is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 615-616, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1932 werden van het ras Eigenheimer 3 verschillende potermaten n.l. 24/28, 35/45 en 45/50 mm uitgepoot op rijenafstand van 55 cm en inde rij met tusschenruimten van resp. 30, 45 en 60 cm. Er werd een normale phosphorzuur- en kalibemesting gegeven, doch in elke potermaat werden oploopende hoeveelheden stikstof gegeven n.l. 1.00, 125 en 125 N. per ha. Het doel van deze proef was na te gaan hoe de kleine, gewone en grove poters, resp. op 30, 45 en 60 cm uitgepoot, reageerden op zwaardere stikstof bemesting. Er was uitgegaan van de gedachte dat een zware stikstofbemesting op aardappelen op nauweren afstand uitgepoot minder gunstige resultaten zou opleveren dan op aardappelen, welke op belangrijk ruimeren afstand zijn uitgepoot. Ofschoon de aardappelen door onbekende oorzaak inden nazomer vrij vlug af stierven, een verschijnsel, dat in 1932 in ’t algemeen op de Z.-H. eilanden bij Eigenheimer voorkwam, bleek bij de opbrengstbepaling, dat deze in overeenstemming was met de gestelde verwachting. Bij de potermaat 45/50 mm, uitgepoot op 55 X 60 cm, werd door de hoogere stikstof bemestingen meer opbrengstverhooging verkregen dan bij de maat 24/28 ram en 35/45 mm, op resp. 55 X 30 en 55 X 45 cm uitgepoot, terwijl bij deze beide laatste de opbrengstverschillen ten gunste van de maat 35/45 mm op 55 X 45 cm uitvielen. Uit deze proef bleek voorts, dat ondanks toenemende gewichtsopbrengst naar gelang meer stikstof werd gegeven het gemiddeld aantal knollen per plant daalt. Vervolgens wérd in 1932 een proefveld aangelegd met Eersteling, waarvoor verschillende potermaten werden gebruikt, welke op verschillende afstanden werden uitgepoot. Doel van deze proef was na te gaande opbrengst bij groen, half rijp en rijp rooien. Uitgepoot werden maat 24/28 mm op 60 X 30 en 60 X 45 cm, maat 35/55 mm °P 60 X 45 cm; en groote knollen (bonken) één keer doorgesneden op 60 X 45 cm en 60 X 60 cm afstand. De ontwikkeling en rijping van het gewas van de verschillende potermaten verliep als bij de Eigenheimer, terwijl bij de rijp gerooide veldjes ten opzichte van de gebruikte potermaat en pootafstanden ongeveer dezelfde opbrengstresultaten werden verkregen. Bij de eerste en tweede rooiperiode resp. groen en half rijp bleek echter, dat de hoogste opbrengst aan behoorlijk leverbare consumptieaardappelen werd verkregen van de veldjes waarvoor het grootste pootgoed was gebruikt. De maat 24/28 mm gaf voor beide pootafstanden de laagste opbrengst. Bij de bepaling der opbrengsten van de verschillende sorteeringen bleek, dat de opbrengst aan knollen inde maat 28/55 van de half rijp en rijp gerooide veldjes voor elke potermaat afzonderlijk ongeveer gelijk was aan die van de rijp gerooide, doch de opbrengst aan knollen boven 55 mm was van de laatste belangrijk hooger dan van de veldjes, welke half rijp werden geoogst. Uit de resultaten, welke met deze proeven werden verkregen, kunnen de navolgende conclusies worden getrokken: ie. Voor de teelt van consumptie-aardappelen verdient het aanbeveling kleine poters nauw en groote poters op ruimeren afstand uitte poten dan voor de normale potermaat gebruikelijk is.

731