is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen in 1936 op eenige proefvelden in het Andesgebergte per ha een opbrengst werd verkregen van 20.000 kg, besloot men 1300 ha weiland om te zetten in bouwland. De gouverneur der provincie Mendoza stelde zijn chauffeur en auto beschikbaar voor een bezoek aan dit „proefveld”.

Den avond vóór het vertrek kwam echter de telefonische mededeeling, dat de tocht niet kon doorgaan, omdat op de hooge bergpas, die we moesten overtrekken, 20 cm sneeuw was gevallen. In plaats vaneen autotocht langs steile afgronden en besneeuwde bergen, heb ik den volgenden dag door onafzienbare vlakten een reis gemaakt van 17 uren ineen warmen stoffigen trein om weer in Buenos Aires te komen. Doch de aardappelen in het Andesgebergte moeten ook over denzelfden pas en eenmaal in Mendoza aangeland, moeten zij nog 1100 km per trein worden vervoerd, alvorens de plaats van consumptie te bereiken. En het uit Canada en Noord-Amerika ingevoerde pootgoed had na de zeereis dienzelfden weg in omgekeerde richting moeten afleggen. De grond was voor een kleinigheid te verkrijgen, bemesting werd niet gegeven, de arbeidskrachten waren goedkoop, doch men gevoelt, dat hier het transport de zwakke schakel vormt in het productie- en distributieproces. Op alle plaatsen ben ik zeer vriendelijk ontvangen en zelfs wanneer men de gemaakte opmerkingen ontdoet van de overdrijving, waaraan de Zuid-Amerikaan zich gaarne schuldig maakt, blijft er nog genoeg over om te mogen constateeren, dat de belangstelling van Nederlandsche zijde zeer werd gewaardeerd. Zoowel in Brazilië, Uruguay als in Argentinië heb ik van de autoriteiten veel medewerking ondervonden. Dit wil evenwel nog niet zeggen, dat alles even vlug en vlot van stapel is geloopen. Vooral in Brazilië heb ik veel „wachturen” gemaakt, die soms tot „wachtdagen” dreigden uit te groeien. Ik herinner me, dat ik op een morgen van 7 tot 9 uur inde hall van mijn hotel heb zitten wachten, dezen tijd benuttende om eenige zinnen van ontstemming te formuleeren. Toen mijn gastheeren met lachende gezichten en sierlijke bewegingen mij vertelden, dat wij dien dag een prachtigen wagen hadden, dat het mooi weer was en dat we zeer veel interessante dingen zouden zien, was ik reeds half ontwapend. Excuses werden niet gemaakt, want dan zou men een fout erkennen. Soms kreeg ik haast het gevoel, dat ik zelf mijn verontschuldigingen moest aanbieden, dat ik zoo dom en onbeleefd was geweest mij precies aan de afspraak te houden, zoodat het goed beschouwd mijn schuld was, dat de heeren te laat waren. Om eenzijdige schildering te voorkomen, wil ik hieraan direct toevoegen, dat ik op andere tijden zooveel hulp en gastvrijheid heb ontvangen, dat men er in andere landen wel een voorbeeld aan kan nemen. Een dag voordat ik uit Sao Paulo zou vertrekken, las ik toevallig' ineen Duitsche courant, dat de Heer Nishimura, directeur van de Japansche Coöperatieve vereeniging te Cotia op een audiëntie bij den Minister van Landbouw had medegedeeld, dat in Parana een nieuwe aardappelsoort was gevonden, die inden staat Sao Paulo de „denkbar günstigsten Ergebnisse” had gegeven, omdat ze geen „oca” (hol) en „murchadeira” (verwelking) vertoonde. Er werd aan toegevoegd, dat Brazilië nu allen buitenlandschen pootgoedimport zou kunnen missen. Toen ik dit bericht las, was ik in hooge mate verbaasd, omdat ik

953