is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jong het is onlangs door U zelf in herinnering gebracht een stoot gegeven tot de stichting van de eerste vereeniging tot zuiver behoud vaneen onzer waardevolle landrassen, de Roosendaalsche klaver. leder hier weet, dat Uw groote en onvergankelijke verdienste ligt op het gebied vaneen cultuur, die in Uw eigen streek niet tot de belangrijkste behoort: die van den aardappel. Uwe ontdekkingen over de verbreiding en beteugeling van virusziekten der aardappels zijn baanbrekend voor al het andere. Zonder die zouden we hier allicht niet samen zijn, en zou zeker niet het keuringswezen de vlucht hebben genomen, die het heden bezit. Als phytopatholoog zijt ge de plantenveredeling genaderd. Ik meen wel eens te hebben aangevoeld, dat ge U nog sterker geprikkeld gevoelt door de tastbare verliezen, die onze cultuur lijdt door het optreden van ziekten, dan door de illusie, dat door veredelingswerk nieuwe welvaartsbronnen zullen worden aangeboord. Maar mogelijk zie ik mis, en het is om het even. Uw virusonderzoek zijt ge trouw gebleven, maar al spoedig werd daarnaast ook Uw aandacht gevraagd voor het wratziektegevaar en het onderzoek op resistentie tegen die ziekte heeft geleid tot direct contact met kweekers. Gaandeweg zijt ge hun vertrouwensman geworden, hun raadgever over het al of niet aanhouden van zaailingen en ook wel omtrent de keuze van ouderplanten. En tevens zijt ge geworden de eerste adviseur van het Instituut voor Plantenveredeling bij de beoordeeling van nieuwe aardappelrassen. . Wat ge op dit terrein voor de veredeling hebt gepresteerd, was op zichzelf voldoende voor de toekenning dezer plaquette. Maar ge waart geroepen tot een nog grootere taak: de ordening van het keuringswezen, en al weer is het in dit gezelschap volkomen overbodig Uwe eminente verdiensten als leider op dit terrein te ontvouwen. Ik wil alleen hierop wijzen, dat ge daarbij werk van de grootste indirecte beteekenis voor de plantenveredeling en voor de zuivering van ons rassensortiment hebt verricht. Keuringswezen en veredelingswerk moeten hand in hand gaan en zijn ook samen opgegroeid. Zonder een goed keuringswezen is kweekersarbeid tegenwoordig nauwelijks denkbaar en voor de toekomst zijnde eerste steenen gelegd voor nog inniger versmelting. Zelf hebt ge daaraan medegewerkt. Niet altijd zoo positief als ik, die jarenlang gestreden heb voor het vestigen vaneen kweekerspositie, dat zou hebben gewenscht! Dat wij soms van meening verschillen, is in dezen kring ook geen geheim. Maar des te aangenamer is het mij hier te mogen uitspreken, dat ik U evenzeer waardeer als mede-, dan als tegenstander. Want in alle kwesties hebt ge U betoond als humaan, redelijk, ja, zelfs toegeeflijk, en, eenmaal tot een vergelijk gekomen, ook door en door loyaal. De strijd om de kweekersrechten en -belangen is niet ten einde; er liggen nog moeilijke jaren voor U. Maar ik ben in mijn hart overtuigd, dat gij, die in dien strijd meerde positie inneemt vaneen arbiter dan vaneen vechtjas, er eenmaal in zult slagen hem te beheerschen en ten goede te doen keeren. En daarmede is dan wellicht de grootste dienst, die gij in Uw leven aan de teelt en de veredeling 'an landbouwgewassen hebt te bewijzen, nog inde toekomst voor U weggelegd. Inde hoop, dat deze wensch verwezenlijkt mag worden, stel ik U namens de Regenten van het Broekemafonds dezen eereprijs ter

938