is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 617, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Juist deze conclusie is voor mij aanleiding iets mede te delen inzake de voor mij bestaande wenselijkheid van het gebruik van ruiters bij de hooiwinning, terwijl ook de tot nu toe gepubliceerde cijfers inzake de gehalten aan ruw eiwit en de verteerbaarheid daarvan, nog wel'enige ruimte laten voor verdere behandeling van deze kwestie, hetgeen de schrijver te zijner tijd wel zal doen. De overeenstemming met de conclusie van de onderzoekingen van wijlen Dr. Wiegner inzake het overbodig zijn van ruiters in perioden van gunstig hooiweer is in zoverre gevaarlijk, dat juist in Zwitserland gunstig hooiweer betekent, dat er dikwijls één dag na het maaien al voldoende droog materiaal is in te schuren. Waar ook de botanische samenstelling van het door Dr. Wiegner onderzochte hooi wel heel wat verschilde van het hier te hooien gewas, zegt de bewuste overeenstemming nog niet zo veel. Immers onze weersomstandigheden zijn nooit zo gunstig, dat wij na één dag voldoende droog materiaal hebben om in te schuren. Een aardig beeld van de omstandigheden, waaronder onze boeren moeten hooien, blijkt uit de perioden, welke indertijd door het Rijkslandbouwproefstation te Hoorn werden verkregen bij hooionderzoekingen aldaar. Ik geef hier dit staatje weer. Tijdsduur van hooiwinning bij ondersoek aan het R.L.P.S. te Hoorn. 1925 I IQ25 II 1925 III 1926 II 1926 I 1926 III gemaaid .. 30 Mei , 3 Juni 6 Juni 26 Mei 27 Mei 4 Juni 15-18 Juni ingehaald . 9 Juni 11 Juni 15 Juni 16 Juni 22 Juni 24 Juni 6 Juli tijdsduur . 10 dagen 8 dagen 9 dagen 22 dagen 27 dagen 20 dagen 20-22 dagen beoordeling van de duur zeer – zeer zeer on- on- minder on-_ van de hooi- gunstig gunstig gunstig gunstig gunstig gunstig gunstig tijd Vergelijkt men daarmdee, dat Dr. Wiegner een hooitijd van 6 dagen als ongunstig beschouwd, dan moet men met vergelijkingen voorzichtig zijn. Van veel groter betekenis dan deze vergelijking is echter een andere zaak en wel deze, dat de gemiddelde hooikwaliteit in ons land nu niet zo bijster hoog is aan te slaan. Men denke slechts aan de cijfers, welke indertijd zijn gepubilceerd door den Rijksveeteeltconsulent Ir. P. Verhoeven, weergevende de analysen van een aantal practijk monsters. Daar staat tegenover, dat de practijk ter dege de waarde kent van volwaardig hooi, terwijl zij eveneens weet hoeveel extra krachtvoeder nodig is naast minderwaardig hooi! Vanuit deze gezichtshoek gezien komt het vraagstuk van hooi ruiteren er anders voor te staan. Het is, naar mijn mening, wel juist om het gebruik van ruiters op graslandbedrijven op eenzelfde wijze te saan toepassen als nu geschiedt op de akkerbouwbedrijven. Een akkerbouwer wacht niet op slecht weer om de erwten te gaan ruiteren of de tarwe op schelfjes te zetten! Ook hier zou men, bij

831