schapen, kregen de tweede snee vaneen roode klaver-timothee mengsel, dat in groenen toestand, verder als hooi en als kuilvoeder werd gevoederd. Het hooi werd verkregen op ruiters. Bij het kuilvoeder werd toegevoegd zoutzuur en zwavelzuur en 1 % suiker (op 100 kg groenvoeder). Uit 28 onderzochte gevallen bleek de mineraalstofwisseling en het bloedbeeld inde onderzoekingsresultaten overeen te komen. Voor het bepalen van de verteerbaarheid vaneen voedersoort is de CO2 spanning in het bloedplasma en de Ca-stofwisseling van eyengroot belang. De pH in het bloed wijst te geringe verschillen, om daaruit conclusies te trekken. De pH in urine reageert sterk op voederinvloeden, schijnt echter individueel te veel te verschillen, om vergelijkingen te maken. Hooi bezit een sterker basische werking dan groenvoeder. Het met zoutzuur of zwavelzuur aangezuurde kuilvoeder vertoont een duidelijke negatieve inv}ped op de Ca-stofwisseling en op het bloedbeeld. Een geringe hooigift bij kuilvoederrantsoen (Rj van de droge stofhoeveelheid) oefent een neutraliseerende werking uit, is echter niet groot genoeg, om de totale uitwerking van het met minerale zuren aangezuurde kuilvoeder te compenseeren. de G. VOEDERBEREIDING, 121. FRÖHLICH & HARING. Ausnutsungsvèrsnche mit künstlich getrocknetem, zerkleinertem eiweissreichenGrünfutter am IViederkaiter. Bièderm. Zbl. B. Tierern., Bd. g. heft 3 C'37)- Bij het drogen op den grond en op ruiters gaan groote hoeveelheden eiwit en zetmeelwaarde van eiwitrijk groenvoeder verloren. Dit verlies kan zelfs bij een ongunstige weersgesteldheid en zeer ondeskundige behandeling tot over de 50 % bedragen. Bij een kunstmatige droging worden deze substantieverliezen bijna geheel voorkomen, terwijl verder de verteerbaarheid van de voedingsstoffen, in het bijzonder van het eiwit, er niet minder door wordt. Dit hangt n.l. in sterke mate af van de drogingstemperatuur en van de toegepaste methode. Bij kunstmatig drogen op een band wordt de verteerbaarheid van de ruwe voedingsstoffen bijna niet, daarentegen bij drogen ineen trommeldroger die van de ruwe proteïne wel verminderd. De nieuwste methode, en voor het behouden van de voedingsstoffen een, althans volgens schrijvers, volkomen ideale methode is de Rema-Rosindroging. Terwijl men de kunstmatige droging reeds verscheidene jaren toepast bij de afvalproducten van de suikerrietfabrieken, brouwerijen en aardappelmeelfabrieken, is men inde allerlaatste jaren er toe overgegaan eiwitrijke, jonge groenvoedergewassen te verkleinen en kunstmatig' te drogen. Vooral schijnt daarvoor de lucerne geschikt, daar dit gewas per oppervlakte-eenheid een groot aantal jaren achtereen een groote opbrengst geeit met een hoog eiwitgehalte. Door Frölich & Haring werd nu ineen 4-tal proeven, met elk 3 schapen, de verteerbaarheid van verschillende voedingsstoffen bij een 3-tal drogingsproducten van eiwitrijk groenvoeder nagegaan. Het voeder werd gevormd door groene lucerne en een wikkemengsel (het z.g. Landsberger mengsel), gedroogd volgens de Rema-Rosinmethode. Door na het drogen malen van het product schijnt de verteerbaarheid van deze gedroogde, groene lucerne, als lucernemeel, beter te zijn geworden, in vergelijking met lucernehaksel. De verteerbaarheid van de voedingsstoffen in het wikkemengselhaksel was iets hooger dan die van de drogingsproducten van de lucerne. Aan verteerbaar ruw eiwit, zetmeelwaarde en ruw vezel, welke de voederwaarde van voedermiddelen voor de herkauwers kenmerken, konden, naar aanleiding van de proeven, de volgende cijfers worden genoteerd. Op 1000 gram grondsubstantie kwamen voor; bij lucernemeel 108,3 gr verteerbaar ruw eiwit, 293,3 gr. zetmeelwaarde, en 328,1 gr ruw vezel; bij lucernehaksel 103,5 gr verteerbaar ruw eiwit, 269,0 gr zetmeelwaarde en 327,6 gr ruw vezel; bij wikkemengselhaksel —•— 101,7 gr verteerbaar ruw eiwit, 385,2 gr zetmeelwaarde en 239,7 ruw vezel. 'de G. 122. SCHMIDT, KLIESCH & FORSTHOFF. Weitere Untersuchungen sur Feststellung der Wirkung von Keimfvtter beider Schweinemgst. Zwchtungsk., Bd. 12, Heft g (’37)- Uit de onderzoekingen van Schr. bleek, dat de bereiding van gekiemd voeder op geen enkele wijze voert tot een vermeerdering van voedingsstoffen. Bij hun voederingsproeven met mestvarkens kon geen betere voedselvertering of eenig andere gunstige invloed

652