is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 618, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Standaard oplossing A: 96 % alcohol. ~ , ~ B: 10% cobaltchloruur (C0C12.6H20) in 96 % alcohol. ~ ~ R.: 10 % cobaltchloruur in water. 5 % aetherextract komt overeen met o. 1 B -f- 0,3 R -j- 6 A. 10% „ „ „ „ 0.8 B + 0.7 R + 6.5 A. 15 % » ” ” » I-5 -B + °-75 B -f- 4 A, 20 % „ „ „ „ 2.2 B + 0.83 R + 2.75A. 25 % „ „ „ „ 3.1 B + 0.9 R + 0.75A. Deze methode is één der beste, welke tot heden zijn gepubliceerd. M.i. kleven echter ook aan deze methode nog groote fouten. En wel de volgende: Inde eerste plaats is het gegeven „gemalen of geraspte wortel” een veel te vage beschrijving. Bij andere onderzoekingen is het gebleken, dat hoe grover het materiaal, hoe moeilijker de extractie plaats vindt. Hierdoor kunnen zeer groote fouten ontstaan, waardoor veel te lage uitkomsten worden verkregen. Het mooist zou natuurlijk zijn alleen die poeders te onderzoeken, waarbij minstens 90 % door de 200 mesh zeef gaat. Daarbij zal men in een zelfde bepaalde tijd (hier 5 min.) ten naaste bij dezelfde extractie uitvoeren. Zoodoende verkrijgt men vergelijkbare cijfers. Een tweede moeilijkheid is de filtratie van de suspensie. Deze moet zeer exact en vlug geschieden, aangezien aceton, vooral inde tropen zeer snel verdampt. Zouden bij opeenvolgende bepalingen verschillende hoeveelheden aceton verdampen, dan ontstaan andere concentraties met dus foute uitkomsten. Het lijkt mij daarom beter de methode in dien zin te wijzigen, dat na de filtratie het filter met een weinig zuivere aceton wordt nagespoeld en daarna het filtraat tot een bepaalde hoeveelheid met aceton wordt bijgevuld. Dan is men zeker van steeds hetzelfde uitgangspunt bij de verdere analyse. De cultuur. De cultuur van D. elliptica heeft in Malakka en Ned. Indië in hoofdzaak volgens de hieronder beschreven methoden plaats: Derris vereischt, ook al met het oog op de beperking der oogstkosten, een niet al te zware diepgrondige bodem, waarbij de terreinen zoo vlak mogelijk moeten zijn. Hellingen en steile terreinen zijn voor het doel veel minder geschikt, omdat bij de tweejaarlijksche oogsten de grond rond 60 cm diep omgewerkt dient te worden. De zware tropische regens zouden dergelijke terreinen spoedig van hun bouwkruin berooven. Waar derris een leguminoos is, zal de bodem voldoende kali en fosfor moeten bevatten. Proeven over de invloed van diverse soorten bemesting zijn gaande. De voorbewerking van de bodem is in het algemeen inde tropen veel minder intensief dan inde gematigde luchtstreken. Er wordt ook bij deze cultuur meestal volstaan met het geheel schoonmaken van het terrein en daarna tot een diepte van 30 cm omwerken der grond met patjoel, vork of dergelijken. Het plantmateriaal is steeds de stek. De derris als ondernemingscultuur wordt op de volgende wijze geplant; Het hoogwaardige, momenteel nog vrij kostbare materiaal wordt inde vorm van houtige stekken opgekweekt in bamboemandjes van 10—30 cm of op kweekbedden uitgezet. De stekken hebben meestal twee oogen en zijn van 20—30 cm lang. Ze worden schuin inde grond gestoken

907