is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 617, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het feit, dat op het Bodemkundig Instituut te. Buitenzorg de gedragslijn is gevolgd, die Prof. Dr. C. H. Edelman in zijn bespreking van de normaalbladen in hetzelfde nummer van bedoeld tijdschrift ook voor Nederland als de juiste aangeeft, namelijk 'de praktische kennis doorgronden en vervolgens methodisch ordenen en toepassen. Het Bodemkundig Instituut beschikt nu over de resultaten van de slibanalyse van ruim 30.000 grondmonsters van velerlei afkomst en uit geheel Nederlandsch-Indië. Hit deze zeer groote hoeveelheid gegevens is komen vast te staan, dat de hier gebruikelijke indeeling geheel voldoet aan de eischen, die uit landbouw-, 1 espectievelijk bodemkundig opzicht aan de granulairanalyse mogen worden gesteld, dat wil zeggen bij de grondindeeling naar typen en onderdeden daarvan, een hulpmiddel te zijn tot vaststelling van herkomst (afzetting), zoomede verweerings-type en -graad en in bijzondere gevallen, doch pas in veel verdere instantie, tot detailleering naar korrelgrootte. Deze indeeling is de volgende: Fractie 1 zeer grof zand 2000 lOOO g „ 2 grof zand 1000 5OO „ „ 3 middel zand 500 —: 200 „ „ 4 fijn zand 200 – 100 „ „ 5 zeer fijn zand 100 5O ~ „ 6 stof zand 50 2O ~ „ 7 grof stof 20 5 „ „ 8 middel stof 5 2,, „ 9 fijn stof 2 y2 „ » 10 klei „ en werd in 1910 met een kleine wijziging en uitbreiding door Dr. Mohr hier te lande uit Amerika ingevoerd (3). Er zouden zeer belangrijke voordeelen aan de nieuwe indeeling verbonden moeten zijn, aleer men een dergelijk kostbaar cijfermateriaal althans ten deele verloren zou willen doen gaan. Dat deze voordeelen, wat het onderzoek van Indische gronden betreft, slechts academisch zijn, namelijk aansluiting aan onderzoek in het moederland, zal nader worden uiteengezet. De gronden met minder dan 10 % slib. Behoudens de uit landbouwkundig oogpunt niet belangrijke groep duin- en strandzanden en een enkele kwartszandgrond (gesik), valt slechts de jonge, grove, vulkanische asch met een voldoend percentage van het totale materiaal boven de aangenomen onderste „zand”-grens. Van deze drie typen zijn onderstaande slibdiagrammen weergegeven in volgorde van grofheid.

774